Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Cypriotische pensioenregeling belemmert vrij verkeer van werknemers

9 mei 2016

Een Cypriotische (pensioen)regeling voor ambtenaren belemmert volgens het Hof van Justitie het vrije verkeer van werknemers. De ontslagbepaling in die regeling werkt verschillend bij ambtenaren die werken in Cyprus en ambtenaren die werken in een andere lidstaat.

Ambtenaar jonger dan 45? Pensioengevolgen bij ontslag

Wanneer een Cypriotische ambtenaar ontslag neemt, bepalen zijn leeftijd en de lidstaat van zijn nieuwe werkgever de gevolgen voor zijn pensioenopbouw. Een ambtenaar jonger dan 45 jaar die in een andere lidstaat gaat werken (of bij een instelling van de Europese Unie (EU) of bij een andere internationale organisatie1 ontvangt een afkoopsom en verliest het recht op samenvoeging van zijn pensioen en op uitbetaling daarvan wanneer hij de leeftijd van 55 jaar bereikt. Een ambtenaar met dezelfde leeftijd die in Cyprus blijft werken, ontvangt de afkoopsom en behoudt zijn pensioenrechten.

Volgens de Europese Commissie (de Commissie) benadeelt deze bepaling migrerende werknemers ten opzichte van werknemers die in Cyprus blijven werken. Enkele jaren geleden begon de Commissie met een inbreukprocedure tegen Cyprus. Als sluitstuk van deze procedure deed het Europese Hof van Justitie dit jaar uitspraak.

1: Wanneer ik hierna schrijf over "werken in een andere lidstaat" versta ik hier mede onder "werken bij een instelling van de EU of bij een andere internationale organisatie".

Wat is een inbreukprocedure?

Volgens de inbreukprocedure mag de Commissie optreden tegen een lidstaat die Europese regelgeving niet juist of volledig invoerde of eigen wetgeving heeft die in strijd is met Europese regels. Deze procedure bestaat uit drie fasen:

  • 1. Een lidstaat ontvangt een ingebrekestelling en krijgt twee maanden de tijd hierop te antwoorden.
  • 2. Als de Europese wetgeving nog altijd onvoldoende wordt nageleefd, stuurt de Commissie de lidstaat een advies. Ook nu heeft de lidstaat twee maanden de tijd om te reageren.
  • 3. Wanneer de Commissie binnen twee maanden geen bevredigend antwoord ontvangt, kan zij de zaak aanhangig maken bij het Europese Hof van Justitie in Luxemburg (het Hof).

 

Beoordeling van de zaak door het Hof

De betreffende Cypriotische bepaling betekent een verschil in behandeling van werknemers die op Cyprus blijven werken en werknemers die in een andere lidstaat gaan werken. Dit verschil pakt nadelig uit voor de laatste groep werknemers. Het verlies van pensioenrechten treft immers alleen werknemers die naar een andere lidstaat verhuizen om te werken en dus gebruik maakten van hun recht van vrij verkeer. Volgens het Hof kan de regeling de uitoefening door de betrokken ambtenaren van hun recht van vrij verkeer belemmeren of minder aantrekkelijk maken. Deze regeling kan hen immers ervan weerhouden om hun dienstbetrekking bij Cypriotische overheid neer te leggen om te gaan werken in een andere lidstaat. Dit vormt dus een in beginsel door artikel 45 VWEU verboden belemmering van het vrije verkeer van werknemers.

Cyprus rechtvaardigt de belemmering van het vrije verkeer van werknemers door het feit dat verschillen in de voorwaarden voor toekenning van sociale zekerheidsvoordelen het evenwicht van het stelsel in gevaar kunnen brengen. Volgens vaste rechtspraak van het Hof moet de overheid de rechtvaardigingsgrond bewijzen. De overheid van de lidstaat moet kunnen aantonen dat er daadwerkelijk risico’s voor verstoring van het evenwicht van het socialezekerheidsstelsel bestaan. Volgens het Hof toonde Cyprus dergelijke risico’s in niet aan. De Cypriotische regering wijst slechts terloops op een risico van verstoring van het evenwicht van het socialezekerheidsstelsel. De betreffende belemmering van het vrije verkeer van werknemers is volgens het Hof dus niet gerechtvaardigd.

Commentaar

Het vrij verkeer van werknemers vinden we in artikel 45 VWEU (Verdrag betreffende de Werking van de EU). Lid 4 van dit artikel bevat een echter uitzondering als het gaat om betrekkingen in overheidsdienst. Dat betekent dat belemmeringen van het vrij verkeer van werknemers gerechtvaardigd kunnen worden voor betrekkingen in overheidsdienst. Het Hof legt dit in eerdere uitspraken heel beperkt uit. Alleen de betrekkingen die verband houden met de uitoefening van openbaar gezag of de verantwoordelijkheid voor het beschermen van het algemeen belang van de betrokken lidstaat (bijvoorbeeld de interne of externe veiligheid, dus politie of leger), tot de eigen onderdanen kunnen worden beperkt. Voor dat soort functies mag een lidstaat eisen dat de werknemer de nationaliteit heeft van die lidstaat. Uit de gegevens van de Cypriotische zaak bleek dit niet. Maar omdat het Hof de zaak van de ambtenaar toetst aan het vrij verkeer van werknemers, ga ik ervan uit dat de uitzondering van artikel 45, lid 4 VWEU niet van toepassing is.

Bij belemmering van het vrij verkeer van werknemers denkt men vaak aan barrières die een lidstaat opwerpt om het lastig te maken dat mensen uit een andere lidstaat komen werken. Denk hierbij aan taaleisen, eisen met betrekking tot diploma’s enzovoort. Maar het kan ook andersom werken. Een lidstaat kan ook wetgeving hebben die het de eigen inwoners moeilijk maakt om in andere lidstaat te gaan werken. Deze uitspraak van het Hof is daar een mooi voorbeeld van.

Auteur: Erik Schouten, adviseur internationale pensioenen Aegon Adfis

Bron: Arrest van het Hof van Justitie, C-515/14, Commissie/Republiek Cyprus, 21 januari 2016, ECLI:EU:C:2016:30

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 9 mei 2016.