Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Deelnemer kiest ervoor geen partnerpensioen te verzekeren

14 juni 2017

Werknemer X krijgt de keuze om een partnerpensioen te nemen. Hij besluit dit niet te doen. Na het overlijden van X vindt zijn nabestaande dat de werkgever niet voldeed aan zijn zorgplicht. Het hof denkt daar anders over.

Niet gekozen voor vrijwillig partnerpensioen

X trad op 1 januari 2013 in dienst bij T. T heeft een pensioenregeling met een aantal verplichte en een aantal vrijwillige onderdelen. Vrijwillig zijn onder meer het partnerpensioen en nabestaandenoverbruggingspensioen (ANW-hiaatverzekering).

Op 2 januari 2013 ondertekenen X en zijn partner Y het door T verstrekte “keuzeformulier vrijwillige onderdelen T-pensioenregeling”. X levert het formulier in bij T. Bij elke keuzemogelijkheid staat handgeschreven het woord “nee” of “n.v.t.”. Op basis hiervan registreert T dat X en Y geen gebruik willen maken van de vrijwillige regelingen. X draagt alleen premie af  voor de verplichte pensioenregelingen, niet zijnde partnerpensioen of ANW-hiaatverzekering.

Op 16 april 2015 overlijdt X plotseling. Op basis van de twee verplichte verzekeringen keert de pensioenuitvoerder een netto jaarsalaris en wezenpensioen uit. T deelt aan Y mee dat haar overleden partner geen partnerpensioen had verzekerd, noch een ANW-hiaatverzekering had afgesloten.

Y spreekt T aan op slecht werkgeverschap. Y is van mening dat T onvoldoende informatie heeft verstrekt. En dat T haar overleden partner onvoldoende heeft voorgelicht over de gevolgen van zijn aanvankelijke keuze om geen extra voorzieningen voor zijn partner mee te verzekeren. Dit geldt nog  meer nu X en Y ouders zijn van een inwonend meervoudig gehandicapt kind, aldus Y. Y vraagt de rechter om T te veroordelen tot betaling van de door haar geleden schade van € 578.110, vermeerderd met rente en van de proceskosten.

Hof Amsterdam: werkgever heeft voldoende voorgelicht

Werkgever T vindt dat hij  X voldoende heeft ingelicht over de gevolgen van zijn keuze. Het hof is het daarmee eens en stelt Y in het ongelijk.

Volgens T had X vóór indiensttreding zeven keer informatie  ontvangen over zijn pensioenkeuzes. In al deze meldingen staat dat de pensioenregeling bestaat uit verplichte en vrijwillige risicoverzekeringen. In de begeleidende brief bij de arbeidsovereenkomst stond onder meer: “Je zult voor indiensttreding echter wel al een keuze moeten maken of je verzekerd wilt zijn voor partnerpensioen en/of ANW-hiaatpensioen (zie details in de folder). Je bent hiertoe niet verplicht als je op het formulier persoonlijke gegevens ‘ongehuwd’ of ‘duurzaam gescheiden’ invult. In alle andere gevallen wordt van je verwacht dat je het keuzeformulier invult en ondertekend.” Verder voert T aan dat X ervoor heeft gekozen zich niet aanvullend te verzekeren ten behoeve van zijn partner en dat zijn partner door ondertekening van het formulier hiermee instemde. Ook had T een pensioenbijeenkomst georganiseerd op 12 maart 2013 voor (nieuwe) medewerkers waarvoor X was uitgenodigd. De medewerkers hadden de mogelijkheid om na deze bijeenkomst hun pensioenregeling te wijzigen. Daarnaast ontving X de “startbrief” met informatie over het pensioen. Tot slot verklaarde T op de zitting nog dat X tijdens zijn dienstverband op elke moment zijn pensioenregeling kon wijzigen.

Het Hof wijst de vorderingen van Y af. Het hof hierover: “Daarbij geldt dat voor niemand te voorzien was, en ook niet in de rede lag, dat X zo vroeg zou komen te overlijden, terwijl vaststaat dat voor de vrijwillige pensioenregelingen extra premie betaald diende te worden. Onder die omstandigheden kan niet worden uitgesloten dat X , bewust van de gevolgen, ervoor heeft gekozen geen aanvullende verzekeringen en/of nabestaande pensioen af te sluiten. (…) Hoe onfortuinlijk deze keuze uiteindelijk ook is uitgevallen, het maakt onder de geschetste omstandigheden niet dat T hierdoor onrechtmatig heeft gehandeld dan wel tekort is geschoten in haar verplichtingen als werkgever.

Commentaar

Een pensioenregeling bevat vaak voorzieningen voor de oudedag en overlijden. Ook in de regeling van werkgever T waren deze voorzieningen getroffen. Maar in dit geval was de voorziening bij overlijden vrijwillig. Werknemers van T moeten kiezen of zij deze dekking wel wensen. Dat brengt een risico mee dat er bij overlijden geen uitkeringen voor de partner zijn. 

Om ‘huilende weduwen aan de poort’ te voorkomen is goede voorlichting door de werkgever in die situatie erg  belangrijk. De werkgever moet  er alles aan doen dat werknemers en hun partners zich realiseren wat de consequenties  en risico’s zijn van een besluit om geen partnerpensioen te verzekeren. Maar ook de werknemer heeft een eigen verantwoordelijkheid. Dat bevestigt het hof in deze uitspraak.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Rechtbank Amsterdam, 27 maart 2017

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 14 juni 2017