Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Geen vrijstelling Vpb voor pensioenlichaam

22 juli 2014

Pensioenfondsen zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting (Vpb) als zij zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend met pensioenen bezig houden. Een pensioenstichting deed tevergeefs een beroep op deze vrijstelling.

Procedure

J BV is een gespecialiseerde belegger en zegde aan haar  werknemers pensioenaanspraken toe. Een stichting pensioenfonds (OPF) voert een deel van de pensioenregeling –in de vorm van een beschikbare premieregeling - uit.

Het OPF besteedt het vermogensbeheer uit aan J BV. Voor dit vermogensbeheer krijgt J BV een prestatiebeloning. Na enkele jaren komen J BV en het OPF overeen om de prestatiebeloning met terugwerkende kracht om te zetten in een winstdeling. De winstdeling is hoger dan de prestatiebeloning.

Het OPF claimt vrijstelling voor de Vpb omdat ze vrijgestelde prestaties verricht. De belastinginspecteur weigert deze vrijstelling toe te passen omdat er volgens hem ook andere (neven)activiteiten door het OPF worden verricht.

Rechtbank Noord Holland

Lichamen zijn vrijgesteld van Vpb als zij uitsluitend of nagenoeg uitsluitend de verzorging van werknemers door middel van pensioen als doel hebben. Deze vrijstelling geldt niet voor zover zij voordelen behalen uit werkzaamheden die niet rechtstreeks verband houden met het uitvoeren van bedoelde pensioenregelingen (nevenwerkzaamheden).

In deze procedure onderzocht de rechter of sprake was van uitvoering nevenwerkzaamheden. De rechter besliste in het nadeel van het OPF. Hij vond dat het OPF voordelen deed toekomen aan J BV op grond van de voorwaarden van de uitbesteding van het vermogensbeheer. Het OPF was dus vennootschapsbelasting verschuldigd.

Commentaar

Eerder dit jaar boog het Gerechtshof Den Haag zich ook over de Vpb-vrijstelling voor pensioenuitvoerders. Zie ons bericht van 11 juni 2014. Toen besliste het Gerechtshof dat alleen pensioenuitvoerders als bedoeld in de Pensioenwet een vrijgesteld pensioenlichaam kunnen zijn.

In de casus waarover de Rechtbank Noord Holland oordeelde ging het om een pensioenuitvoerder die het vermogensbeheer uitbesteedde. De procedure is erg technisch en casuïstisch. Doorgaans zal het uitbesteden van vermogensbeheer door een OPF aan een beleggingsinstelling niet kwalificeren als nevenwerkzaamheden. Maar omdat in dit geval J BV en het OPF waren gelieerd en het OPF kennelijk voordelen liet toekomen aan J BV besliste de rechter toch dat sprake was van nevenwerkzaamheden. Het is ons niet bekend of het OPF tegen deze beslissing in beroep  gaat.

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis
Bron: Rechtbank Noord-Holland, 25 juni 2014; Zaaknummers: AWB 14/550, 14/820 en 14/1201.