Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Gedeeltelijke opname pensioen ineens straks mogelijk

1 juli 2019

Mensen met een pensioen in de tweede of derde pijler kunnen straks maximaal tien procent van de waarde van het opgebouwde pensioen opnemen op het moment dat zij met pensioen gaan. Het is een eenmalige uitkering en de besteding is vrij.

Meer flexibiliteit bij opnemen pensioen

Het kabinet wil in het nieuwe pensioenstelsel mensen meer flexibiliteit bieden bij het opnemen van hun pensioen. Daarom kunnen zij straks maximaal tien procent van de waarde van het door hen opgebouwde pensioen opnemen op het moment dat zij met pensioen gaan. Bijvoorbeeld om hun hypotheek af te lossen, de woning te verbeteren of om op reis te gaan. Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid informeerde de Tweede Kamer op 27 juni 2019 over de uitwerking van dit voorstel in een ‘Hoofdlijnenbrief inzake het mogelijk maken van opname bedrag ineens op pensioeningangsdatum’ (hierna Hoofdlijnenbrief).

Het voorstel sluit aan bij het SER-advies Naar een nieuw pensioenstelsel en is onderdeel van de afspraken uit het pensioenakkoord tussen de sociale partners en het kabinet.

Flexibiliteit kan welvaart vergroten

Door bij pensionering de mogelijkheid te bieden om een deel van het pensioen als bedrag ineens op te nemen krijgen deelnemers in de uitkeringsfase meer flexibiliteit in de aanwending van hun pensioenvermogen. Volgens Koolmees kan deze flexibiliteit de welvaart van deelnemers vergroten doordat de aanwending van het pensioenvermogen beter aansluit op de persoonlijke situatie. ‘Het opnemen van een bedrag ineens kan aantrekkelijk zijn als deelnemers meer nut denken te ontlenen aan het vermogen kort na pensionering dan in de jaren daarna, bijvoorbeeld voor de aflossing van schulden of de aankoop of verbetering van de eigen woning.’ aldus Koolmees in zijn Hoofdlijnenbrief.

Aanbevelingen met betrekking tot keuzevrijheid

In de Hoofdlijnenbrief geeft Koolmees aan onderzoek te hebben gedaan naar de mogelijke risico’s van het bieden van de keuze om een deel van het pensioen ineens te laten uitkeren. Risico’s zijn onder meer dat

  • deelnemers bij opname van een relatief groot deel van hun pensioenvermogen een te sterke achteruitgang in de hoogte van de levenslange pensioenuitkering ondervinden;
  • de solidariteit binnen pensioenfondsen onder druk komt te staan;
  • het maken van een goede keuze voor deelnemers niet altijd eenvoudig is. Zo kan een keuze die gezien de situatie van de deelnemer op de korte termijn ‘verstandig’ lijkt, op de lange termijn ‘onverstandig’ zijn;

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) deed verschillende aanbevelingen rondom het thema keuzevrijheid. De WRR adviseert onder meer terughoudend te zijn met het bieden van grote keuzevrijheden op het terrein van essentiële financiële voorzieningen, zoals pensioenvoorzieningen. De WRR adviseert de keuzemogelijkheid met voldoende waarborgen te omkleden. Koolmees geeft aan in zijn brief dat met de sector en toezichthouders is verkend welke voorwaarden verbonden zouden kunnen worden aan het opnemen van een bedrag ineens bij pensionering.

Voorwaarden aan het opnemen van een bedrag ineens

Het plan is om de volgende voorwaarden te stellen aan het opnemen van een bedrag ineens.

  • Maximumpercentage 10%. Met dit maximumpercentage is geprobeerd een balans te vinden tussen (1) het zoveel mogelijk waarborgen dat na opname van het bedrag ineens de hoogte van de resterende maandelijkse pensioenuitkering voldoende is om de levensstandaard vast te houden en (2) tegemoet te komen aan de wens tot keuzevrijheid met betrekking tot het pensioen.
  • Afkoop alleen op de pensioeningangsdatum. Dit betekent dat het opnemen van een bedrag ineens tijdens de opbouwfase niet is toegestaan. Hiermee wordt gewaarborgd dat de solidariteit binnen een pensioenfonds zo min mogelijk onder druk komt te staan.
  • De resterende levenslange pensioenuitkering moet na opname van het bedrag ineens boven de afkoopgrens liggen. Hiermee wil de wetgever voorkomen dat alle opgebouwde aanspraken op ouderdomspensioen de pensioenbestemming kunnen verliezen als door de mogelijkheid om een bedrag ineens op te nemen een pensioenaanspraak resteert die vanwege de beperkte omvang kan worden afgekocht.

De bedoeling is om deze voorwaarden - nadat ze op uitvoerbaarheid getoetst zijn - vast te leggen in wet- en regelgeving.

Er wordt geen verplicht bestedingsdoel gesteld voor het bedrag ineens dat wordt opgenomen omdat dit te complex is voor de uitvoeringspraktijk en tot teveel regeldruk leidt. Door het niet te koppelen aan een bestedingsdoel kan ieder voor zich afwegen waaraan het bedrag besteed wordt. Ervaringen uit andere landen leren dat de dat deelnemers verstandig omgaan met de vrijheid om een bedrag ineens op te nemen. Een verplicht bestedingsdoel lijkt daarom niet noodzakelijk dan wel wenselijk, aldus Koolmees.

Uitkering ineens en onderdekking pensioenfonds

In geval de dekkingsgraad van een pensioenfonds onder de 100% ligt, kan de keuze voor een nominale afkoopwaarde (het opnemen van een bedrag ineens tegen 100% van de waarde van de opgebouwde aanspraken voor ouderdomspensioen) een (beperkte) negatieve impact hebben op de financiële positie van het pensioenfonds. In overleg met de pensioensector en DNB wordt berekend hoe groot deze mogelijke invloed op de financiële positie van een pensioenfonds is. Mede op basis hiervan wordt bezien of het noodzakelijk is om extra wettelijke regels te stellen.

Commentaar

Dit voorstel vraagt, net zoals de andere onderdelen van het principeakkoord, om aanpassing van bestaande wetgeving. En dat kan snel gaan. Zie bijvoorbeeld het wetsvoorstel temporisering van de verhoging van AOW-ingangsdatum dat de minister op 17 juni 2019 aanbood aan de Tweede Kamer (zie ons nieuwsbericht van 19 juni) en op 1 januari 2020 vrijwel zeker ingaat. De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel diezelfde week aan en naar verwachting neemt de Eerste Kamer het voorstel ook aan vóór het zomerreces.

De ingangsdatum van dit wetsvoorstel om een uitkering ineens mogelijk te maken zal langer op zich laten wachten. Het Kabinet heeft de ambitie om met ingang van 2022 het wettelijk kader gereed te hebben van de overige onderdelen van het principeakkoord waarover wij op 11 juni een nieuwsbericht schreven.

Gedeeltelijke afkoop wordt ook mogelijk voor pensioen in de derde pijler. Voor wat betreft de voorwaarden van de keuzemogelijkheid in de derde pijler kan volgens de Hoofdlijnenbrief zoveel mogelijk worden aangesloten bij de voorwaarden die hieraan worden gesteld aan het tweedepijler pensioen. Wij zijn benieuwd wat dan als pensioeningangsdatum zal worden gehanteerd.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 1 juli 2019

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bronnen: Hoofdlijnenbrief mogelijk maken opname bedrag pensioen ineens, 27 juni 2019