Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Flexibiliteit pensioen; Vragen & Antwoorden CAP

24 december 2015

Op 20 december publiceerde het Centraal Aanspreekpunt Pensioen (CAP) een aantal vragen & antwoorden. Wij clusterden voor u de vragen & antwoorden die te maken hebben met  flexibiliteit van pensioen.

Nihil pensioen door AOW-overbrugging (V&A 11-031) 

Als een ouderdomspensioen ingaat vóór de AOW-leeftijd mag de werknemer een deel van het ouderdomspensioen gebruiken om het gemis aan AOW-uitkering te compenseren. Deze compensatie mag maximaal twee maal de AOW-uitkering voor een gehuwde bedragen. Bij pensioenen van geringe omvang kan dit tot gevolg hebben dat de gehele waarde van het pensioen is verbruikt vóór de AOW-leeftijd. Hiertegen bestaan geen fiscale bezwaren, aldus het CAP. Uiteraard moet in de pensioenregeling deze ruil wel zijn voorzien. 

Actuariële verhoging bij uitstel pensioen (V&A 11-027 en 08-044) 

Als het ouderdomspensioen van een Defined Benifit-regeling 100% van het laatst genoten loon bedraagt moet dit pensioen direct  ingaan. Dat geldt niet wanneer de AOW-leeftijd nog niet is bereikt. Dan mag de werknemer het pensioen tot de AOW-ingangsdatum uitstellen. Volgens het CAP mag het ouderdomspensioen in de uitstelperiode niet  worden verhoogd of worden opgerent. Die keuze van uitstel heeft de DGA niet.  
Want als een DGA de pensioeningangsdatum van zijn pensioen in eigen beheer uitstelt, moet de BV het pensioen actuarieel herrekenen. Anders is er sprake van afzien van pensioen. En afzien van pensioen wordt bij een DGA gelijk gesteld aan afkoop. In dat geval is de DGA over gehele aanspraak loonheffing verschuldigd plus 20% revisierente.

Vervroegd pensioen en doorwerken (V&A 08-014) 

Vervroegen van de pensioeningangsdatum mag alleen voor zover hier tegenover een evenredige reductie van inkomen staat.  Het maakt daarbij niet uit of het gaat om inkomen uit de bestaande dienstbetrekking of uit andere werkzaamheden. 
Dit geldt niet wanneer  het pensioen vervroegd ingaat in een periode binnen vijf jaar vóór de AOW-ingangsdatum van de pensioengerechtigde. De werknemer mag in deze situatie dus pensioeninkomsten ontvangen en  doorwerken. Dit laatste geldt ook wanneer het pensioen ingaat op de reguliere pensioeningangsdatum. 
De pensioenuitvoerder kan de werknemer die vervroegd met pensioen gaat een inkomensverklaring vragen.

Gevolgen partnerpensioen bij vervroegen ouderdomspensioen (V&A 08-048) 

Het partnerpensioen wordt altijd door de vervroegde pensionering beïnvloed. Omdat het aantal deelnemingsjaren afneemt, wordt ook het partnerpensioen naar evenredigheid verlaagd.
Bij de actuariële herrekening van het vervroegd ingaande ouderdomspensioen zijn er voor het partnerpensioen twee mogelijkheden: 
1.De omvang van het partnerpensioen wordt alleen aangepast aan het lagere aantal (bereikbare) dienstjaren.
2.De oorspronkelijke verhouding tussen ouderdomspensioen en partnerpensioen blijft ook na het vervroegen van de ingangsdatum van het ouderdomspensioen gehandhaafd. In dit geval vindt een dubbele verlaging plaats van het partnerpensioen. Het partnerpensioen wordt lager door de verlaging van het aantal dienstjaren en verlaging van de opbouw per dienstjaar. 
De partner zal (schriftelijk) moeten instemmen met de wijziging van de ingangsdatum. 

Ruil prepensioen (V&A 08-094) 

Een prepensioen mag niet meer bedragen 100% van het pensioengevend loon. Dat geldt ook als ouderdomspensioen wordt omgezet in prepensioen. 
Als een werknemer zijn prepensioen omzet in extra ouderdomspensioen gelden er geen grenzen. Door de omzetting mag het ouderdomspensioen hoger uitkomen dan 100% van het pensioengevend loon. Bij omzetting van prepensioen in partner – en/of wezenpensioen gelden respectievelijk de grenzen 70% en 14% van het pensioengevend loon.
Een werknemer kan zijn prepensioen  alleen omzetten als hij blijft doorwerken. 

100%- toets bij beschikbare premieregeling (V&A 08-051 en 08-53) 

Bij een beschikbare premieregeling moet toetsing aan de 100%-grens plaatsvinden onmiddellijk voorafgaand aan de ingangsdatum van het pensioen. Dit geldt ook als het pensioen eerder ingaat dan de overeengekomen pensioendatum. Bij het eerder ingaan van het pensioen hoeven partijen niet uit te gaan van een van een actuarieel gekorte 100% grens. 
Het gedeelte dat uitkomt boven 100% van het pensioengevend loon moet de pensioenuitvoerder in één bedrag uitkeren aan de deelnemer. De deelnemer is  hierover wel loonheffing maar geen revisierente   verschuldigd.
Let op: In een pensioenregeling met een 3%-staffel vindt toetsing vaker plaats. Bovendien toetst de pensioenuitvoerder in dat geval op maximaal fiscaal middelloon of eindloon. Een eventueel surplus vervalt aan de pensioenuitvoerder. 
 
Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: www.belastingdienstpensioensite.nl 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 22 december 2015