Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Geen KEW-vrijstelling voor verpande kapitaalverzekering

11 juni 2015

Voor een kapitaalverzekering eigen woning (KEW) geldt een kapitaalvrijstelling. Daarvoor moet de verzekering wel aan een aantal specifieke eisen voldoen. In dit geval bepaalde de Rechtbank echter dat niet aan alle eisen was voldaan.  

De kwestie 

Mevrouw Y sloot in 1995 samen met haar partner een hypotheek. Daarnaast sloot zij een kapitaalverzekering waarvan de hoogte van het kapitaal gelijk was aan de hoofdsom van de hypotheek. De uitkering uit de kapitaalverzekering werd verpand aan de hypotheekverstrekker. De hypotheekverstrekker werd op de polis als eerste begunstigde opgenomen.

In 2010 expireerde de kapitaalverzekering. Mevrouw Y gebruikte de uitkering van € 38.488 voor aflossing van de hypotheek. Mevrouw Y gaf in haar aangifte inkomstenbelasting aan dat sprake was van een uitkering uit een KEW, waarop meer dan 15 jaar premie was betaald en dat daarom een kapitaalvrijstelling gold van € 34.100.

De inspecteur week af van de aangifte. Hij vond – evenals de verzekeraar – dat er geen sprake was van een uitkering uit een KEW. Op grond van het overgangsrecht voor kaptaalverzekeringen gold slechts een kapitaalvrijstelling van € 28.134. 

Rechtbank 

De principiële vraag die de Rechtbank moest beantwoorden was of de onderhavige verzekering een KEW betrof. Daarbij stelde de Rechtbank:

Ingevolge lid 2 van artikel 3.116 Wet IB 2001 (tekst 2010) is – voor zover hier van belang van een kapitaalverzekering eigen woning sprake zolang de verzekeringnemer of zijn partner een eigen woning heeft en in de overeenkomst is bepaald dat de begunstigde de uitkering zal aanwenden ter aflossing van de eigen woningschuld.  

Volgens de Rechtbank moet de verzekering een clausule bevatten die bepaalt dat de begunstigde de uitkering zal aanwenden ter aflossing van de eigen woningschuld. Op de onderhavige verzekering stond deze clausule niet. Door het ontbreken van deze clausule kon volgens de Rechtbank ondanks dat de kapitaalverzekering was verpand aan de hypotheekverstrekker – geen sprake zijn van een KEW.

Het rentebestanddeel in de kapitaalsuitkering boven € 28.134 was volgens de Rechtbank terecht belast.

Commentaar 

Deze uitspraak is sneu voor de belanghebbende. Doordat de verzekering verpand was aan de hypotheek ging zij ervan uit dat sprake was van een KEW. Maar de Rechtbank oordeelde dat dit niet genoeg was. In de polis zelf moest ook een clausule zijn opgenomen dat het een KEW betrof.

Om een bestaande kapitaalverzekering te laten kwalificeren als een KEW moesten verzekeringnemers in 2001 zelf in actie komen. Dit hebben verzekeraars ook zo onder de aandacht gebracht. Omdat het al dan niet aanmerken van de kapitaalverzekering als KEW adviesgevoelig is, hebben verzekeraars dit niet automatisch gedaan. 

Bovendien had mevrouw Y dit ook kunnen opmaken uit de fiscale informatie die de verzekeraar tijdens de looptijd van de verzekering verstrekte. In de fiscale informatie zal hebben gestaan dat het een kapitaalverzekering betreft met box 3 vrijstelling. De kapitaalverzekering is immers voor 14 september 1999 gesloten.

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant 14 april 2015 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 11 juni 2015