Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

EU-verbod leeftijdsdiscriminatie geldt rechtstreeks voor werkgever

23 mei 2016

Het EU-verbod van leeftijdsdiscriminatie geldt ook bij de toekenning van een ontslagvergoeding. De nationale rechter kan zich niet beroepen op zijn vaste rechtspraak als die in strijd is met het EU-recht. Dit antwoordde het EU-Hof op vragen van het Deens Hooggerechtshof.

Te oud voor een ontslagvergoeding

De werkgever van de heer Rasmussen ontsloeg hem op de leeftijd van 60 jaar. Normaal gesproken ontvangen ontslagen werknemers in Denemarken een speciale ontslagvergoeding om herintreding te bevorderen, maar hierop maakt de Deense wet een uitzondering. Een ontslagen werknemer kan geen aanspraak maken op een ontslagvergoeding als hij aan de volgende twee voorwaarden voldoet. Op het tijdstip van vertrek moet hij 60 jaar of ouder zijn. En hij moet recht hebben op een door de werkgever betaald ouderdomspensioen op grond van een pensioenregeling waartoe hij voor het bereiken van zijn vijftigste levensjaar is toegetreden. Rasmussen voldeed aan beide voorwaarden en kreeg geen ontslagvergoeding. Hij liet het er niet bij zitten en stapte naar de Deense rechter.

Vraag aan het Europese Hof van Justitie

Het EU-verbod op leeftijdsdiscriminatie heeft vorm gekregen in Richtlijn 2000/78 inzake discriminatie in het kader van arbeid en beroep. Maar richtlijnen gelden over het algemeen niet tussen twee particulieren, zoals de werkgever en (oud)werknemer. De Deense wetgever implementeerde deze richtlijn in de Deense wetgeving. En in die wetgeving staat tevens de uitzondering van het toekennen van een ontslagvergoeding op grond van leeftijd. Deze twee bepalingen zijn tegenstrijdig. Het Deense Hooggerechtshof vroeg het Europese Hof van Justitie (het Hof) of het verbod op leeftijdsdiscriminiatie zich verzet tegen de Deense regeling. Daarnaast vroeg hij of een rechtstreekse toepassing van het verbod op discriminatie in deze richtlijn tussen particulieren zou moeten wijken voor de algemene beginselen van rechtszekerheid en gewettigd vertrouwen. Dit omdat de Deense rechters de Deense regeling altijd verenigbaar verklaarden met de richtlijn, en werkgevers daarop mochten vertrouwen.

Uitspraak van het Hof

Het Hof stelt dat de Deense regeling, door op algemene wijze een hele categorie van werknemers van ontslagvergoeding uit te sluiten, binnen de werkingssfeer van het EU-recht valt. Omdat zijn leeftijd de enige grond is waarom Rasmussen niet in aanmerking kwam voor de speciale vergoeding, wordt hij gediscrimineerd op basis van leeftijd. Het verbod op leeftijdsdiscriminatie, zoals vorm gegeven in de richtlijn, verzet zich tegen de Deense regeling.

Daarom ook kan de Deense rechter het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel niet aanvoeren om het discriminatieverbod buiten toepassing te laten. Het Hof stelt dat het de taak is van rechterlijke instanties om de volle werking van het EU-recht te waarborgen. De richtlijn geldt dan wel niet tussen particulieren, maar de verplichting voor de lidstaten om de doelen uit de richtlijn te verwezenlijken, geldt ook voor de nationale rechter. De rechter moet de nationale regeling conform het recht van de EU (de richtlijn) uitleggen. Dit kan volgens het Hof ook inhouden dat vaste rechtspraak in Denemarken wordt gewijzigd. Als dit niet kan, moet de nationale regeling die in strijd is met het EU-recht buiten toepassing worden gelaten. De nationale rechter mag in dat geval het beroep van de werkgever op het rechtszekerheidsbeginsel of vertrouwensbeginsel niet honoreren.

Commentaar

De uitspraak van het Hof is duidelijk. Nationale wetgeving mag niet afwijken van het EU-recht. Ook wanneer een bepaling uit nationale wetgeving door de nationale rechters wordt toegepast geen beroep worden gedaan op rechtszekerheid of vertrouwen. Zoals het Hof stelt: rechters moeten de volle werking van het EU-recht waarborgen.

Auteur: Erik Schouten, adviseur internationale pensioenen Aegon Adfis

Bronnen:

  • Arrest van het Hof van Justitie, C‑441/14, 19 april 2016, (Dansk Industri/Karsten Eigil Rasmussen), ECLI:EU:C:2016:278
  • Expertisecentrum Europees Recht, Ministerie van Buitenlandse Zaken, Nieuwsbericht 19 mei 2016.

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 23 mei 2016.