Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Door tekenen afstandsverklaring geen pensioenovereenkomst

11 juli 2017

Op 28 juni 2017 deed de rechtbank Limburg een uitspraak in een zaak die een ex-werknemer aanspande tegen haar voormalige werkgever. Zij vordert met terugwerkende kracht aanmelding in de pensioenregeling. De werkgever stelt dat de werknemer een afstandsverklaring heeft getekend en uit dien hoofde niet in de pensioenregeling is opgenomen. De kantonrechter stelt de werkgever in het gelijk.

De feiten

X gaat op 1 april 2013 werken bij Y BV als medewerker relatie- en polis invoer. In eerste instantie op basis van een tijdelijk contract voor zes maanden. De werkgever verlengde de arbeidsovereenkomst vervolgens met twee jaar. Op 27 maart 2013 tekende X en haar partner een zogenoemde afstandsverklaring met betrekking tot de pensioenregeling. Per 1 september 2015 beëindigde de werkgever, met toestemming van het UWV, de arbeidsovereenkomst met X. Op 28 oktober 2015 vraagt X aan de ex-werkgever om opgenomen te worden als deelnemer in de pensioenregeling van Y BV.

Standpunt werknemer

X stelt dat zij onder druk is gezet om de afstandsverklaring te ondertekenen. De werkgever informeerde haar niet over de gevolgen van de afstand. Er is sprake van verboden onderscheid op grond van het tijdelijke karakter van de arbeidsovereenkomst doordat Y BV werknemers met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wel toelaat tot de pensioenregeling.

Standpunt werkgever

Y BV geeft aan dat hij X wel degelijk heeft geïnformeerd over de gevolgen van de afstandsverklaring. Er is geen sprake van het onder druk tekenen van de afstandsverklaring. Er is rechtsgeldig afstand gedaan en ook geen vernietigingsgrond ingeroepen.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter oordeelt dat X met het ondertekenen van de afstandsverklaring er voor heeft gekozen om geen pensioenovereenkomst te sluiten. Het is niet vast te komen te staan dat zij de verklaring onder druk heeft getekend. Het enkele feit dat de werkgever herhaaldelijk verzocht om de ondertekende afstandsverklaring in te leveren, is onvoldoende onderbouwing voor de stelling dat de verklaring onder druk is getekend.
X kreeg de verklaring mee naar huis en had dus de mogelijkheid om hem in alle rust te lezen en bij eventuele onduidelijkheden daarover aan de werkgever vragen te stellen, of hem niet te tekenen. Voor zover X het stuk niet heeft gelezen (hetgeen zij stelde) is dat een omstandigheid die voor haar eigen risico dient te komen. De stelling dat het ondertekenen van de afstandsverklaring een voorwaarde was voor het sluiten van de arbeidsovereenkomst onderbouwde X verder niet en betwistte de werkgever. De kantonrechter passeerde deze stelling daarom als niet vaststaand. De kantonrechter concludeert dat er geen grond is voor vernietiging van de afstandsverklaring en wijst de vordering van X af.

Commentaar

Sinds de invoering van de Pensioenwet is sprake van een pensioenovereenkomst op basis waarvan een werknemer pensioenaanspraken verwerft. Hiermee is duidelijker dan indertijd onder de PSW dat er sprake is van een tweezijdige handeling. De werkgever doet niet eenzijdig een pensioentoezegging, maar doet het aanbod tot het sluiten van een pensioenovereenkomst. Kenmerk van elke overeenkomst – en dus ook van de pensioenovereenkomst – is dat hij tot stand komt door aanbod en aanvaarding. Bij het al dan niet aanbieden van een pensioenovereenkomst mag de werkgever geen onderscheid maken tussen werknemers met een vast dienstverband en tijdelijke krachten. Maar dat deed de werkgever ook niet. Hij bood X de keuze, wel of niet deelnemen. De keuze voor niet deelnemen volgt automatisch uit het niet aanvaarden door de werknemer van het aanbod tot het sluiten van de pensioenovereenkomst en niet uit de omstandigheid dat sprake was van een tijdelijk  dienstverband. De werkgever legde het niet aanvaarden van het aanbod tot het sluiten van een pensioenovereenkomst vast in de afstandsverklaring. Deze in de pensioenwereld gebruikelijke terminologie is overigens niet helemaal zuiver en daardoor verwarrend. Doordat de werknemer het aanbod niet aanvaardt, komt er geen pensioenovereenkomst tot stand. De werknemer gaat dus per definitie geen pensioenaanspraken verwerven en kan daar dus ook geen afstand van doen. Afstand doe je van iets wat je hebt. Als je (nog) geen pensioenaanspraken hebt, kan je daar dus ook geen afstand van doen.

Deze zaak bewijst overigens wel weer dat het van groot belang is zorgvuldig te handelen indien een werknemer niet in de pensioenregeling opgenomen wil worden. De werkgever moet hem goed informeren over de gevolgen zodat hij er zich van bewust is wat hij doet. De “afstandsverklaring” moet zodanig zijn geformuleerd dat daarover naderhand geen discussie kan ontstaan. En ook de partner moet zich ervan bewust zijn dat er ook geen recht op partnerpensioen is na diens onverhoopte overlijden als de werknemer niet deelneemt in de pensioenregeling. Daarom – en om selectie te voorkomen – zijn de meeste pensioenuitvoerders zeer terughoudend in het accepteren van afstandsverklaringen. Op grond van de uitvoeringsovereenkomst is de werkgever verplicht alle werknemers aan te melden als deelnemer in de pensioenregelingen. Alleen in zeer uitzonderlijke omstandigheden, zoals bijvoorbeeld gemoedsbezwaren, is de pensioenuitvoerder doorgaans bereid hier van af te wijken.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis
Bron: Rechtbank Limburg, 28 juni 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:6071

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 11 juli 2017