Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Elk voordeel heeft zijn nadeel

17 oktober 2019

De combinatie leeftijdsontslag op de AOW-datum en de langzamere verhoging van de AOW-datum veroorzaakt voor ambtenaren een lagere pensioenuitkering. Maar niet alleen voor ambtenaren.

Kamervragen gevolgen temporisering verhoging AOW-datum op pensioen

Door de Wet temporisering AOW-leeftijd gaat de AOW-uitkering drie tot tien maanden eerder in. Zie ook ons nieuwsbericht van 19 juni 2019.

Eén van de situaties waarin een arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt, is het moment waarop de AOW ingaat. Zie ook ons nieuwsbericht hierover van 7 oktober 2019. Dit geldt ook voor ambtenaren. Door de Wet temporisering AOW-leeftijd vindt het ontslag met ingang van 2020 eerder plaats dan onder het eerdere AOW-tijdpad.

Kamerleden Van der Linde en Middendorp (beiden VVD) vroegen de minister naar de gevolgen van dit ontslag op de AOW-ingangsdatum voor de pensioenopbouw bij het ABP.

De minister antwoordde daarop dat eerder stoppen met werken twee effecten heeft:

  1. De pensioenopbouw stopt eerder. Daardoor wordt het ouderdoms- en nabestaandenpensioen lager; en
  2. Door de Wet temporiseringverhoging AOW-leeftijd gaat het ouderdomspensioen eerder in. De hoogte van de jaarlijkse ouderdomsuitkering wordt daardoor ook lager.

 

In zijn antwoord wijst de minister erop dat de lagere AOW-ingangsleeftijd niet alleen maar nadelen heeft. Ten opzichte van de ambtenaren waarvoor de oude AOW-datum gold, bouwen de ambtenaren wiens pensioen nog niet is ingegaan langer pensioen op dan hun reeds gepensioneerde collega’s. En verder heeft een eerdere AOW-datum tot gevolg dat zij eerder geen AOW-premie meer verschuldigd zijn dan wanneer hun AOW-datum niet zou zijn vervroegd, aldus de minister.

Opbouw aanvullend pensioen bij doorwerken na AOW-ingang

Ook vroegen de Kamerleden de minister of de pensioenopbouw van ambtenaren bij doorwerken kan doorgaan.

Volgens de minister geldt voor Rijksambtenaren dat deze vanaf 1 januari 2020 worden ontslagen bij het bereiken van de AOW-leeftijd. Als deze ambtenaar mag doorwerken krijgt hij een nieuwe (tijdelijke) arbeidsovereenkomst en is hij volgens de Wet privatisering ABP geen ambtenaar meer. Deze ambtenaar kan dan vrijwillig en voor eigen rekening deelnemen aan de pensioenregeling van het ABP tot maximaal vijf jaar na de AOW-leeftijd.

In tegenstelling tot het Rijk kunnen gemeenten in bijzondere gevallen afzien van ontslag op de AOW-leeftijd als de werknemer daarmee instemt. Dan blijft de pensioenopbouw op dezelfde wijze doorlopen als voor het bereiken van de AOW-leeftijd, tot maximaal vijf jaar na de AOW-leeftijd.

Moet langer doorwerken na AOW-leeftijd mogelijk zijn?

De Kamerleden vroegen de minister of de gewijzigde AOW-leeftijd een specifiek geval is waardoor langer doorwerken mogelijk moet zijn.

Volgens de minister is wel of niet langer doorwerken na de AOW-leeftijd een beslissing van de werkgever en de werknemer. Volgens de minister zijn belemmeringen voor het doorwerken na de AOW-leeftijd weggenomen door de Wet werken na AOW-leeftijd. In de cao Rijk 2018-2020 is afgesproken dat de leidinggevende en medewerker overeenstemming moeten bereiken over eventueel doorwerken na de AOW-leeftijd. Naast het werkgeversbelang weegt het belang van de medewerker mee en zal er altijd sprake zijn van maatwerk.

Commentaar

Elk voordeel heeft zijn nadeel. Dat geldt ook voor de vertraagde verhoging van de AOW-leeftijd uit het Pensioenakkoord, die door de vakbonden zwaar bevochten is.

Tegenover het voordeel dat AOW-uitkering volgens het Pensioenakkoord eerder ingaat, staat onder meer het nadeel van een lagere aanvullende pensioenuitkering als gevolg van het van rechtswege eindigen van de arbeidsovereenkomst op de AOW-ingangsdatum. Dit speelt niet alleen bij (Rijks)ambtenaren, maar ook voor veel andere werknemers. Immers, bij de meeste werkgevers wijkt de pensioenrichtleeftijd (veelal 68 jaar) af van de AOW-datum (nu 66 jaar en vier maanden; in 2024 67 jaar) en eindigt de arbeidsovereenkomst van rechtswege op die AOW-datum. Dit probleem is overigens niet ontstaan als gevolg van de langzamere verhoging van de AOW-datum. Het ontstond al in 2014, toen de pensioenrichtleeftijd bij eenzelfde levensverwachting met één jaar werd verhoogd en de AOW-leeftijd met drie maanden.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Kamervragen Koolmees leeftijdsontslag in het kader van Pensioenakkoord, 8 oktober 2019

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 16 oktober 2019