Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Geen stamrechtuitkeringen; toch belast loon

29 september 2017

Volgens het Hof Amsterdam moet een stamrechtaanspraak tot het loon worden gerekend omdat er geen stamrechtuitkeringen zijn gedaan. 

Ontslagstamrecht

De heer X kreeg in 1991 van zijn werkgever, (A BV) een ontslagvergoeding in de vorm van een stamrecht. Het stamrecht bracht X onder bij zijn BV. X sloot hiervoor met zijn BV op 25 juli 1991 een stamrechtovereenkomst die daarna ongewijzigd bleef. Volgens de stamrechtovereenkomst ging de periodieke uitkering in op de 65-jarige leeftijd van X

Tot 2007 geniet X inkomen van zijn BV. De uitkeringen geeft hij aan als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. De BV brengt de uitkeringen als loon ten laste van haar winst. In 2007 wordt X 65 jaar. Pensioenverzekeraar NN maakt in dat jaar een pensioenkapitaal over aan de BV van X ter grootte van € 630.000. De BV keert ook na nadat X 65 jaar is geworden bedragen uit aan X. De BV brengt de uitkeringen aan X in 2007 ten laste van de pensioenvoorziening. Er zijn geen uitkeringen ten laste van de stamrechtvoorziening gebracht.

In de aangifte Vennootschapsbelasting 2007 van de BV daalde de waarde van de stamrechtverplichting met € 227.967 ten opzichte van de waarde van de verplichting in het voorgaande jaar. Deze afname rekende de BV  niet tot de fiscale winst, maar ze boekte dit rechtstreeks ten gunste van het eigen vermogen.

In 2012 legt de inspecteur aan X een IB-navorderingsaanslag op over 2007. Hij verhoogt het inkomen van X met de waarde van de stamrechtaanspraak. Volgens de inspecteur moet de waarde van de stamrechtaanspraak tot het loon worden gerekend. X is het hier niet mee eens.

Stamrechtaanspraak terecht tot loon gerekend

In geschil is of de inspecteur het inkomen uit werk en woning over het jaar 2007 terecht heeft verhoogd met de waarde van de stamrechtaanspraak. Het Hof Amsterdam oordeelt dat de inspecteur de stamrechtaanspraak terecht tot het loon heeft gerekend. De aanspraak moet tot het loon uit vroegere dienstbetrekking worden gerekend op het onmiddellijk aan dat prijsgeven voorafgegane tijdstip. Het Hof motiveert dit als volgt.

Belanghebbende en de BV hebben in de door hen ingediende aangiften over de jaren tot en met 2006 op geen enkele wijze aangegeven dat de aan X gedane betalingen geheel of gedeeltelijk zijn gedaan als stamrechtuitkering van het door X in 1991 bedongen stamrecht. Ook in de administratie van de BV zijn de betalingen niet als zodanig verantwoord. Volgens het Hof maakt X niet aannemelijk dat vóór 2007 stamrechtuitkeringen zijn gedaan. De bedragen die X vóór 2007 ontving van de BV waren immers – zowel door X als door de BV - allemaal verantwoord als loon?

Aangezien ook vanaf 2007, afgezien van een eenmalige uitkering van € 5.950 geen stamrechtuitkeringen zijn gedaan, heeft X volgens het Hof zijn aanspraak prijsgegeven.

Op grond van de in 1991 gesloten overeenkomst had X de eerste stamrechtuitkering in 2007 moeten ontvangen. Hij heeft in 2007 weliswaar een stamrechtuitkering ontvangen, maar daarna niet meer. Het Hof vindt dat het voor de hand ligt te veronderstellen dat het besluit geen verdere uitkeringen te doen in dat jaar is genomen, en de aanspraak dus in dat jaar is prijsgegeven. De last te bewijzen dat dit anders zou zijn ligt, in redelijkheid op X, aldus het Hof. X heeft niets aangevoerd dat het oordeel zou kunnen rechtvaardigen dat de aanspraak in een ander jaar dan 2007 is prijsgegeven.

Commentaar

Tot 1 januari 2014 kon de loonheffing over een schadeloosstelling – onder voorwaarden – worden uitgesteld naar het moment waarop de periodieke uitkeringen uit het stamrecht worden ontvangen. Eén van de voorwaarden voor belastinguitstel was dat de periodieke uitkering uiterlijk moest ingaan in het jaar dat de stamrechtgerechtigde 65 jaar werd. Daaraan voldeed de stamrechtovereenkomst die X had met zijn BV. Maar waarom handelde de BV daar niet naar door ook na 2007 stamrechtuitkeringen te verstrekken?

En waarom boekte de BV de stamrechtverplichting gedeeltelijk af in 2007 terwijl die afboeking niet overeenkwam met de gedane stamrechtuitkering ter grootte van € 5.950? De beweegredenen van de BV en X ontgaan ons.

Een ding is wel duidelijk: de DGA moet zich goed laten adviseren wanneer hij een stamrecht (of pensioen) in eigen beheer heeft. Dit voorkomt vervelende fiscale verrassingen.

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Gerechtshof Amsterdam, ECLI:NL:GHAMS:2017:3737

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 29 september 2017