Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Geen alleenstaanden AOW bij scheiding van tafel en bed

9 mei 2019

Volgens de Centrale Raad van Beroep is scheiding van tafel en bed niet voldoende voor het verkrijgen van de alleenstaanden AOW.

Gehuwden AOW

A en B trouwden op 21 januari 2013. Beiden hadden en hebben een eigen woning, boven elkaar, met een eigen toegang. Vanwege de medische toestand van B verzorgt A hem in toenemende mate. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) kende A met ingang van juli 2013 een AOW-pensioen toe. Dit was het pensioen voor een gehuwde. .

A was het daarmee niet eens. De Centrale Raad van Beroep (hierna: de Raad) oordeelde in haar uitspraak van 18 november 2014 dat de SVB A terecht een gehuwden AOW-pensioen toekende.

In februari 2014 scheiden A en B van tafel en bed. De SVB deelt A mee dat zij, ondanks de scheiding van tafel en bed, nog steeds recht blijft houden op het pensioen voor een gehuwde. Het bezwaar dat A maakt tegen dit besluit van de SVB verklaart de SVB ongegrond. Daarbij overweegt de SVB dat de feitelijke leefsituatie van A en B, waardoor A aan B de noodzakelijke zorg kan geven, niet kan worden beschouwd als duurzaam gescheiden levend.

Nadat de rechtbank het beroep van A tegen dit besluit ongegrond verklaart gaat A in beroep. Volgens A heeft zij recht op een ongehuwde AOW. A stelt dat zij niet met B samenwoont, een eigen leven leidt en dat er geen sprake is van financiële verstrengeling.

Scheiding van tafel en bed levert geen ongehuwden AOW op

De Raad stelt A ook deze keer in het ongelijk.

Volgens de AOW (artikel 1, derde lid, aanhef en onder b) wordt ook als ongehuwd aangemerkt: “degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.”

De Raad geeft aan dat volgens vaste rechtspraak er sprake is van duurzaam gescheiden leven wanneer na de verbreking van de echtelijke samenleving ‘ieder afzonderlijk zijn eigen leven leidt als ware hij niet met de ander gehuwd en deze toestand door één van hen, als bestendig is bedoeld.’

Verder geeft de Raad aan dat over het algemeen kan worden aangenomen dat na het sluiten van een huwelijk de betrokkenen de intentie hebben een echtelijke samenleving aan te gaan, maar dat niet is uit te sluiten dat er omstandigheden kunnen zijn dat van duurzaam gescheiden leven kan worden gesproken vanaf de huwelijksdatum. Dit laatste moet wel ondubbelzinnig uit de feiten en omstandigheden blijken.

Voor de beoordeling of er bij A en B sprake was van deze uitzonderingssituatie is volgens de Raad van belang dat:

  • A sinds de scheiding van tafel en bed B onveranderd is blijven verzorgen;
  • dat zij gedurende de dag bij hem verblijft;
  • B 24 uur per dag persoonlijke verzorging nodig heeft en A hem daarin ondersteunt;
  • A ’s nachts in haar eigen woning verblijft, waar B haar met een bel kan bereiken;
  • A B financieel heeft ondersteund, waardoor sprake is van een financiële verstrengeling. Zij heeft B leningen verstrekt, die nadien door zijn dochter zijn terugbetaald; en
  • dat A ter zitting heeft gesteld dat zij niet aan B refereert als haar man, maar B andersom haar aanmerkt als zijn vrouw. Ook de directe omgeving beschouwt hen als een stel, aangezien A iedere dag met B bezig is.

Volgens de Raad kan in het licht van deze feiten en omstandigheden niet worden gezegd dat A afzonderlijk haar eigen leven leidt als ware zij niet met B gehuwd. Het gegeven dat A beschikt over een eigen woning met een daarbij behorend volledig kostenpatroon, kan daar niet aan afdoen, aldus de Raad. Dit leidt tot het oordeel dat A sinds de scheiding van tafel en bed niet als duurzaam gescheiden levend kan worden aangemerkt.

Commentaar

Voor verkrijgen van de alleenstaanden AOW na een huwelijk is het van belang dat de ex-gehuwden duurzaam gescheiden leven. Bij de beoordeling of de ex-partners duurzaam gescheiden leven spelen alle feiten en omstandigheden mee. In ons nieuwsbericht van 29 november 2018 las u al dat het hebben van twee woningen voor ex-gehuwden geen garantie is dat zij voor de AOW worden aangemerkt als duurzaam gescheiden levend. Deze uitspraak voegt daaraan toe dat scheiding van tafel en bed evenmin een garantie geeft op het predicaat ‘duurzaam gescheiden leven’. Op zich niet onlogisch: ook na scheiding van tafel en bed kan men immers feitelijk nog wel samenwonen.

Wel bijzonder is het volgende. In de uitspraak wordt tot slot opgemerkt dat A en B in januari 2015 zijn gescheiden en dat de SVB A sinds februari 2015 een ongehuwden AOW-pensioen heeft toegekend. Onduidelijk is welke feiten en omstandigheden zijn gewijzigd waardoor de SVB nu wel vond dat er sprake was van duurzaam gescheiden leven. Immers, ook na een scheiding spelen alle feiten en omstandigheden mee bij de beoordeling of de ex-partners duurzaam gescheiden leven.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 9 mei 2019

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Centrale Raad van Beroep, 2 mei 2019