Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

DNB kan verhuizing pensioenfonds naar België niet blokkeren vanwege daarmee gepaard gaande toezichtsarbitrage

12 september 2018

De Tweede Kamerleden Omtzigt en Slootweg (beide CDA) stelden vragen aan minister Koolmees over de verhuizing van het pensioenfonds van AON naar België. Koolmees antwoordt dat DNB een dergelijke overgang niet mag blokkeren vanwege toezichtsarbitrage. Het Belgische prudentiële kader voldoet aan de minimum voorschriften uit de IORP-richtlijn ten aanzien van de waardering van de pensioenverplichtingen.

Aanleiding; pensioenfonds AON verhuist naar België

Het pensioenfonds van AON kondigde aan zijn pensioenregeling te laten uitvoeren door een Belgische pensioenuitvoerder. De Belgische toezichthouder keurde een model goed dat bijna identiek is aan het Nederlandse CDC-model, dat voorziet in een pensioencontract zonder bijstortverplichting voor de werkgever en de mogelijkheid tot uitgesteld korten. Ten opzichte van het Nederlandse toezicht verschilt het Belgische toezicht op twee belangrijke punten. Ten eerste mag het fonds volledig indexeren bij een dekkingsgraad van minimaal 110%. Ten tweede mag het fonds de dekkingsgraad anders berekenen, waardoor deze door de verhuizing stijgt met 11%. De Kamerleden Omtzigt en Slootweg van het CDA stelden hierover 23 vragen aan minister Koolmees van SZW.

Geen verhuizing maar grensoverschrijdende waardeoverdracht

Minister Koolmees geeft in zijn antwoord aan dat er geen sprake is van een verhuizing of zetelverplaatsing van een Nederlands pensioenfonds, maar van een grensoverschrijdende collectieve waardeoverdracht (CWO) aan een pensioeninstelling uit een andere lidstaat.  

België heeft een prudentieel toezichtkader dat ten opzichte van Nederland meer ‘priciple based’ is. Als gevolg van het principle based toezichtkader is er binnen het Belgische prudentiële kader veel ruimte voor eigen invulling door de pensioenuitvoerder, dan wel de werkgever.

Koolmees geeft aan dat hij daarom in het algemeen geen uitspraken kan doen over de eventuele gevolgen voor de dekkingsgraad van andere Nederlandse ondernemingspensioenfondsen die de in de Nederlandse pensioenregeling opgebouwde pensioenrechten en pensioenaanspraken collectief overdragen aan een pensioenuitvoerder in België. Er is na de CWO naar de Belgische pensioenuitvoerder geen sprake meer van een dekkingsgraad volgens het Nederlandse prudentiële toezichtkader. Op de pensioenregeling zijn het Nederlandse sociaal en arbeidsrecht en de informatieverplichtingen van toepassing en het Belgische prudentiële toezichtkader.

DNB kan overgang niet blokkeren vanwege toezichtsarbitrage

Koolmees geeft desgevraagd aan dat DNB een dergelijke waardeoverdracht niet zonder meer kan blokkeren. DNB beoordeelt ieder verzoek tot CWO, zowel nationaal als internationaal, aan de hand van de daarvoor vastgelegde relevante wet- en regelgeving, waaronder een DNB beleidskader voor de toetsing van CWO’s. De IORP-richtlijn bevat bepalingen die in iedere lidstaat van de EU gelden. Onderdeel daarvan zijn minimum voorschriften ten aanzien van de waardering van pensioenverplichtingen. Het Belgische toezichtskader voldoet daaraan. Koolmees heeft geen reden te twijfelen aan de wijze waarop DNB invulling geeft aan de discretionaire bevoegdheid die DNB heeft inzake de beoordeling van een verzoek tot een grensoverschrijdende CWO. Volgens Koolmees kan DNB onder de huidige wet de waardeoverdracht dan ook niet blokkeren vanwege toezichtsarbitrage. 

Commentaar

De criteria waaraan DNB een (grensoverschrijdende) collectieve waardeoverdracht toetst zijn limitatief vastgelegd in de IORP-richtlijn. Alle staten zijn gehouden deze richtlijn te implementeren in de nationale wet- en regelgeving. Alle bevoegde autoriteiten van de verschillende lidstaten toetsen dan ook aan dezelfde criteria. Nederland mag daar dus niet zelfstandig extra toetsingsvoorwaarden aan stellen.

Het kabinet Rutte III stelt in het regeerakkoord op bladzijde 30; “Het pensioenstelsel blijft een nationale bevoegdheid. Het kabinet wijst extra regels af die hier inbreuk op maken”. Uit de antwoorden van minister Koolmees blijkt echter dat het pensioenstelsel geen nationale bevoegdheid kan blijven, omdat het dat al niet meer volledig is. Dat is nu eenmaal de consequentie van het onderdeel zijn van een vrije markt binnen de EU. 

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Antwoord op Kamervragen van het lid Omtzigt en Slootweg (beide CDA).