Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Geen verboden onderscheid naar leeftijd in sociaalplan

18 april 2016

In het sociaal plan topt een werkgever de ontslagvergoeding af op de inkomstenderving tot aan de pensioenrichtleeftijd. Volgens de rechter is er een objectieve rechtvaardiging voor het onderscheid naar leeftijd. 

De feiten

Philips Lighting BV voert in de jaren 2013 tot en met 2015 een reorganisatie door. In overleg met de ondernemingsraad en de vakbonden stelt Philips in 2012 een sociaal plan vast. In dit sociaal plan staat een anticumulatiebepaling. De tekst van deze bepaling luidt:

“De ontslagvergoeding zal nooit meer bedragen dan de inkomstenderving voor de medewerker, berekend over de periode gelegen tussen het ontslag van de medewerker en de datum waarop deze de voor hem geldende pensioenrichtleeftijd bereikt. Vanaf 1-1-2013 geldt voor de laatstgenoemde datum de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin de uitkering ingevolge de AOW is toegekend. (…)”.

Werknemer X is het niet eens met ontslagvergoeding die door Philips is bepaald aan de hand van het sociaal plan. Hij verwijt Philips dat de ant cumulatiebepaling verboden onderscheid naar leeftijd inhoudt. Verder heeft hij er bezwaar tegen dat Philips bij de bepaling van de ontslagvergoeding rekening houdt met een pensioenrichtleeftijd op 65 jaar en voor de periode na 65 jaar tot de ingangsdatum van de AOW (65 jaar en 9 maanden) slechts een compensatie verstrekt voor de gemiste AOW-uitkering. Volgens de werknemer moet Philips uitgaan van een pensioendatum op de AOW-leeftijd.

Philips stelt dat de het onderscheid naar leeftijd objectief gerechtvaardigd is. Daarnaast stelt Philips dat zij bij de bepaling van de ontslagvergoeding rekening heeft gehouden met de pensioenrichtleeftijd van de werknemer. 

Rechtbank Zeeland-West Brabant

De rechter vindt dat de anticumulatieregeling een onderscheid naar leeftijd inhoudt, maar dat dit onderscheid objectief gerechtvaardigd is. Het beding heeft een legitiem doel. Namelijk een rechtvaardige verdeling van de beschikbare financiële middelen over alle ontslagen werknemers. En het voorkomen van samenloop van de ontslagvergoeding en pensioen. Het beding is volgens de rechter ook passend en noodzakelijk. De aftopping leidt niet tot een evident onredelijk situatie voor de werknemer. Ook in de zogenaamde Kantonrechterformule is een beding opgenomen, waarin staat dat er geen aanleiding is om meer vergoeding te bieden dan de inkomstenderving tot het moment dat er een ander vervangend inkomen is. Tevens tilt de rechter zwaar aan de instemming van de ondernemingsraad en vakbonden aan het sociaal plan.

De rechter geeft de werknemer wel gelijk ten aanzien van de einddatum van de periode waarover de ontslagvergoeding is berekend. Immers in het sociaal plan staat letterlijk dat dit moet tot de datum waarop de werknemer AOW krijgt. Dat deze niet gelijk ligt aan de pensioenrichtleeftijd is voor rekening van Philips nu zij ondubbelzinnig in het sociaal plan de AOW-datum heeft opgenomen. 

Commentaar

Volgens de jurisprudentie is een anticumulatiebepaling bij een ontslagvergoeding toegestaan. De rechter bevestigt in deze uitspraak nog eens dat er dan geen verboden onderscheid naar leeftijd is. Dat is in de lijn met de Kantonrechtersformule waarin een dergelijk beding ook is opgenomen. 

Inmiddels is het ontslagrecht gewijzigd. Werknemers hebben bij onvrijwillig ontslag recht op een transitievergoeding. Deze is vaak lager dan de ontslagvergoeding volgens de Kantonrechtersformule. Bij de transitievergoeding is - net als in de Kantonrechtersformule - de duur van de arbeidsovereenkomst van belang. In tegenstelling tot de Kantonrechtersformule is bij de transitievergoeding geen anticumulatiebeding opgenomen. 

 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Zeeland - West Brabant, 6 april 2016

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 15 april 2016