Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Familielening zorgt voor familievete

22 mei 2018

Ouders komen een familielening overeen met hun dochter. Op enig moment eisen de ouders onmiddellijke terugbetaling van de gehele lening omdat hun dochter de afspraken in de overeenkomst niet nakomt. Mogen de ouders het leenbedrag zomaar opeisen?

De overeenkomst van de familielening

Ouders en hun dochter sloten op 8 april 2010 een overeenkomst voor een geldlening van € 55.100. In de overeenkomst staat dat de dochter een rente betaalt van 8% over de hoofdsom van de lening en dat aflossing in overleg zal plaatsvinden. Volgens de overeenkomst start de aflossing zodra de dochter een inkomen heeft dat aflossing toelaat. Ook is overeengekomen dat dochter op het eerste verzoek van de ouders een hypotheek vestigt op de aan haar toebehorende onroerende zaken.

Rechter wijst opeisen van de lening af

De ouders eisen na zeven jaar de restantsom van de geldlening, ad € 50.000, per direct op. Zij zijn van mening dat hun dochter in staat is om dit bedrag te betalen. De dochter is het daarmee niet eens. Zij betwist dat de hoofdsom op grond van de overeenkomst ineens opeisbaar is en dat haar inkomen aflossing toelaat. Verder eist de dochter dat haar ouders de maandelijkse schenking van € 220 blijven betalen of de rente te verlagen naar 3,2%.

De ouders vragen de rechter hun dochter te veroordelen tot onmiddellijke betaling van € 50.000. Ook stellen de ouders dat hun dochter geen hypotheek op haar onroerend goed heeft gevestigd, toen zij dat verzochten. Zij vragen de rechter om de overeenkomst te ontbinden, nu hun dochter haar verplichting niet is nagekomen op grond van artikel 6:265 BW. Dochter geeft aan dat het niet nakomen van de verplichting tot het verstrekken van zekerheid de ontbinding niet rechtvaardigt.

De rechtbank is van mening dat in de overeenkomst geen onderbouwing te vinden is voor het ineens opeisen van het restantbedrag van de lening. Er staat dat dochter in termijnen zal aflossen, zodra haar inkomen dat toelaat.

De eis van de ouders om de overeenkomst te ontbinden op grond van artikel 6:265BW wijst de rechter eveneens af. Volgens de rechtbank is het niet vestigen van een tweede hypotheek op de woning van dochter te weinig ernstig om een ontbinding van de overeenkomst te rechtvaardigen. Hierbij telt mee dat dochter heeft aangetoond de lening niet te kunnen terugbetalen omdat ze (tijdelijk) geen werk heeft.

Van de rechter moet dochter wel alsnog de hypotheek verstrekken op haar onroerend goed en beginnen met aflossen van € 500 per maand. De rechter houdt de ouders aan hun schenking van €220 per maand, omdat zij zelf verklaarden dat zij € 220 per maand schonken zodat de lening voor dochter kosteloos zou zijn. Om die reden blijven ze gehouden aan deze betaling, ondanks het feit dat deze schenking niet schriftelijk is overeengekomen. De rente blijft 8%.

Commentaar

Doordat het voor starters steeds moeilijker wordt om geld te lenen, komen familieleningen steeds vaker voor.

Sinds 2013 is het van belang om de lening voor de eigen woning in 30 jaar jaarlijks ten minste annuïtair af te lossen. Anders is de rente voor de eigenwoningschuld niet fiscaal aftrekbaar. Daarbij maakt het niet uit of het een lening is met een bank of een lening tussen familieleden of bekenden. Een schriftelijke overeenkomst met daarin het aflossingsschema is verplicht.

Deze casus laat zien dat het goed vastleggen van de afspraken in de leningsovereenkomst ook van belang is voor het geval de lener zich niet houdt aan het aflossingsschema of – in het geval van een familielening of een lening van bijvoorbeeld vrienden of bekenden – de geldverstrekker het geleende geld zelf nodig heeft. De omstandigheden kunnen immers wijzigen. Bij deze ouders bleek dat zij het geld van de lening nodig hadden als aanvulling op hun pensioeninkomen. En om woonruimte voor één van de ouders te financieren omdat zij hadden besloten te gaan scheiden. In 2010 hebben ze kennelijk niet stil gestaan bij deze (gedeeltelijk) onvoorziene omstandigheden.

De familielening is actueel maar vraagt zorgvuldigheid. Anders is de kans op onenigheid tussen de geldverstrekker en lener groot. Men zegt niet voor niets: van vrienden en familie kun je beter niet lenen……

Auteur: Joanna Hildering, hypotheek en levensverzekeringsexpert Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Rotterdam, 9 mei 2018

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 18 mei 2018