Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Geen zwaarwegend belang bij eenzijdige wijziging werknemersbijdrage premie

19 januari 2018

Een werkgever voert een eigen bijdrage in voor werknemers. Dit kan niet zonder instemming van de desbetreffende werknemers omdat geen sprake is van een zodanig zwaarwegend belang voor de werkgever dat dit een eenzijdige wijziging rechtvaardigt.

Wat was er aan de hand?

X BV heeft ongeveer 1.000 werknemers. Met ingang van 1 januari 2003 is in de cao en in het pensioenreglement opgenomen dat werknemers die op of na 1 januari 2003 in dienst treden een eigen bijdrage in de pensioenpremie betalen ter grootte van 10%  van het pensioengevend salaris. Werknemers die op dat moment al in dienst waren, hoeven geen eigen bijdrage betalen. Voor hen blijft  X BV de volledige pensioenpremie betalen.
De werkgever wijzigt, na akkoord van de vakbeweging en instemming van de OR, de pensioenregeling per 1 juli 2015. Daardoor worden ook de werknemers die op 1 januari 2003 in dienst waren een bijdrage in de pensioenpremie verschuldigd.  Deze loopt op van 0,5% in 2015 tot 3,5% in 2021 van het pensioengevend salaris. In totaal 44 werknemers die niet onder de cao vallen, maken bezwaar tegen deze eenzijdige wijziging.

Standpunt werknemers

De 44 werknemers stellen dat wijziging van de pensioenregeling slechts kan plaatsvinden op basis van individuele overeenstemming omdat zij niet onder de cao vallen. Zij zijn daarom niet gebonden aan het met een deel van de vakbonden bereikte onderhandelingsresultaat noch aan de instemming van de OR. Eenzijdige wijziging van een individuele arbeidsovereenkomst is alleen mogelijk als er een eenzijdig wijzigingsbeding is opgenomen in de overeenkomst (art. 7:613 BW) én er sprake is van een zodanig zwaarwichtig belang voor de werkgever dat de belangen van de werknemers naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moeten wijken. Eenzijdige wijziging van een pensioenregeling kan op basis van artikel 19 Pensioenwet ook alleen plaatsvinden op basis van een in de pensioenovereenkomst opgenomen beding én op grond van een zwaarwegend belang.

Als er geen sprake is van een eenzijdig wijzigingsbeding kan een werkgever alleen een wijziging aanbrengen als de werknemers op basis de redelijkheid en billijkheid een voorstel van de werkgever niet kunnen weigeren (art. 6:248 BW). Ook daarvan is volgens de groep van 44 werknemers geen sprake.

Standpunt werkgever

X BV stelt zich op het standpunt dat het vaste jurisprudentie is dat werknemers positief behoren te reageren op een voorstel tot (eenzijdige) wijziging van de arbeidsvoorwaarden indien;

  1. sprake is van gewijzigde omstandigheden die voor de werkgever reden kunnen zijn om een wijziging van de overeenkomst voor te stellen;
  2. het gedane voorstel tot wijziging van de overeenkomst in het licht van alle omstandigheden van het geval redelijk is; en
  3. aanvaarding van de wijziging in ordelijkheid van de werknemers kan worden gevergd.

 

X BV stelt dat zij voldoende belang (ook zwaarwegend belang) heeft voor de wijziging van de pensioenregeling nu aan deze drie voorwaarden is voldaan en derhalve van de werknemers verwacht mag worden positief te reageren op deze pensioenregeling inclusief de geleidelijke toename van de werknemerspremie van 0% naar 3,5% van het pensioengevend salaris.

 

Kantonrechter: geen zwaarwegend belang

De kantonrechter vraagt zich in eerste instantie af op welke juridische verhouding het geschil betrekking heeft. Is het een wijziging van de arbeidsovereenkomst c.q. de pensioenovereenkomst, van de uitvoeringsovereenkomst, of van het pensioenreglement? Zijn conclusie is dat het gaat om een wijziging van de arbeidsovereenkomst(en) tussen partijen. Vaststaat dat in de individuele arbeidsovereenkomsten geen eenzijdig wijzigingsbeding is opgenomen als bedoeld in artikel 7:613 BW. Partijen zijn het erover eens dat de 44 werknemers deelnemers zijn van de collectieve pensioenregeling van X BV en dat daarop het pensioenreglement van toepassing is. Het pensioenreglement kent wél een eenzijdig wijzigingsbeding als bedoeld in artikel 19 Pensioenwet. In het pensioenreglement was opgenomen dat werknemers die in dienst waren op 1 januari 2003 geen eigen bijdrage verschuldigd waren. Daarom is volgens de kantonrechter op de onderhavige wijziging van de premieverdeling tussen werkgever en werknemer het in artikel 7:613 BW en 19 Pensioenwet geformuleerde toetsingskader van toepassing. X BV kan daarom slechts een beroep doen op het wijzigingsbeding uit hoofde van het pensioenreglement indien zij bij de wijziging van de pensioenovereenkomst een voldoende zwaarwegend belang heeft. De instemming van de ondernemingsraad vormt een zwaarwegend gezichtspunt bij de beoordeling van de redelijkheid van de wijziging. Maar dat neemt volgens de kantonrechter niet weg dat op X BV de bewijslast rust dat haar belang zo zwaarwichtig is dat het belang van eisers daarvoor dient te wijken.

De kantonrechter oordeelt dat de door X BV gewenste  invoering van een marktconforme regeling en de harmonisering van de arbeidsvoorwaarden niet als zodanig zwaarwegend kunnen worden gekwalificeerd dat het individuele belang van eisers ten aanzien van de premie vrijstelling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken. De eenzijdige invoering van het werknemersdeel in de pensioenpremie per 1 juli 2015 voor de 44 werknemers is in strijd met artikel 19 Pensioenwet en artikel 7:613 BW.

Commentaar

De cruciale vraag in deze procedure is of de verdeling van de pensioenpremie tussen werkgever en werknemer onderdeel uitmaakt van de pensioenregeling als zodanig. Het zwaarwegende belang speelt alleen een rol als er een eenzijdig wijzigingsbeding is opgenomen in de arbeidsovereenkomst dan wel de pensioenovereenkomst. In dat geval kan een werkgever de overeenkomst eenzijdig wijzigen. Is er geen eenzijdig wijzigingsbeding opgenomen, dan heeft de werkgever de instemming van de werknemers nodig voor een wijziging. Daarbij kunnen deze werknemers hun instemming niet weigeren als sprake is van een redelijk voorstel van de werkgever. De pensioenovereenkomst is hetgeen tussen een werkgever en een werknemer is overeengekomen omtrent pensioen (art. 1 Pensioenwet).

Is de verdeling van de pensioenpremie tussen werkgever en werknemer iets wat valt onder de noemer “omtrent pensioen”? Inhoudelijk heeft het geen invloed op de pensioenen als zodanig. De memorie van toelichting bij de Pensioenwet verwijst voor de invulling van het begrip “pensioen” naar de ook in artikel 1 opgenomen definitie en de toelichting daarop. Pensioen is volgens de MvT gedefinieerd door een opsomming van mogelijke pensioensoorten. In zoverre vervalt de verdeling van de premie tussen werkgever en werknemer daar niet onder. Dit is van belang omdat de individuele arbeidsovereenkomst géén eenzijdig wijzigingsbeding bevatte en het pensioenreglement wél. Het pensioenreglement is de door de pensioenuitvoerder opgestelde regeling met betrekking tot de verhouding tussen de pensioenuitvoerder en de deelnemer. Als zodanig is het dus geen overeenkomst en heeft de werkgever bij het opstellen van het pensioenreglement geen rol.  De pensioenuitvoerder moet er volgens de MvT bij de Pensioenwet bij de opstelling van het pensioenreglement echter voor zorgdragen dat dit pensioenreglement aansluit bij de afspraken die in de pensioenovereenkomst en de uitvoeringsovereenkomst zijn gemaakt. 

Daaruit vloeit voort dat de pensioenovereenkomst in dit geval kennelijk een eenzijdig wijzigingsbeding bevatte. Eenzijdige wijziging van het pensioenreglement kan dus als sprake is van een zwaarwegend belang. Wijziging van de arbeidsovereenkomst kan, bij het ontbreken van een eenzijdig wijzigingsbeding, alleen indien de werknemer op basis van goed werknemerschap (art. 7:611 BW) en/of redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 BW) gehouden is in te stemmen met de voorgestelde wijziging.

De kantonrecht lijkt op twee gedachten te hinken. Hij begint met te constateren dat het geschil betrekking heeft op een wijziging van de arbeidsovereenkomst (die geen eenzijdig wijzigingsbeding bevat). Vervolgens verklaart hij wel het in het pensioenreglement opgenomen eenzijdige wijzigingsbeding als bedoeld in artikel 19 Pensioenwet van toepassing. Dat zou dus betekenen dat (ook) sprake zou zijn van een wijziging van de pensioenovereenkomst en niet (alleen) van de arbeidsovereenkomst.

Zoals ik hiervoor aangaf, is de wijze waarop de premie wordt verdeeld tussen werkgever en werknemer geen afspraak waarbij de pensioenuitvoerder inhoudelijk betrokken hoeft te zijn. De pensioenuitvoerder wil de verschuldigde totale premie ontvangen. De werkgever is op grond van artikel 24 Pensioenwet verplicht om deze te voldoen aan de pensioenuitvoerder. Hoe werkgever en werknemer deze premie onderling verdelen is voor de pensioenuitvoerder (zeker als dat een pensioenverzekeraar betreft) helemaal niet relevant.

De uitkomst van deze procedure zou overigens waarschijnlijk niet anders zijn geweest. De kantonrechter komt tot de conclusie dat geen sprake is van een zodanig zwaarwegend belang die eenzijdige wijziging rechtvaardigt. In dat geval zal er ook geen sprake zijn van de – minder vergaande – verplichting van een werknemer om in te stemmen met een redelijk voorstel van de werkgever.

Het geeft echter wel aan dat het verstandig is de zaken vooraf goed te regelen en als je als werkgever de bevoegdheid wilt hebben om zowel de pensioenovereenkomst als de arbeidsovereenkomst eenzijdig te wijzigen, in beide overeenkomsten uitdrukkelijk een eenzijdig wijzigingsbeding op te nemen.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Midden-Nederland 10 januari 2018

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 19 januari 2018.