Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Expatregeling voor grensarbeiders?

21 februari 2017

De Tweede Kamer vroeg minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te reageren op een oproep om een expatregeling te introduceren voor grensarbeiders in de loon- of inkomstenbelastingsfeer. Volgens de minister heeft zo’n expatregeling geen effect op grensarbeiders die alleen in het werkland belasting op arbeid betalen.

Artikel in NRC over grensarbeiders

Leden van de Tweede Kamer stelden de vragen naar aanleiding van een artikel in het NRC met als titel ‘Geef grenswerkers belastingkorting’. In dat artikel stellen gedeputeerden van Gelderland, Overijssel, Drenthe en Groningen dat er voor Nederlanders die over de grens in Duitsland en België werken te veel financiële hindernissen zijn. De verschillen in belasting, verzekering en sociale zekerheid met die landen moeten volgens hen verdwijnen. Als het te ingewikkeld is die verschillen op te heffen moet het kabinet overwegen grenswerkers eenzelfde soort belastingkorting te geven als expats. Expats betalen geen belasting over 30 procent van hun salaris. „Waarom maken we wel een uitzondering voor de voetbalmiljonair en niet voor de machinemonteur uit Aalten die bij de Ibenafabriek in Bocholt werkt?” , aldus de gedeputeerden.

Minister: harmonisatie wetgeving geen haalbare kaart

Het kabinet en de grensregio’s zetten voor fiscale verschillen en verschillen in sociale verzekeringsstelsels fors in op het optimaliseren van de informatievoorziening voor grenswerkers. Met als doel dat de verschillen inzichtelijk worden. Nederland, België en Duitsland verschillen van elkaar, net zo als Duitsland en België ook weer verschillen van hun andere buurlanden. Dat geldt voor veel onderwerpen, zoals taal, cultuur, onderwijssystemen, maar ook belastingen en sociale zekerheid. Harmoniseren van wetgeving hierop is volgens de minister in het algemeen geen haalbare kaart. Lidstaten, ook Nederland, hechten immers aan het nationale primaat voor het sociaal-economisch beleid, zoals de organisatie van de arbeidsmarkt, loonvorming, sociale zekerheid en pensioenen. Dat betekent dat de (potentiële) grenswerker zich zal moet verdiepen in de stelsels van het potentiële werkland om te bepalen wat de verplichtingen, rechten en (financiële) gevolgen zijn van werken over de grens.

Naast deze informatievoorziening is het ook van belang dat generieke negatieve effecten van verschillen worden verzacht. Zo zijn er compensatieregelingen voor de inkomstenbelasting van kracht voor grenswerkers.

Voor de sociale zekerheid is op Europees niveau sprake van coördinatie, en niet van harmonisatie. Dit geeft duidelijkheid wanneer men onder de regelingen van het werkland (hoofdregel), en wanneer men onder de regelingen van het woonland valt. Het voorkomen van financiële nadelen voor grensarbeiders is verweven in de Europese verordening sociale zekerheid (883/2004). Mochten er voor grensarbeiders bij overgang van het ene stelsel naar het andere overbruggingsproblemen ontstaan, dan kunnen uitvoeringsorganisaties dit oplossen door maatwerkafspraken.

Expatregeling heeft geen zin

Een Nederlandse expatregeling in de loon- of inkomstenbelastingsfeer zal volgens de minister geen effect hebben op grenswerkers die werkzaam zijn in een ander land en alleen in dat werkland belasting op arbeid betalen. Om ervoor te zorgen dat grenswerkers zo min mogelijk nadeel ondervinden door verschillen in belastingheffing zijn er compensatieregelingen in de belastingverdragen met België en Duitsland opgenomen.

Commentaar

De Kamerleden verwijzen naar een ‘expatregeling’. Hiermee doelen zij op de 30%-regeling. De 30%-regeling is de informele naam voor de vrije vergoeding van extraterritoriale kosten in de Wet op de loonbelasting 1964. De regeling is bedoeld om de kosten die werknemers maken om te verhuizen en te integreren te dekken. De regeling probeert hiermee hoogopgeleiden en experts naar Nederland te halen. De 30%-regeling houdt in dat een werkgever aan bepaalde werknemers zonder nader bewijs maximaal 30% van het loon inclusief de vergoeding onbelast kan geven.

Volgens de minister heeft een 30%-regeling voor grensarbeiders geen zin. Aan de ene kant omdat zij in het werkland (veelal België of Duitsland) loonbelasting betalen. En aan de andere kant omdat er in de belastingverdragen met deze landen al specifieke compensatiemaatregelen zijn opgenomen.

Verordening (EG) nr. 883/2004 beschermt de rechten van de verzekerden op het gebied van sociale zekerheid wanneer zij zich verplaatsen op het grondgebied van de Europese Unie. Elk land in de EU kent zijn eigen regels voor sociale zekerheid, die ook van toepassing zijn op buitenlandse werknemers. Coördinerende afspraken moeten ervoor zorgen dat die verschillen het vrije verkeer van werknemers niet belemmeren. De Europese sociale zekerheidsverordening voorkomt bijvoorbeeld dat iemand die vertrekt naar een andere lidstaat, zijn sociale zekerheidsrechten kwijtraakt of onder geen enkel verzekeringsstelsel valt. Omgekeerd beschermt zij mensen tegen dubbele verzekeringen of dubbele premies. De verordening bepaalt dus bij welke sociale verzekeringswetgeving een grensoverschrijdende werknemer is aangesloten. De hoofdregel is dat iemand die in een ander land woont dan waar hij werkt – en uitsluitend werkzaam is in dat ene land – in het werkland verzekeringsplichtig is.

Auteur: Erik Schouten, adviseur internationale pensioenen Aegon Adfis

Bron: Brief aan de Tweede Kamer, 14 februari 2017

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 21 februari 2017.