Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Dubbele woonplaats sociale verzekeringen

24 juli 2019

Een Turk woont en werkt sinds 1992 in Nederland. Hij verblijft regelmatig in Turkije omdat zijn echtgenote daar nog woont. Volgens de Sociale Verzekeringsbank woont de Turk vanaf 2016 niet meer in Nederland. De Centrale Raad van Beroep vindt echter dat hij in 2016 zijn woonplaats ook in Nederland had.

Omstandigheden

De heer A is in 1939 geboren in Turkije. In 1992 komt A naar Nederland om te wonen en te werken. Zijn echtgenote blijft in Turkije wonen. Kinderen en kleinkinderen van A wonen in Nederland. A huurt samen met zijn zoon een woning in Nederland en draagt bij in de kosten van de huishouding. A verblijft ook regelmatig in Turkije. Vanaf 1 maart 2014 ontvangt A een AOW-uitkering.

Na een onderzoek verklaart de Sociale Verzekeringsbank (Svb) dat A vanaf 2016 niet meer in Nederland woont. Hij is daarom niet meer verzekerd voor de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Zorgverzekeringswet (Zvw). A maakt geen bezwaar tegen het besluit van de Svb. Maar op 13 juli 2016 verzoekt A de Svb hem weer als ingezetene van Nederland te beschouwen. De Svb wijst dit verzoek af. Ook de rechtbank wijst in beroep het verzoek van A af.

Alle omstandigheden bepalen de woonplaats

Tussen partijen is in geschil of A met ingang van 1 januari 2016 verzekerd is voor de Wlz en de Zvw op grond van ingezetenschap. Ingezetene in de zin van de wet is degene die in Nederland woont. Waar iemand woont wordt beoordeel naar de omstandigheden. In het arrest van 4 maart 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BP6285) stelt de Hoge Raad dat bij het bepalen waar iemand woont, acht moet worden geslagen op alle in aanmerking komende omstandigheden van het geval. Er moet een duurzame band van persoonlijke aard bestaan tussen de betrokkene en Nederland. Die duurzame band hoeft niet sterker te zijn dan de band met enig ander land, aldus de Hoge Raad. Het is voor een woonplaats hier te lande daarom niet noodzakelijk dat het middelpunt van iemands maatschappelijk leven zich in Nederland bevindt. In zijn arrest van 22 december 1971 (ECLI:NL:HR:1971:AX4909) heeft de Hoge Raad hierover al overwogen dat iemand tegelijkertijd zowel met Nederland als met een ander land zodanig duurzame betrekkingen van persoonlijke aard kan onderhouden dat gezegd moet worden dat hij in beide landen woont..

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) vindt dat A in 2016 (ook) woonplaats in Nederland had. Volgens de CRvB is hierbij van belang dat A enige decennia in Nederland heeft gewoond, hij in Nederland beschikt over een duurzame woning, een aantal van zijn kinderen en kleinkinderen in Nederland wonen en A nooit de intentie heeft geuit zich blijvend buiten Nederland te vestigen. De intentie om zich blijvend buiten Nederland te vestigen is ook niet uit de omstandigheden af te leiden. Dat A al gedurende enige jaren voor lange en minder lange periodes bij zijn echtgenote in Turkije verblijft, doet volgens de CRvB niet af aan de duurzame band van persoonlijke aard tussen A en Nederland. De CRvB vernietigt de uitspraak van de rechtbank en merkt A vanaf 2016 weer aan als verzekerde voor de Wlz en de Zvw.

Commentaar

Om in aanmerking te komen voor de Nederlandse sociale zekerheid moet iemand in Nederland wonen. Of iemand in Nederland woont moet naar omstandigheden bepaald worden. Doorslaggevend daarbij is volgens de Hoge Raad of er een duurzame band van persoonlijke aard bestaat tussen de betrokkene en Nederland. Minder van belang is of de betrokkenen ook regelmatig en langdurig verblijft in een ander land. Het is zelfs mogelijk dat iemand in meer dan één land, zijn woonplaats heeft. Wanneer er in die situatie een Sociaal Zekerheidsverdrag is tussen desbetreffende landen, bepaalt het Verdrag in welk land de betrokkene dan verzekerd is en moet betalen voor de sociale zekerheid.

In dit geval verbleef A periodes in Nederland en in Turkije. In de periode direct voorafgaand aan 2016 bleek het verblijf in Turkije zelfs langer te duren dan het verblijf in Nederland. Maar ook in dit geval is er volgens de CRvB nog sprake van dat A in Nederland woont.

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Centrale Raad van Beroep, 20 juni 2019

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 24 juli 2019