Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Europese Commissie daagt Nederland voor Europese Hof voor belasten internationale waardeoverdracht.

Europese Commissie daagt Nederland voor Europese Hof voor belasten internationale waardeoverdracht.

18 mei 2020

De Europese Commissie daagt Nederland voor het Hof van Justitie omdat overdrachten van pensioenkapitaal naar buitenlandse pensioenuitvoerders worden belast als de mogelijkheden tot afkoop daardoor ruimer worden dan voorzien in de Pensioenwet. Dit vormt een beperking van het vrije verkeer van werknemers, het vrij verrichten van diensten en het vrije verkeer van kapitaal.

Internationale waardeoverdracht

Artikel 88 Pensioenwet (PW) geeft pensioenuitvoerders de bevoegdheid om op verzoek van een gewezen deelnemer de waarde van zijn pensioenaanspraken over te dragen aan een pensioenuitvoerder uit een andere lidstaat. Een belangrijke voorwaarde daarbij is dat de mogelijkheden tot afkoop van de waarde van de overgedragen pensioenaanspraken na waardeoverdracht niet ruimer zijn dan op basis van de Pensioenwet.

Op grond van artikel 19b, tweede lid Wet LB 1964 wordt als een pensioenverplichting overgaat op een andere verzekeraar de pensioenaanspraak geacht te zijn afgekocht, tenzij die andere verzekeraar een toegelaten verzekeraar is als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel a, b of d Wet LB 1964 (een pensioenfonds, een pensioenverzekeraar of een door de minister van Financiën aangewezen pensioenuitvoerder) en de waardeoverdracht niet in strijd is met de bepalingen uit de Pensioenwet (artikelen 70 t/m 91 PW). 
Waardeoverdracht naar een buitenlandse pensioenuitvoerder die niet is aangewezen door de minister en/of waardeoverdracht waardoor een ruimere afkoopmogelijkheid ontstaat wordt dus beschouwd als afkoop, waardoor op grond van artikel 19b, eerste lid onderdeel b Wet LB 1964 op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip de aanspraak wordt aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking. Er is loonheffing en revisierente verschuldigd over de waarde in het economische verkeer van de aanspraak.

Met redenen omkleed advies

De Europese Commissie vindt dat de Nederlandse wetgeving een beperking vormt van het vrije verkeer van werknemers (artikel 45 VWEU), het vrij verrichten van diensten (artikel 56 VWEU) en het vrije verkeer van kapitaal (artikel 63 VWEU). Daarom zette de Commissie op 19 juli 2018 de eerste stap in de zogenoemde inbreukprocedure door Nederland een met redenen omkleed advies te sturen omdat het belastingen heft over overdrachten van pensioenkapitaal door mobiele werknemers aan de EU-lidstaten die ruimere afkoopmogelijkheden kennen dan Nederland doordat zij pensioenuitkeringen in andere vormen dan annuïteiten toestaan. De Commissie kondigde hierbij aan dat als Nederland binnen twee maanden geen maatregelen neemt, zij de zaak aanhangig kan maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Naar het Europese Hof

De Commissie besloot op 14 mei 2020 Nederland daadwerkelijk voor het Europese Hof van Justitie te dagen omdat Nederland nog geen gevolg heeft gegeven aan het met redenen omklede advies. Naar EU-recht staat het mobiele werknemers vrij een baan te aanvaarden in een lidstaat die volledige of gedeeltelijke uitkering van pensioenen in de vorm van een vast bedrag toestaat. Twaalf lidstaten staan pensioenuitkering in de vorm van een vast bedrag toe: België, Denemarken, Duitsland, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Luxemburg, Oostenrijk, Slowakije, Spanje en Tsjechië. Het heffen van belasting op overdrachten van pensioenkapitaal naar deze lidstaten, terwijl dit niet het geval is bij binnenlandse overdrachten, vormt volgens de Commissie een ernstige belemmering voor het vrije verkeer van werknemers, het vrij verrichten van diensten en het vrije verkeer van kapitaal.

De betrokken Nederlandse wettelijke regeling vormt volgens de Commissie  derhalve een beperking van het vrije verkeer van werknemers, het vrij verrichten van diensten en het vrije verkeer van kapitaal.

Commentaar

De eis dat waardeoverdracht naar een buitenlandse uitvoerder alleen mogelijk is als de mogelijkheden tot afkoop van de waarde van de overgedragen pensioenaanspraken na waardeoverdracht niet ruimer zijn dan op basis van de Pensioenwet, is blijkens de parlementaire toelichting op de Pensioenwet welbewust en expliciet in de Nederlandse wetgeving opgenomen (Kamerstukken II, 2005-2006, 30 413, nr. 3, blz. 102). Door de koppeling van de toegestane waardeoverdrachten in de PW met de fiscale regelgeving van artikel 19b, tweede lid Wet LB 1964 leidt een in de PW niet toegestane internationale waardeoverdracht tot een belaste afkoop.

Weliswaar zijn de directe belastingen nadrukkelijk het domein van de individuele lidstaten, maar dit neemt niet weg dat lidstaten zich ook op dit terrein moeten houden aan het gemeenschapsrecht. Het Europese Hof van justitie bepaalde al in 1995: “ofschoon bij de huidige stand van het gemeenschapsrecht de directe belastingen als zodanig niet tot de bevoegdheidssfeer van de Gemeenschap behoren, zijn de lidstaten niettemin verplicht om de bij hen verbleven bevoegdheden in overeenstemming met het gemeenschapsrecht uit te oefenen” (HvJ 14 februari 1995, C 279/93, Schumacker).

Pensioenen en Europa zijn in steeds grotere mate een moeizaam punt voor Nederland. Nederland houdt graag volledige zeggenschap over de pensioenen. Daarom nam het kabinet Rutte III in het regeerakkoord zelfs de volgende passage op: “het pensioenstelsel blijft een nationale bevoegdheid” (Vertrouwen in de toekomst, blz. 30).
Uit deze door de Commissie aangespannen procedure blijkt weer eens dat dit een illusie is. Het pensioenstelsel kan geen nationale bevoegdheid blijven, omdat het dat al niet meer is.

Overigens kondigde minister Koolmees als onderdeel van het Pensioenakkoord onlangs aan gedeeltelijke afkoop op pensioeningangsdatum mogelijk te maken. Zie ons nieuwsbericht van 26 november 2019. Maar dat is kennelijk voor de Commissie (nog) niet voldoende.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Mededeling van de Europese Commissie , 14 mei 2020

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 18 mei 2020.