Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Feitelijke omstandigheden zijn bepalend voor de beoordeling of sprake is van duurzaam gescheiden leven

Feitelijke omstandigheden zijn bepalend voor de beoordeling of sprake is van duurzaam gescheiden leven

21 augustus 2020

Echtpaar besloot in 2017 uit elkaar te gaan zonder dat sprake was van een formele echtscheiding. Zij slaagden er volgend de Centrale Raad van Beroep niet in aannemelijk te maken dat sprake is van de uitzonderingssituatie dat zij duurzaam gescheiden leefden en om die reden als ongehuwd moeten worden aangemerkt.

AOW-gehuwd of AOW-ongehuwd?

X was sinds 1965 gehuwd met Y. X en Y ontvangen beiden een AOW-uitkering naar de norm van een gehuwde. X vraagt in 2018 de Sociale Verzekeringsbank (SVB) om herziening van zijn AOW-uitkering. Hij wil een uitkering als ongehuwde omdat hij inmiddels duurzaam gescheiden leeft van Y.

De SVB wijst het verzoek van X af. Volgens de SVB blijkt dat van duurzaam gescheiden leven geen sprake is. Uit de feitelijke toestand kan niet worden afgeleid dat X en Y een leven leiden alsof er geen huwelijk was.
X en Y gingen in beroep bij de rechtbank, maar krijgen ook daar geen gelijk. Volgens de rechtbank blijkt niet ondubbelzinnig dat sprake is van een situatie van duurzaam gescheiden leven. X en Y tekenen tegen de beslissing van de rechtbank hoger beroep aan bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB).

CRvB: geen sprake van duurzaam gescheiden leven

De CRvB geeft aan dat volgens vaste rechtspraak pas sprake is van duurzaam gescheiden leven als na de door beide betrokkenen of één van hen, gewilde verbreking van de echtelijke samenleving ieder afzonderlijk zijn eigen leven leidt alsof hij niet met de ander is gehuwd en deze toestand door ten minste één van hen als bestendig is bedoeld. Daarbij zijn volgens de CRvB de feitelijke omstandigheden bepalend voor de beoordeling of sprake is van duurzaam gescheiden leven. De CRvB geeft aan dat het feit dat X en Y hun hoofdverblijf niet hebben in dezelfde woning daarbij niet voldoende is om een duurzaam gescheiden leven aan te nemen. De echtelijke samenleving kan volgens de CRvB bestaan zonder dat van samenwonen sprake is. De motieven op grond waarvan de echtelijke samenleving niet, nog niet, niet meer of niet opnieuw is verbroken zijn naar het oordeel van de CRvB niet relevant voor de beoordeling of sprake is van duurzaam gescheiden leven.

De CRvB twijfelt er niet aan dat X en Y eind december 2017 uit elkaar wilden gaan. Daarbij werd in eerste instantie niet gekozen voor een formele echtscheiding en feitelijk is nog geruime tijd sprake geweest van financiële verwevenheid. Verder was er eind maart 2018 nog een zekere mate van onderling contact en wederzijdse zorg. Dat is volgens de CRvB begrijpelijk en getuigt van zorgvuldigheid na een zo lange relatie. Het betekent naar het oordeel van de CRvB echter ook dat op dat moment naar de maatstaf van de vaste rechtspraak nog geen sprake was van duurzaam gescheiden levens. Het hoger beroep slaagt dus niet en de CRvB bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Commentaar

Voor gehuwden die niet formeel willen scheiden is verbreken van de echtelijke samenleving niet voldoende om als ongehuwde in de zin van de AOW aangemerkt te kunnen worden. Daarvoor is meer nodig. Volgens rechtspraak is sprake van duurzaam gescheiden als bij gehuwden de toestand is ontstaan dat, na de door beiden of één van hen gewilde verbreking van de echtelijke samenleving, ieder afzonderlijk zijn eigen leven leidt als ware hij niet met de ander gehuwd en deze toestand door hen beiden, althans door één van hen, als bestendig is bedoeld. Zie ook ons nieuwsbericht van 22 maart 2018.

Of sprake is van duurzaam gescheiden leven wordt beoordeeld aan de hand van de feiten en omstandigheden. De rechtbank achtte in dit geval relevant dat X en Y één keer per week met elkaar belden, dat zij eens in de twee weken bij elkaar thuis kwamen, dat zij soms met elkaar aten, dat zij een aantal keren per jaar samen met de auto naar familie reisden en dat X 50% van zijn hogere pensioen aan Y betaalt. Verder achtte de rechtbank van belang dat X en Y samen eigenaar zijn van de echtelijke woning. Volgens de rechtbank wijzen deze omstandigheden op een zekere mate van onderlinge zorg. X was dus niet ongehuwd in de zin van artikel 1, derde lid aanhef en onder b van de AOW.

Zie voor een geval waarin belanghebbende wel aantoonde dat sprake was van duurzaam gescheiden leven in de zin van de door de CRvB aangehaald vaste rechtspraak ons nieuwsbericht van 20 januari 2020.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Centrale Raad van Beroep 31 juli 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1790.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 20 augustus 2020.