Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

DNB belicht knelpunten bij Carve-out. Klijnsma reageert

13 oktober 2017

Staatssecretaris Klijnsma vroeg DNB om eventuele blokkades voor een carve out te inventariseren. DNB ziet twee relatief eenvoudig op te lossen knelpunten. Klijnsma schuift de discussie door naar het nieuwe kabinet als onderdeel van de bredere hervorming van het pensioenstelsel.  

Carve out

Bij een carve out is sprake van een splitsing van diverse groepen van personen in een pensioenregeling over meerdere pensioenuitvoerders. De rechten van gepensioneerden worden bijvoorbeeld afgesplitst en ondergebracht bij een andere pensioenuitvoerder. De rechten van de overige deelnemers (actieven en slapers) blijven bij de huidige pensioenuitvoerder achter. Dit kan voordelig zijn voor alle betrokkenen.

Een carve out waarbij het pensioenfonds de pensioenrechten van de gepensioneerden overdraagt aan een verzekeraar kan tot hogere – en onvoorwaardelijke - toeslagen leiden dan bij het pensioenfonds. Daarnaast zijn de nominale pensioenrechten zekerder bij een verzekeraar. De pensioenrechten kunnen daar niet worden gekort. Voor de bij het pensioenfonds achterblijvende deelnemers kan er in het strategisch beleggingsbeleid een verschuiving naar zakelijke waarden plaatsvinden, hetgeen kan leiden tot hogere pensioenuitkomsten. Of het fonds daadwerkelijk een ander beleggingsbeleid gaat voeren, is een beslissing van het bestuur, waarbij sprake moet zijn van een evenwichtige afweging van de belangen van alle betrokkenen. Als hiervan naar het oordeel van DNB geen sprake is, legt DNB een verbod tot collectieve waardeoverdracht op.

Mogelijke blokkades bij Carve out volgens DNB

Bij de behandeling in de Tweede Kamer van de Verzamelwet pensioenen 2017 verzocht het Kamerlid Helma Lodders (VVD) de staatssecretaris van SZW om DNB te vragen naar eventuele blokkades voor een zogenoemde ‘carve out’. Zie ons bericht van 15 juni 2017. DNB antwoordt de staatssecretaris op 22 september. DNB constateert dat de vereiste gelijke behandeling tussen slapers en gepensioneerden die aan dezelfde regeling hebben deelgenomen (art. 58, lid 3 PW) een belemmering vormt. Indien artikel 58, lid 3 zou worden geschrapt, of er aan zou worden toegevoegd dat gelijke behandeling alleen vereist is voor slapers en gepensioneerden in dezelfde regeling en bij dezelfde pensioenuitvoerder, wordt deze belemmering weggenomen. DNB constateert echter wel dat in dat geval het (opnieuw) mogelijk wordt om pensioenregelingen vorm te geven waarin gepensioneerden wel indexatie krijgen en slapers niet. 
 

Een belangrijk aspect bij een carve out is de evenwichtige belangenafweging door het bestuur van het pensioenfonds waarvan sprake moet zijn. DNB geeft aan dat het de betrokken partijen bij de waardeoverdracht, maar ook het toezicht van DNB, zou helpen als (wettelijk) duidelijker is op welke wijze het pensioenvermogen moet worden verdeeld, welke aspecten moeten worden beoordeeld bij evenwichtige belangenafweging, welke analyses hierbij moeten worden gemaakt van de financiële gevolgen voor deelnemers(groepen), over welke elementen moet worden gecommuniceerd aan deelnemers en onder welke omstandigheden geen sprake kan zijn van waardeoverdracht.

Een ander knelpunt dat DNB ziet, is dat bij een carve out sprake is van een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 83 PW. Daarvan kan alleen sprake zijn op basis van één van de in artikel 83 genoemde vier gronden. DNB vraagt zich af of een carve out waarbij een deel van het bestand naar een andere uitvoerder gaat, gekwalificeerd kan worden als “het beëindigen van de uitvoeringsovereenkomst”. Daarvoor draagt DNB echter zelf al een eenvoudige en voor de hand liggende oplossing aan door deze situatie als nieuwe vijfde mogelijkheid toe te voegen aan artikel 83 PW.

Klijnsma reageert schriftelijk naar de Kamer

Op 6 oktober reageerde Klijnsma naar de Tweede Kamer. Volgens haar “ligt het in de rede dat een discussie over de wenselijkheid van wegnemen van de wettelijke belemmeringen voor een carve out van gepensioneerden en van het nader invullen van het kader ter beoordeling van evenwichtige belangen behartiging door een volgend kabinet – in het kader van een bredere hervorming van het pensioenstelsel – wordt geëntameerd”.

Commentaar

DNB constateert dezelfde knelpunten als in de literatuur door diverse schrijvers zijn gesignaleerd. Ook de oplossingsrichting is dezelfde. Zie bijvoorbeeld  TPV 2017/26. Terecht signaleert DNB dat wijzigen van artikel 58 PW kan leiden tot minder indexatie bij slapers. Daartegenover staat dat ook slapers baat hebben bij een carve out. En dat artikel 58, lid 3 in zijn huidige vorm een carve out blokkeert, waardoor actieven, slapers en gepensioneerden niet kunnen profiteren van de voordelen van een carve out. Tenslotte stamt artikel 58, lid 3 PW (en zijn voorgangers) uit een periode waarin van het fenomeen carve out nog geen sprake was.

Het is jammer dat de staatssecretaris de discussie vooruit schuift. Dat ze dit doet naar het volgende kabinet is natuurlijk volstrekt logisch. Maar door het onderdeel te maken van de bredere discussie over de hervorming van het pensioenstelsel, gaat het waarschijnlijk nog wel even duren voor er een oplossing is. En dat terwijl er momenteel diverse partijen on de markt zijn die een carve out overwegen. Daarom pleiten wij er voor om de door DNB voorgestelde aanpassingen zo snel mogelijk door te voeren. Dat is relatief eenvoudig. En wel of geen carve out is nou niet van wezenlijke invloed op de vraag hoe het nieuwe pensioenstelsel er uit moet zien. En de belangen van alle betrokkenen (ook de slapers) blijven geborgd door het voorschrift van artikel 105 PW dat een pensioenfondsbestuur er voor moet zorgen dat zij de belagen van deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden, pensioengerechtigden en de werkgever op evenwichtige wijze behartigt. DNB ziet daarop toe en zal als naar zijn oordeel hiervan geen sprake is een verbod tot de collectieve waardeoverdracht opleggen. Dat is nu al zo en daarvoor is dus de door DNB gewenste verduidelijking niet nodig. Dat neemt niet weg dat een dergelijke verduidelijking zeer wenselijk is. Maar geen reden om niet voortvarend verder te gaan met het opruimen van de belemmeringen voor een carve out.

 

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Brief DNB aan Staatssecretaris Klijnsma van 22 september 2017 en brief van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer van 6 oktober 2017.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 13 oktober 2017.