Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Geen shoprecht voor netto pensioen bij pensioenfondsen

22 juni 2018

Minister Koolmees trekt het wetsvoorstel Wet fuserende bedrijfstakpensioenfondsen in. Daardoor komt het indertijd door staatssecretaris Klijnsma toegezegde shoprecht voor deelnemers aan een nettopensioenregeling bij pensioenfondsen er ook niet.

Netto pensioen bij een pensioenfonds

Het netto pensioen kennen we sinds in 2015 het fiscaal gefaciliteerde pensioengevend salaris maximaal € 100.000 (inmiddels voor 2018 € 105.075) bedraagt. Het netto pensioen kan zowel door verzekeraars als door pensioenfondsen worden uitgevoerd. Bij een pensioenfonds is deelname aan de netto regeling alleen mogelijk als de desbetreffende werknemer ook aan de basisregeling deelneemt.

Het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling bevat voorwaarden voor de uitvoering van een netto pensioenregeling door een pensioenfonds. Eén van deze voorwaarden bij introductie van het netto pensioen was dat het pensioenfonds bij de omzetting van het opgebouwde pensioenkapitaal in een periodieke uitkering een zogenoemd kostendekkend tarief moet  hanteren.

Naar aanleiding van een brandbrief van de Pensioenfederatie waarin de federatie aangeeft dat deze regelgeving zeer onvoordelig uitpakt voor de deelnemers, paste de staatssecretaris van SZW het Besluit aan. Zie ons bericht van 12 september 2017. Deze aanpassing was een van de twee maatregelen die het kabinet voorstelde om de deelnemers aan een netto pensioenregeling tegemoet te komen. De tweede maatregel was het invoeren van een wettelijk shoprecht voor deelnemers aan een netto pensioenregeling bij een pensioenfonds. Het kabinet gaf daarbij nadrukkelijk aan beide maatregelen (het shoprecht en de aanpassing in het besluit) als één pakket te beschouwen.

Wetsvoorstel Wet fuserende bedrijfstakpensioen vehikel shoprecht

Om dit shoprecht te introduceren, was wijziging van de Pensioenwet nodig. Via een Nota van wijziging gebruikte SZW het wetsvoorstel Wet fuserende bedrijfstakpensioenfondsen als vehikel voor deze wijziging. Op 14 juni constateert minister Koolmees in een brief aan de Tweede Kamer dat er zowel in de Tweede Kamer als bij de pensioenfondsen onvoldoende draagvlak is voor het voorstel in de huidige vorm. Hij geeft aan zich te beraden op alternatieven om de mogelijkheden voor schaalvergroting van verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen in de toekomst te faciliteren. De mogelijkheid tot waardeoverdracht van netto pensioen gaat hij nader bezien in het kader van de vernieuwing van het pensioenstelsel. Daarbij neemt hij ook integraal de taakafbakening tussen pensioenfondsen en verzekeraars in ogenschouw.

Daarom trekt hij, daartoe gemachtigd door de Koning, het voorstel van wet in.

Commentaar

Een opmerkelijke wijziging in het standpunt van SZW. Om het probleem van de inkooptarieven bij pensioenfondsen op te lossen paste de minister het besluit aan. De staatssecretaris kondigde de oplossingsrichting aan in de Verzamelbrief pensioenonderwerpen van 13 juni 2017.

Het kabinet stelt één pakket met twee maatregelen voor om de deelnemers aan een netto pensioenregeling tegemoet te komen. Beide maatregelen tezamen vormen volgens het kabinet een adequate oplossing voor de problematiek rond het netto pensioen en doen ook recht aan de deelnemers in de basispensioenregeling. Daarom gaf het kabinet uitdrukkelijk aan dit als één pakket te beschouwen.

De wereld ziet er kennelijk inmiddels anders uit. De door het kabinet aangebrachte koppeling was al losgelaten doordat de inkooptarieven via een wijziging van het Besluit al wel zijn aangepast, terwijl de invulling van de andere kant van het samenhangende pakket nog via een wetswijziging geregeld moest worden. En nu dan helemaal van de baan is doordat het desbetreffende wetsvoorstel is ingetrokken.

Pensioenfondsen achten het blijkbaar niet in het belang van de deelnemers als zij een extra keuze krijgen in de vorm van een shoprecht. En wederom vinden zij gehoor bij de minister van SZW. Er is bij netto pensioen sprake van een vrijwillige regeling, die de deelnemers zelf volledig betalen uit hun netto inkomen. Er is sprake van een netto pensioenkapitaal dat op pensioendatum omgezet moet worden in een direct ingaand pensioen. Shoprecht tast dus de collectiviteit en de solidariteit van de basisregeling niet aan.

De toezegging dat Koolmees het nader gaat bezien in het kader van de vernieuwing van het pensioenstelsel zegt ons niet zo veel. Dat lijkt het afvalputje te worden voor elke discussie op het terrein van pensioenen. Zie bijvoorbeeld de discussie over de carve out, die hij met dezelfde argumentatie parkeerde waarover wij schreven in ons bericht van 13 december 2017. Of en wanneer er een nog een wezenlijke vernieuwing van het pensioenstelsel komt, is inmiddels ook al de vraag.

Uiteindelijk is dit alles slecht voor de deelnemers. Zie zitten vast bij het bedrijfstakpensioenfondsen en kunnen op de ingangsdatum van het netto pensioen geen kant meer uit. Hun netto pensioenkapitaal moet op basis van de door het pensioenfonds gehanteerde inkooptareven voor de basisregeling worden omgezet in een direct ingaande periodieke uitkering. Zoals ook de Raad van State constateerde in haar advies op 1 februari 2018 onderscheidt het netto pensioen zich fundamenteel van basispensioen. “Bij door pensioenfondsen uitgevoerde basispensioenregelingen is sprake van solidariteit, ook in het geval het gaat om een vrijwillige regeling. Bij netto pensioenregelingen speelt die solidariteit evenwel geen rol. Bij nettopensioenregelingen is niet alleen van belang dat het om een vrijwillige regeling gaat, maar ook dat is voorzien in regels voor fiscale hygiëne en in aparte rekenregels voor nettopensioen. Daardoor kan overdracht van nettopensioen geen negatieve weerslag hebben op (de solidariteit bij) de basispensioenregeling die door het pensioenfonds worden uitgevoerd. Bij een vrijwillige premieregeling die voorziet in een basispensioen gelden deze bijzondere regels niet. De solidariteit die (bij al dan niet vrijwillige) premieregelingen voor basispensioen rechtvaardigt dat beperkingen aan de overdraagbaarheid worden gesteld, speelt bij nettopensioen dan ook geen rol en het ligt dus ook niet voor de hand deze beperkingen ten aanzien van nettopensioen te handhaven”.

Wij vragen ons af hoeveel deelnemers in een door een bedrijfstakpensioenfonds uitgevoerde netto pensioenregeling zich bij aanvang hebben gerealiseerd hebben dat zij instapten in een regeling waar zij niet meer uit kunnen. En dus volledig zijn overgeleverd aan het BPF voor de tarieven waar tegen het netto pensioenkapitaal wordt omgezet in een direct ingaande uitkering. En dat bij een volledig vrijwillige regeling die zij voor 100% betalen uit hun netto inkomen in de vorm van een kapitaal.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Brief van de minister van SZW aan de Tweede Kamer van 14 juni 2018.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 22 juni 2018.