Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Door pensioenfonds verstrekte pensioenoverzichten zijn geen rechtshandelingen waaraan deelnemer vertrouwen kan ontlenen.

Door pensioenfonds verstrekte pensioenoverzichten zijn geen rechtshandelingen waaraan deelnemer vertrouwen kan ontlenen.

7 januari 2021

Een pensioenfonds verstrekt onjuiste informatie over de hoogte van de uit te keren pensioenen. De door het fonds verstrekte pensioenoverzichten kunnen niet worden gekwalificeerd als rechtshandelingen. Wat de deelnemer aan ouderdomspensioen mocht en mag verwachten, wordt bepaald door hetgeen hij met zijn werkgever overeenkwam. Het pensioenfonds voert deze overeenkomst slechts uit. De deelnemer kan geen afspraken maken met het fonds die een ruimere strekking hebben dan hetgeen in zijn relatie met de werkgever heeft te gelden.

Onjuiste communicatie over verdeling pensioen bij echtscheiding

X was van 2000 tot 2014 deelnemer in een door een pensioenfonds uitgevoerde pensioenregeling. In de periode 1969-2000 was hij deelnemer in een ander pensioenfonds. De daar opgebouwde waarde werd via een waardeoverdracht overgedragen. 
Het huwelijk van X eindigde door echtscheiding in maart 1998. 
Op 1 juni 2014 ging het ouderdomspensioen van X in. Volgens een brief van het pensioenfonds bedraagt het ouderdomspensioen € 15.855 en het vereveningsdeel € 528. In augustus 2014 deelt het pensioenfonds aan X mede dat de verdeling van het pensioen bij de scheiding niet juist is vastgesteld. Het vereveningsdeel voor de ex-echtgenote bedraagt € 4.378 bruto per jaar.

X maakt bezwaar tegen deze correctie van de bedragen. Het pensioenfonds antwoordt dat zij de gang van zaken betreurt en haar excuses aanbiedt, maar dat het pensioen uiteindelijk correct is vastgesteld. Het namens X in januari 2015 ingediende bezwaar verklaart het pensioenfonds ongegrond. Het vereveningsbedrag wordt daarbij echter wel gecorrigeerd naar € 3.807 per jaar. De Commissie van Beroep van het pensioenfonds verklaart in maart 2016 het door X ingestelde hoger beroep ongegrond. X start een procedure bij de kantonrechter en vraagt een veroordeling van het pensioenfonds om het in juni 20014 gecommuniceerde bedrag aan ouderdomspensioen (€ 15.855) te betalen, dan wel het pensioenfonds te veroordelen tot een financiële compensatie. De kantonrechter wees alle vorderingen van X af.

Hof bekrachtigt in hoger beroep het vonnis van de kantonrechter

X vraagt in hoger beroep het gerechtshof Den Bosch het vonnis van de kantonrechter te vernietigen. Hij vraagt daarbij ook een veroordeling van het pensioenfonds om hem per 1 juni 2014 een ouderdomspensioen te verstrekken overeenkomstig de vóór 8 augustus 2014 aan hem geschetste pensioenvooruitzichten.

Het hof stelt voorop dat pensioenaanspraken voortvloeien uit het pensioenreglement en dat het vereveningsdeel volgt uit de Wet Verevening pensioenrechten bij scheiding. Het hof benadrukt dat goed voor ogen moet worden gehouden welke positie het pensioenfonds inneemt ten opzichte van X. De met zijn werkgever afgesloten pensioenovereenkomst bepaalt wat X aan ouderdomspensioen mocht en mag verwachten. Het pensioenfonds dient deze overeenkomst slechts uit te voeren. In het pensioenreglement is bepaald wat de aanspraken inhouden. X kan geen afspraken maken met het pensioenfonds die een ruimere strekking hebben dan hetgeen in zijn relatie met zijn werkgever heeft te gelden. Deze afspraken liggen vast in het pensioenreglement. Het pensioenfonds is slechts uitvoerder. Het is, volgens het hof, met andere woorden niet aan het pensioenfonds om pensioenafspraken te maken of pensioenaanspraken of rechten aan X toe te kennen.

Het staat volgens het hof vast dat het pensioenfonds X onjuist informeerde en dat het pensioenfonds in de informatieverstrekking niet altijd een voorbehoud maakte. Daarmee is echter volgens het fonds nog niet voldaan aan de voorwaarden voor een rechtshandeling waaraan vertrouwen kan worden ontleend zoals bedoeld in artikel 3:33 en 3:35 van het BW.
Het hof concludeert dat de door het pensioenfonds verstrekte pensioenoverzichten niet anders kunnen worden gekwalificeerd dan informatieverstrekking. Hetgeen daarin is vermeld kan volgens het hof geen op rechtsgevolg gerichte wil van het pensioenfonds betreffen en kon en mocht daarom door X niet als zodanig worden opgevat. Het hof voegt daar aan toe dat het X ook duidelijk geweest moet zijn dat zijn ex-echtgenote recht had op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen. Het in eerste instantie genoemde bedrag voor de ex-echtgenote is zó laag in verhouding tot het aan X uit te keren bedrag, dat X zich had moeten en kunnen realiseren.

Commentaar

Een uitspraak die past in een reeks van de afgelopen jaren. Zie onze nieuwsberichten van 1 oktober 2020, 17 augustus 2020, 22 februari 2020 en 5 februari 2020. De pensioenovereenkomst en het daarop gebaseerde pensioenreglement zijn leidend bij het vaststellen van de pensioenaanspraken en -rechten. Foutieve informatie door een pensioenuitvoerder leidt niet tot andere aanspraken. Aan pensioenoverzichten kan niet het in rechte te honoreren vertrouwen worden ontleend dat de pensioenaanspraken of -rechten hoger zijn dan uit het pensioenreglement voortvloeit. Wel is de pensioenuitvoerder op grond van artikel 48 Pensioenwet verplicht om correcte, duidelijke en evenwichtige informatie te verstrekken. Het verstrekken van onjuiste informatie is dus een onrechtmatige daad, waarvoor de pensioenuitvoerder aansprakelijk is. Maar dan moet de deelnemer aantoonbaar schade geleden hebben als gevolg van de onjuiste informatie. Het enkele feit dat het pensioen lager is dan verwacht, is daarvoor onvoldoende.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Den Bosch, 8 december 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:3767

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 7 januari 2021.