Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Geen vrijval pensioenverplichting bij terugkeer BV naar NL

10 december 2014

Bij het ontstaan van de Nederlandse belastingplicht moet een BV de pensioenverplichting in de openingsbalans opnemen tegen de waarde in het economische verkeer. Leidt dit tot een vrijval van de pensioenverplichting in het eerste jaar?  

De kwestie 

X BV was vanaf 1994 gevestigd in Curaçao. De BV was pensioenuitvoerder van het pensioen van de heer F. De pensioenverplichting bestond uit een premievrije aanspraak op ouderdomspensioen van  € 86.436 ingaande op 1 december 2012. Met ingang van 1 januari 2009 werd de BV Nederlands belastingplichtig. In haar fiscale openingsbalans per 1 januari 2009 waardeerde X BV de pensioenverplichting op de fiscale waarde van € 787.673. 

De inspecteur was het hier niet mee eens. Hij waardeerde de pensioenverplichting in de openingsbalans op de waarde in het economische verkeer ad € 1.685.000. Volgens de inspecteur moest X BV de verplichting in de fiscale eindejaar balans waarderen op de fiscale waarde van € 1.335.000. Dit komt omdat de fiscale waarde op andere grondslagen wordt bepaald dan de waarde in het economische verkeer. Dit verschil in waardering leidde bij X BV tot belastingheffing over € 350.000.
X BV en de inspecteur kunnen het niet eens worden over de belaste vrijval van de pensioenverplichting in 2009.

Gerechtshof Arnhem 

Volgens het Gerechtshof moet X BV de pensioenverplichting in de openingsbalans opnemen tegen de waarde in het economische verkeer. Immers bij het opstellen van de openingsbalans gelden niet de regels voor bepaling van de jaarwinst maar de regels van bepaling van de totale winst. Op het einde van het eerste jaar moet X BV, voor de bepaling van de jaarwinst, wel uitgegaan van de regels voor jaarwinst. Maar leidt dit verschil in waarderingsgrondslagen dan ook tot de hier omstreden vrijval van de pensioenverplichting?

Het Gerechtshof vond van niet. Volgens het Hof gelden de regels voor de jaarwinstbepaling alleen en voor zover er in het kalenderjaar mutaties zijn in de toegezegde aanspraken. Dat is hier niet het geval. Als er geen mutaties zijn kunnen de verschillende waarderingsgrondslagen niet leiden tot een vrijval van de eerder gevormde pensioenvoorziening. Het Gerechtshof verwijst hierbij naar de parlementaire discussie die in 1992 ontstond bij de invoering van de belastingplicht voor pensioenlichamen. Het Hof leidt daaruit af, dat het niet de bedoeling was van de wetgever om een incidenteel verlies of incidentele winst in aanmerking te nemen als deze het gevolg is van verschillende waarderingsgrondslagen die zijn gebaseerd op verschillende rentepercentages (marktrente versus een minimumrente van 4%). Dat betekent dat X BV in haar eindejaar balans hetzelfde rentepercentage mag hanteren als in haar openingsbalans en dat ook in zoverre geen sprake is van een vrijval van pensioenverplichtingen in 2009.

Dit blijkt volgens het Gerechtshof ook uit de overgangsregels die getroffen zijn bij afschaffing van de lineaire methode en het verbod op toepassing van leeftijdsterugstelling. In beide gevallen werd vrijval van de pensioenvoorziening voorkomen door de zogenaamde bevriezingsmethode. Dit hield in dat de oorspronkelijke voorziening mocht worden aangehouden tot het jaar waarin deze werd ingehaald door de pensioenvoorziening die berekend was op de nieuwe grondslagen. Volgens het Hof kan X BV deze methode hier ook toepassen en vindt in 2009 geen vrijval plaats. 

Commentaar 

Dit is een belangrijke uitspraak voor de pensioenpraktijk. Want in het verlengde van deze uitspraak liggen ook:

 

  • Overdracht van pensioenkapitaal van verzekeraar naar BV;
  • Overdracht van pensioenkapitaal van werk-BV naar holding- of pensioen BV;
  • Omzetting van een stamrechtkapitaal naar een uitkering

 

Bij overdracht van een pensioenkapitaal van een verzekeraar naar een BV bepaalt de BV de pensioenuitkering op de commerciële waarde. Bij de waardering  op de eindejaar balans wordt de vastgestelde uitkering dan weer gewaardeerd op de fiscale waarde. Dit leidt dan steeds tot een vrijval. Maar in de ogen van het Gerechtshof mag in dat geval de uitkering worden afgeboekt op het overgedragen kapitaal. Het verschil tussen het overgedragen kapitaal en de uitkering wordt aangemerkt als pensioenvoorziening totdat de fiscale waarde hiervan hoger is. Het zelfde zou dan gelden bij het omrekenen van een stamrechtkapitaal in een uitkering. 
Wij zijn benieuwd of de Staatssecretaris cassatie aantekent tegen deze uitspraak. En hoe in dat geval de Hoge Raad oordeelt. 

Auteur: Paul Lavrijssen

Bron:  Gerechtshof Arnhem  ECLI:NL:GHARL:2014:9138

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 10 december 2014