Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Ex-partner moet meewerken aan omzetting PEB in een ODV

5 april 2018

 

In 2017 zijn een man en een vrouw (DGA) gescheiden. De vrouw wil haar pensioen in eigen beheer omzetten in een ODV. Haar man geeft hiervoor geen toestemming. De rechtbank vindt dat de man dit op grond van de huwelijkse voorwaarden en postrelationele solidariteit wel moet doen.

Pensioen en echtscheiding

Een man en een vrouw zijn in 1992 gehuwd. Zij kwamen huwelijkse voorwaarden overeen. Volgens deze voorwaarden vindt bij echtscheiding een verrekening van hun vermogens plaats alsof  tussen hen algehele gemeenschap van goederen had bestaan (finaal verrekenbeding). Door de rechtbank is op 29 november 2017 de echtscheiding tussen de man en de vrouw uitgesproken.

De vrouw is DGA en heeft aanspraken op pensioen, die haar BV in eigen beheer houdt (PEB). Eind 2015 bedraagt de fiscale waarde van de pensioenverplichting € 1.661.655 en de commerciële waarde € 5.786.002. Het verschil tussen de fiscale- en de commerciële waarde (€ 4.124.347) leidt tot een negatief vermogen van de BV ter grootte van € 3.048.377. Door dit negatieve vermogen kan de BV geen dividend uitkeren.

De Wet uitfasering PEB biedt de vrouw de mogelijkheid om van de dividendklem af te komen. Zij wil daarom gebruik maken van de faciliteiten die deze wet biedt. Maar de BV bezit onvoldoende liquiditeiten om het pensioen af te kopen. Door afstempelen van het pensioen, gevolgd door omzetting van het PEB in een oudedagsverplichting (ODV), stijgt het eigen vermogen van de BV waardoor deze in de toekomst weer dividend kan uitkeren. De vrouw wil dat haar ex-echtgenoot instemming verleent voor het afstempelen en omzetten van het PEB in een ODV. Zij wil hem een zelfstandig recht op de ODV geven. Verder wil de vrouw dat de geconverteerde waarde van elders verzekerde pensioenrechten van hen beiden ingebracht worden in het zelfstandige aandeel in de ODV.

De man weigert om in te stemmen met de afstempeling van het pensioen en omzetting in een ODV. Hij meent dat hij beter af is met het voortbestaan van het PEB en verevening volgens de Wet pensioenverevening bij scheiding (Wvps).

Instemming verplicht

De rechtbank stelt vast dat er sprake is van onderdekking. Dat wil zeggen dat de BV niet voldoende middelen bezit om het pensioen na te komen. Volgens recente jurisprudentie geldt daarbij de zogenaamde post relationele solidariteit. Dat houdt in dat de nog wel aanwezige beschikbare middelen van de BV in gelijke delen worden toebedeeld aan het pensioen voor de vrouw (DGA) en de man. In ons bericht van 24 april 2017 kunt u meer lezen over de postrelationele solidariteit.

De post relationele solidariteit geldt volgens de rechtbank ook bij de compensatie voor afstempelen van de pensioenaanspraken gevolgd door afkoop of omzetting hiervan in een ODV. Maar gezien de huwelijkse voorwaarden hoeft de man niet gecompenseerd te worden voor de waardestijging van de aandelen door het afstempelen van het pensioen. Op grond van het finale verrekenbeding deelt hij in deze waardestijging. Voor de vrouw is het afstempelen van het pensioen gevolgd door omzetting een ODV veel gunstiger dan het premievrij aanhouden van deze aanspraken. Immers in het laatste geval wordt het verschil tussen de fiscale- en de commerciële waarde steeds groter. Door omzetting in de ODV kan de BV weer dividend uitkeren. Dat biedt de vrouw meer ruimte om aan haar alimentatieverplichting te voldoen.

Omdat de omzetting in de ODV veel gunstiger is voor de vrouw en volgens de rechtbank niet ongunstiger is voor de man veroordeelt de rechter de man om in te stemmen met de gevraagde omzetting.

De rechtbank volgt de vrouw niet in haar verzoek om de geconverteerde rechten van de elders verzekerde pensioenen te verrekenen met het aandeel in de ODV. Want dit is in strijd met de Wvps. In de Wvps is een wettelijk recht op verevening opgenomen. Partijen kunnen hier in gezamenlijk overleg van afwijken en bijvoorbeeld het pensioen laten converteren. De wet biedt geen ruimte om conversie te laten afdwingen door één van de partijen.

De rechtbank wijst ook het verzoek van de vrouw af om een deel van de ODV te converteren in een eigen recht voor de man. Zij heeft dit verzoek onvoldoende onderbouwd. De rechtbank onderzoekt niet verder of conversie van de ODV überhaupt mogelijk is. Maar geeft ten overvloede aan:

“(…) dat zij met de man van mening is dat het wenselijk is dat zowel de man als de vrouw, voor zover mogelijk, een eigen ODV-aanspraak krijgen, gezien de hierboven genoemde nadelen voor de man bij het omzetten van PEB in een ODV-verplichting. De rechtbank gaat ervan uit dat de vrouw haar toezegging om een eigen ODV-aanspraak voor de man te bewerkstelligen, voor zover dus mogelijk, gestand houdt.”

Commentaar

In de parlementaire behandeling van de Wet uitfasering PEB is uitgebreid stil gestaan bij de positie van de (gewezen) partner van de DGA. Want deze partner had ook bij echtscheiding op basis van de Wvps recht op een deel van het in eigen beheer opgebouwde pensioen. Door afstempelen en afkoop of omzetting van het PEB verdwijnt het pensioen helemaal en dus ook de voorwaardelijke rechten van de partner bij echtscheiding. Vandaar dat de wetgever de partner wil beschermen. Voor afkoop of omzetting van het PEB in een ODV is toestemming nodig van de partner en moet hij in voorkomende gevallen worden gecompenseerd.

Het is gezien de wetsgeschiedenis opmerkelijk dat de rechtbank in dit geval de (gewezen) partner van de DGA dwingt om in te stemmen met de omzetting van het PEB in een ODV. De rechtbank oordeelt dat de partner hier niets tekort komt vanwege de post relationele solidariteit bij onderdekking van het pensioen en doordat hij op grond van het finale verrekening beding meedeelt in de waardestijging van de aandelen. Maar de partner doet liever een beroep op de Wvps. Hij acht dan de kans aanwezig om een groter deel van zijn pensioen te ontvangen dan bij afstempeling gevolgd door omzetting in een ODV. Kennelijk is de partner van de DGA minder goed beschermd dan de staatssecretaris in de parlementaire behandeling deed voorkomen.

Wij zijn benieuwd of de partner in hoger beroep gaat. Zo niet, dan verwachten wij nog wel meer uitspraken waarin de medewerking van de (gewezen) partner wordt afgedwongen.

Een ander interessant aspect van deze uitspraak is het al dan niet realiseren van een eigen ODV-aanspraak voor de partner. De rechtbank is hier voorzichtig in. De wetgeving biedt de mogelijkheid om bij echtscheiding de ODV – net als bij pensioen – fiscaal geruisloos toe te delen aan de partners. Dit kan echter niet staande het huwelijk. Tijdens het huwelijk worden de uitkeringen uit de ODV fiscaal toegerekend  aan de DGA.

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Amsterdam, 31 januari 2018

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 3 april 2018.