Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

De gevolgen van Brexit voor pensioenen

30 juni 2016

De gevolgen van Brexit zijn afhankelijk van de manier waarop het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie verlaat en hoe de relatie er daarna uitziet. Brexit – in welke vorm dan ook - kan grote gevolgen hebben voor pensioenen. In dit nieuwsbericht een eerste globale analyse.

De uiteindelijke samenwerkingsvorm is cruciaal

De gevolgen van Brexit op korte termijn laten zich duidelijk zien. De beurs- en valutakoersen gaan flink onderuit. De beurswaarde van financiële instellingen als banken en verzekeraars is aanzienlijk minder geworden. Deze gevolgen van de Brexit zijn van directe invloed op bijvoorbeeld de dekkingsgraad van pensioenfondsen.

Op de langere termijn zijn de gevolgen veel minder duidelijk. De uiteindelijke samenwerkingsvorm van het Verenigd Koninkrijk (VK) met de Europese Unie (EU) is hierbij bepalend. De EU kent verschillende samenwerkingsvormen. In afnemende mate van samenwerking zijn dat onder andere:

  • 1. Europese Economische Ruimte (EER). De Europese Unie en Liechtenstein, Noorwegen en IJsland vormen samen de EER. In de EER geldt de interne markt zoals wij die kennen in de EU: er is sprake van vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal.
  • 2. Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Ook wel het Zwitserse model genoemd. De EVA (Engelse afkorting EFTA) is een handelsblok waarin de samenwerking minder ver gaat dan in de EU. Zo is er geen politieke samenwerking en vormen de leden geen douane-unie. Zwitserland heeft allerlei afzonderlijke onderwerpen geregeld met de EU in afzonderlijke verdragen.
  • 3. Vrijhandelsakkoorden. De EU sluit deze handelsovereenkomsten met derde landen met als doel het bevorderen van de handel. Bijvoorbeeld met Peru, Singapore en Oekraïne. Door middel van het sluiten van vrijhandelsakkoorden zorgt de EU voor het opheffen van invoerheffingen en handelsbarrières.

 

Ten slotte kan het VK kiezen voor een volledige uittreding en afzien van het sluiten van een overeenkomst met de EU.

De uiteindelijke samenwerkingsvorm van de EU met het VK zal zich tussen punt 1 en “geen enkele overeenkomst met de EU” bevinden. Wellicht bedenken beide partijen zelfs een nieuwe samenwerkingsvorm. Om de invloed op pensioenen duidelijk te maken, leest u hierna kort de huidige situatie in de EU (vergelijkbaar met de eerste vorm - EER) afgezet tegen de laatste vorm: geen enkele overeenkomst met de EU. Dat kan – gezien de omvang van dit nieuwsbericht - alleen maar op hoofdlijnen. Hieronder leest u de gevolgen voor:

  • De uitgaande werknemer: de werknemer die vanuit Nederland in het VK gaat werken;
  • De inkomende werknemer: de werknemer die vanuit het VK in Nederland komt werken;
  • De pensioenuitvoerder die een pensioenregeling uit een andere lidstaat uitvoert.

Gevolgen voor uitgaande werknemers

De Nederlandse werknemer die in een ander land gaat werken heeft de volgende mogelijkheden voor zijn pensioen:

  • In de periode dat de werknemer werkt voor een met de Nederlandse werkgever verbonden lichaam in het buitenland, bouwt hij geen pensioen op. Hij kan deze dienstjaren achteraf, als hij weer in Nederland is, in één keer inkopen.
  • De werknemer kan als gedetacheerde blijven deelnemen aan een Nederlandse pensioenregeling. Volgens artikel 97 PW kan dat alleen als de werknemer in een andere EU-lidstaat gedetacheerd is. De buitenlandse werkgever moet de toezegging uit de Nederlandse pensioenregeling tijdens de tewerkstelling in het buitenland voortzetten. De pensioenaanspraken kunnen dan gewoon in de Nederlandse pensioenregeling en bij de Nederlandse pensioenverzekeraar opgebouwd en verzekerd blijven. De voortzetting van de regeling door de buitenlandse concernmaatschappij dient wel reëel en materieel te zijn. Zo moeten de integrale kosten van de voortgezette opbouw voor rekening komen van de buitenlandse werkgever.
  • Wanneer de werknemer op een lokaal buitenlands contract werkt, kan hij ervoor kiezen om zijn opgebouwde waarde van zijn Nederlandse pensioenregeling over te dragen. Dat kan zowel naar een land binnen en buiten de EU. Gezien de voorwaarden die de Nederlandse fiscus en DNB stellen, komt deze waardeoverdracht echter zelden voor.

 

De tweede mogelijkheid komt in de praktijk het meeste voor. Deze kan alleen als de werknemer tijdelijk in een EU-lidstaat werkt. Wanneer het VK uit de EU getreden is, vervalt deze mogelijkheid (natuurlijk weer afhankelijk van de overeenkomst die de UK met de EU sluit). Nederlandse werknemers die tijdelijk in het VK werken, kunnen hun pensioen dus niet verder in Nederland opbouwen. Dit levert de nodige risico’s voor de werknemer op. Denk alleen maar aan het ontbreken van de dekking van het nabestaanden- en arbeidsongeschiktheidspensioen.

Gevolgen voor inkomende werknemers

Een werknemer die vanuit het buitenland in Nederland komt werken heeft de volgende mogelijkheden:

  • De buitenlandse pensioenregeling kan worden uitgevoerd door een kwalificerende buitenlandse pensioenuitvoerder. Als voorwaarde geldt dat sprake moet zijn van voortzetting van een pensioenregeling en deze regeling moet voldoen aan de voorwaarden van de Wet op de Loonbelasting (Wet LB).
  • De buitenlandse pensioenregeling voldoet veelal niet aan de voorwaarden van Wet LB. Het ministerie van Financiën kan deze pensioenregeling aanwijzen. De aanwijzing heeft betrekking op voortzetting van de buitenlandse regeling van een gedetacheerde werknemer door de buitenlandse pensioenuitvoerder. Het gevolg van deze aanwijzing is een fiscale erkenning van de buitenlandse pensioenregeling. Nederland verleent een vrijstelling van pensioenaanspraken en verleent aftrek van de pensioenpremie. Op eenzelfde wijze als de buitenlandse fiscale wetgeving voorschrijft. Voor een inkomende werknemer uit een EU-lidstaat betekent dit dat, wanneer een buitenlandse pensioenregeling niet voldoet aan de voorwaarden van hoofdstuk IIB Wet LB – bijvoorbeeld door een hoger opbouwpercentage of een hoger pensioengevend inkomen – de deelname in die regeling desondanks volledig fiscaal wordt gefaciliteerd. Gaat het om een inkomende werknemer uit een niet-lidstaat (zoals wellicht het VK), dan verleent Nederland gedeeltelijke fiscale facilitering. In dat geval moet het deel van de pensioenopbouw dat de grens uit de Wet LB overschrijdt, tot het belastbare loon worden gerekend.
  • Een buitenlandse werknemer kan kiezen voor waardeoverdracht van zijn in het buitenland opgebouwde kapitaal. EU-Lidstaten kunnen deze waardeoverdracht niet verbieden in verband met de EU-vrijheden. Niet-EU-lidstaten hebben hier niets mee te maken en kunnen een dergelijke waardeoverdracht verbieden. De praktijk wijst echter uit dat door de eisen die de fiscus en de toezichthouder van de andere lidstaat stellen, waardeoverdracht vrijwel niet voorkomt.

Gevolgen voor de pensioenuitvoerder die een pensioenregeling uit een andere lidstaat uitvoert

Pensioenfondsen kunnen op basis van de IORP-richtlijn (de pensioenfondsenrichtlijn) pensioenregelingen uit andere lidstaten uitvoeren. Volgens de Europese toezichthouder EIOPA waren per 1 juni 2015 25 grensoverschrijdende pensioenfondsen in het VK gevestigd. Deze fondsen voeren de pensioenregelingen van 170 werkgevers uit met zo’n 124.000 deelnemers. Drie fondsen zijn actief in Nederland, 14 in Ierland. Vanuit Ierland zijn 25 pensioenfondsen actief in het VK. Na uittreding uit de EU is deze richtlijn niet meer van toepassing voor het VK. Dat betekent dat grensoverschrijdende uitvoering van pensioenregelingen op basis van deze richtlijn niet meer mogelijk is.

Volgens de Pensioenwet kunnen pensioenfondsen uit andere lidstaten Nederlandse pensioenregelingen uitvoeren. Na uittreding kunnen Britse pensioenfondsen dus geen Nederlandse regelingen meer uitvoeren.

Voor Britse verzekeraars is dat anders. Wanneer een Britse verzekeraar in Nederland op grond van de Wft het verzekeringsbedrijf mag uitoefenen, kan deze verzekeraar Nederlandse pensioenregelingen uitvoeren. Dat kan dus ook na een Brexit. Deze verzekeraar moet dan ook aan fiscale eisen voldoen. De minister van Financiën moet deze buitenlandse verzekeraar aanwijzen. De verzekeraar moet inlichtingen verschaffen over de uitvoering van de regeling en in Nederland een uitwinbare zekerheid stellen voor de invordering van de belasting op grond van oneigenlijke handelingen. Of de werknemer moet deze zekerheid te stellen. Deze zekerheid kan voor in de EU gevestigde pensioenuitvoerders ook worden vormgegeven door het aanvaarden van aansprakelijkheid voor de belastingheffing. Dit betekent voor Britse verzekeraars na een Brexit dus een verzwaring van de voorwaarden.

Commentaar

Het is duidelijk dat de Brexit ook gevolgen gaat hebben voor pensioenen. In dit nieuwsbericht kan ik alleen op hoofdlijnen kort ingaan op deze gevolgen. Veel is nog onbesproken, zoals de gevolgen voor de sociale zekerheid (AOW). Binnenkort verschijnt in het Tijdschrift voor Pensioenvraagstukken een veel uitgebreidere analyse van mijn hand.

Auteur: Erik Schouten, adviseur internationale pensioenen Aegon Adfis

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 29 juni 2016.