Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Geen premiebetaling; geen uitkering

3 juni 2015

X sloot in 2010 een tijdelijke overlijdenrisicoverzekering bij een verzekeraar. Hij betaalde  gedurende een aantal maanden de premies voor deze verzekering niet. De verzekeraar attendeerde X daarop een aantal keren. Na overlijden van X vorderen de erfgenamen van de verzekeraar de uitkering. Is die vordering terecht?  

Ombudsman Financiële Dienstverlening 

De erfgenamen benaderden de Ombudsman Financiële Dienstverlening. Dat leidde niet tot een oplossing van het geschil. De erfgenamen gingen in beroep bij de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening. 

Casus

X sloot in 2010 op zijn leven een tijdelijke risicoverzekering. Het verzekerd bedrag – bij overlijden vóór 7 juni 2025 - bedraagt € 100.000. In de voorwaarden van de verzekering staat het volgende vermeld:

“indien de premie niet binnen 30 dagen na de premievervaldag is voldaan, vervalt de verzekering tenzij het recht bestaat op afkoop of op een premievrije verzekering. Van verval van de verzekering wordt de verzekeringnemer schriftelijk in kennis gesteld”.

De verzekeraar stuurde X diverse brieven over de achterstand van de premie. Na 8 maanden premieachterstand schrijft de X dat de verzekeringsdekking vervalt als X het verschuldigde bedrag niet binnen 5 dagen na dagtekening van de brief betaalt. De verzekeraar verwijst in die brief naar de algemene voorwaarden.  Op 26 juni 2013 schrijft de verzekeraar aan X dat zij de verzekering als gevolg van de betalingsachterstand overeenkomstig de polisvoorwaarden heeft beëindigd. X overlijdt op 21 september 2013. 

De erfgenamen melden het overlijden van X op 30 september 2013 aan de verzekeraar. De verzekeraar informeert hen dat er geen recht op een uitkering is omdat de verzekering is beëindigd. De erfgenamen vorderen dat de verzekeraar het verzekerd bedrag uitkeert. Zij voeren aan dat de er geen sprake was van een achterstand van premiebetaling. Zij vinden dat zij op grond van eerdere correspondentie van de verzekeraar erop mogen vertrouwen dat de verzekeraar uitkeert. Daarnaast wijzen zij erop dat op de verzekeraar op 3 oktober 2013 en 29 november 2013 nieuwe polissen heeft afgegeven en premienota’s heeft gestuurd. Die premienota’s hebben de erfgenamen betaald. Volgens de erfgenamen  was er voor hen daardoor geen sprake van een kenbare vergissing.  

Na het bericht van overlijden van X heeft de verzekeraar geconstateerd dat de verzekeraar de verzekering niet in haar systeem had geroyeerd. Als gevolg daarvan zijn nieuwe polisbladen afgegeven. En heeft de verzekeraar de erfgenamen op 17 oktober 2013 nog een brief gestuurd dat die maandpremie nog open stond. Nadat de erfgenamen die premie betaald hebben heeft de verzekeraar de erfgenamen de ontvangst bevestigd en geschreven dat er geen vordering meer is. De erfgenamen konden echter weten dat de polisbladen en brief onjuist waren. De verzekering kon immers alleen voortbestaan als X in leven was. Er kon geen sprake zijn van een gerechtvaardigd vertrouwen op een uitkering.  

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening

De Commissie wijst de vordering van de erfgenamen af.

Volgens de Commissie stelde verzekeraar onbetwist dat 

  • X de verschuldigde premie voor het laatst in januari 2011 heeft betaald, 
  • de verzekeraar X daarop meerdere malen heeft gewezen
  • de verzekeraar X op 28 februari 2012 heeft geschreven dat de dekking conform de voorwaarden zou komen te vervallen als het verschuldigd bedrag niet binnen 5 dagen voldaan is
  • de verzekeraar op 26 juni 2013 aan X schriftelijk heeft meegedeeld dat de zij de verzekering per die datum heeft beëindigd. 

 

De Commissie oordeelt dat de verzekeraar met haar brieven heeft voldaan aan haar waarschuwingsplicht en haar voorwaarden voor verzekering.
De verzekeraar kan zich pas op de gevolgen van de premieachterstand beroepen na verloop van 30 dagen nadat zij X schriftelijk op de premieachterstand had gewezen. Gedurende de periode van 30 dagen liep de verzekeraar nog het risico op overlijden van X. 

Aangezien X overleed nadat de 30-dagenperiode was verstreken, bestond op het moment van overlijden van X geen dekking meer. De ongelukkige wijze van correspondentie en het afgeven van de polissen na overlijden van X kan volgens de Commissie niet leiden tot het verrichten van een uitkering. Aangezien X als verzekerde wordt genoemd moet het voor de erfgenamen duidelijk zijn geweest dat er sprake was van een vergissing. Er is geen sprake van een gerechtvaardigd vertrouwen. 

Commentaar

De uitspraak van de geschillencommissie is geen verrassing. Wanneer niet betaald wordt voor een risicoverzekering is er geen dekking mits de verzekeraar voldoet aan de waarschuwingsplicht uit artikel 7:980 BW en de verzekeringsvoorwaarden. Daaraan voldeed deze verzekeraar.

Auteur:  Sjoerd Brouwer, adviseur Aegon Adfis

Bron: Geschillencommissie Financiële Dienstverlening, 19 mei 2015

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 3 juni 2015