Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Geen recht op Anw-uitkering

Geen recht op Anw-uitkering

7 juni 2021

X heeft geen recht op Anw-uitkering omdat zijn niet voldoet aan de voorwaarden. Zij kreeg al AOW toen haar ex-echtgenoot overleed.

Afwijzing verzoek om Anw-uitkering

X ontvangt vanaf 20 september 2016 een pensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Zij vroeg op 1 juni 2018 een nabestaandenuitkering aan op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw). Daarbij vermeldde zij dat ze van 13 augustus 1972 tot 13 januari 2016 gehuwd geweest is met P. P is geboren in 1948 en werkte in het verleden in Nederland en ontving een Nederlandse arbeidsongeschiktheidsuitkering. P overleed op 16 december 2017.

De Svb wees het verzoek van X af op 21 juni 2018. Volgens X is die afwijzing onterecht.

X voldoet niet aan de voorwaarden voor Anw-uitkering

Het bezwaar, beroep, noch hoger beroep van X slagen.

Bij het afwijzen van het bezwaar overwoog de Svb onder meer dat X geen nabestaande is, omdat P op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de Anw en dat X op die dag de pensioengerechtigde leeftijd voor de AOW al had bereikt.

In het beroep tegen de afwijzing overwoog de rechtbank onder meer dat de Svb terecht heeft vastgesteld dat niet is voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een nabestaandenuitkering op grond van de Anw. Volgens de rechtbank was het daarom niet meer van belang of appellante (meer dan 45%) arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep van X daarom ongegrond.

In hoger beroep stelde X zich op het standpunt dat de aanspraak op de nabestaandenuitkering moet worden gehonoreerd waarbij zij de beroepsgronden herhaalt die zij bij de rechtbank heeft aangevoerd. Ook voert X aan dat de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de Svb onbetrouwbaar zijn en zij door de Svb en de rechtbank niet correct is gehoord. Dit laatste omdat haar gemachtigde om medische redenen niet aanwezig kon zijn op de zitting van 12 december 2019.

De Centrale Raad van Beroep (de Raad) is snel klaar met het hoger beroep. Volgens de Raad staat in het proces-verbaal van de aangevallen uitspraak dat de zaak van X is behandeld op de zitting van 12 december 2019 in aanwezigheid van haar gemachtigde en is haar gemachtigde in de gelegenheid gesteld het beroep toe te lichten. Omdat X haar stelling niet heeft toegelicht en ook niet heeft onderbouwd dat een en ander niet correct zou zijn verlopen is er volgens de Raad geen aanleiding aan te nemen dat sprake is geweest van onvolkomenheden, nog daargelaten de vraag op welke wijze X daardoor in haar (procedurele) belangen zou zijn geschaad.

De Raad onderschrijft de overweging van de rechtbank dat X niet voldoet aan de voorwaarden voor een nabestaandenuitkering omdat zij de pensioengerechtigde leeftijd voor de AOW al had bereikt op de dag van het overlijden van P. De Raad neemt deze overweging geheel over. Op basis daarvan komt de Raad – evenals de rechtbank – tot het oordeel dat appellante geen recht heeft op nabestaandenuitkering. Of P op enige grond moet worden aangemerkt als verzekerd voor de Anw op de dag van het overlijden hoeft niet meer onderzocht te worden.

Commentaar

Hoe duidelijk moet de wetgeving zijn om te voorkomen dat voor dit soort zaken het rechtssysteem onnodig belast wordt?

De Anw-uitkering eindigt als de nabestaande de AOW-leeftijd bereikt. Onbegrijpelijk dat de Svb bij het afwijzen van het bezwaar van X dat niet als (enig) argument heeft gebruikt. Dat had een onnodige belasting van het rechtssyteem kunnen voorkomen. X had immers al een AOW-uitkering op het moment van overlijden van haar ex-echtgenoot. En met dat argument had X de zaak niet hoeven voor te leggen aan de rechtbank en later de Centrale Raad van Beroep hiermee nog eens onnodig te belasten.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Centrale Raad van Beroep, 28 mei 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1255

Dit bericht is geschreven naar de stand van zaken op 3 juni 2021