Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Echtscheiding, continuïteit onderneming bepalend bij afstorten pensioen

21 augustus 2014

Bij echtscheiding van de DGA kan de ex-partner ook eisen dat de BV het in eigen beheer opgebouwde pensioen afstort bij een verzekeraar. De DGA kan deze eis weerleggen als blijkt dat door de afstorting de continuïteit van de onderneming van de BV in gevaar komt.

Geschil

Een man en vrouw waren gehuwd op huwelijkse voorwaarden. Het huwelijk werd in 2008 ontbonden door echtscheiding. De man was directeur enig aandeelhouder (DGA) van Man International Beheer BV. Deze BV was aandeelhouder van verschillende andere vennootschappen waaronder Man Enterprises Ltd (hierna Ltd.). De vrouw was in loondienst van Ltd. en had bij deze Ltd. pensioenaanspraken opgebouwd. Deze pensioenaanspraken werden door de Ltd. in eigen beheer gehouden.

Bij de echtscheiding vordert de vrouw dat de Ltd. haar pensioenaanspraken herverzekert bij een professionele verzekeraar. Op basis van een deskundigenrapport verwerpt de Rechtbank deze eis. De Rechtbank oordeelt, dat uit het deskundigen rapport voldoende blijkt, dat de Ltd. de benodigde liquide middelen niet kan vrijmaken of op een andere manier kan verkrijgen, zonder de continuïteit van haarzelf  en de onderneming waaraan zij is verbonden in gevaar te brengen. In een andere zaak oordeelde de Rechtbank Rotterdam vergelijkbaar. Zie ons bericht van 21 maart 2011.

De vrouw verzet zich tegen dit oordeel. Volgens haar maakt de Ltd. deel uit van een groep van vennootschappen. En is niet onderzocht of in andere vennootschappen die tot deze groep behoren wel voldoende middelen aanwezig zijn. Als toch blijkt dat er in de groep niet voldoende middelen aanwezig zijn wil de vrouw dat het pensioen gespreid wordt afgestort. Waarbij de Ltd. zekerheden biedt dat dit daadwerkelijk zal gebeuren. Te meer omdat de Ltd. de pensioenaanspraken, op grond van de Pensioenwet, niet in eigen beheer had mogen houden. De vrouw was immers niet direct of indirect aandeelhouder van Ltd.

Gerechtshof

Het Hof twijfelt niet aan de inhoud van het deskundigenrapport. Volgens het Hof is in dit rapport de onderneming als geheel onderzocht. Dus is er ook rekening gehouden met de andere vennootschappen. Verder is volgens het Hof nog van belang het verschil in de waarde van de verplichting op de balans van de Ltd. - € 45.587 - en de commerciële waarde - € 144.442 - die als grondslag dient voor de koopsom die moet worden betaald aan een verzekeraar. Op grond van deze omstandigheden verwerpt het Hof de eisen van de vrouw.

Commentaar

Het is opvallend dat het Hof niet ingaat op de eis van gespreide betaling. Bleek uit het deskundigenrapport dat dit ook niet mogelijk was? Overigens mag naar onze mening de vrouw  op een later moment - wanneer de continuïteit niet langer in gevaar wordt gebracht  - alsnog afstorting van de koopsom eisen. Ze moet op dat moment wel kunnen aantonen dat de Ltd. dan wel voldoende middelen hiervoor heeft.

Bijzonder in deze rechtszaak is dat de vrouw afstorting eist van het door haar opgebouwde pensioen. Een pensioen dat - ten onrechte -  in eigen beheer is verzekerd. Het Hof trekt daarbij een parallel met afstorting van een verevend pensioen: brengt de overdracht de continuïteit van de onderneming in gevaar. Het is de vraag of het oordeel van de Rechtbank en het Hof anders was geweest als de vrouw zich had beroepen op de Pensioenwet (of de voorganger daar van de PSW). Op grond van die wet moeten pensioenaanspraken worden ondergebracht bij een professionele verzekeraar of pensioenfonds. Alleen voor een DGA geldt hiervoor een uitzondering. Daarvoor mogen de pensioenaanspraken in eigen beheer worden gehouden. De vrouw was in deze zaak niet zelf DGA, maar de echtgenote van de DGA. Haar pensioenaanspraken hadden op grond van de Pensioenwet dan ook niet in eigen beheer gehouden mogen worden.

Met een beroep op de onderbrengingsplicht van de werkgever zoals opgenomen in artikel 23 Pensioenwet, had de vrouw haar doel wellicht wel bereikt. Artikel 23 PW kent geen voorwaarden ter zake van liquiditeit, solvabiliteit en continuïteit van de onderneming. Sterker nog, niet nakoming van de onderbrengingsplicht van artikel 23 PW kan worden bestraft met een boete van maximaal € 1.000.000,-. Maar, nu zij nakoming van de verplichtingen van artikel 23 PW niet heeft gevorderd, mag de rechter daar ook niet op ingaan. Dan treedt hij namelijk buiten de rechtsstrijd van de partijen.

Deze uitspraak kan nog een fiscaal staartje krijgen voor de vrouw. Nu duidelijk is dat haar pensioen wordt uitgevoerd door een verzekeraar die volgens de Wet op de loonbelasting niet als verzekeraar mag optreden. Daardoor is de omkeerregel niet van toepassing en heeft zij dus een belaste pensioenaanspraak gehad.

 

Auteurs: Vera Hek en Paul Lavrijssen, adviseurs Aegon Adfis
Bron: Gerechtshof 's Hertogenbosch, 05-08-2014. Nr. 2014:2650