Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Gehuwden AOW bij knipperlichtrelatie

3 november 2017

Feiten en omstandigheden bepalen of twee personen over de perioden dat zij volgens de basisadministratie op verschillende adressen zijn ingeschreven recht hebben op ongehuwden AOW.

Wisselen van woning

Een man (X) en vrouw (Y) staan in de gemeentelijke basisadministratie personen ingeschreven op adres A. X ontvangt sinds maart 2007 een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) naar de norm voor een gehuwde. Y ontvangt sinds augustus 2009 AOW; eveneens naar de norm voor een gehuwde.

Nadat X en Y melden dat zij niet meer samenwonen op adres A, wijzigt de Sociale verzekeringsbank (Svb) vanaf 1 maart 2011 de ouderdomspensioenen van X en Y naar een ongehuwden AOW. Op 1 maart 2014 meldt X dat hij weer samenwoont met Y op adres A. De Svb wijzigt naar aanleiding van die melding het ouderdomspensioen van beiden weer in een gehuwden AOW. Op 16 april 2014 laat X zich weer uitschrijven van adres A en zich wederom inschrijven op adres B. De Svb wijzigt de ouderdomspensioenen weer in ongehuwden AOW.

Svb doet onderzoek

Omdat X en Y al eerder als samenwonend waren beschouwd, onderzoeken toezichthouders van de afdeling Bijzonder onderzoek van Svb (toezichthouders) of X daadwerkelijk nog woont op adres B. Adres B is een recreatiewoning die X en Y gezamenlijk bezitten.

De toezichthouders doen onder meer dossieronderzoek. Daarnaast vragen zij diverse gegevens op, waaronder gegevens over het waterverbruik op de adressen A en B, zij spreken met de beheerder van het bungalowpark en doen een buurtonderzoek rond het adres A. Ook spreken zij X en Y afzonderlijk. De bevindingen van het onderzoek leiden tot de conclusie dat X en Y sinds 1 maart 2011 steeds samenwoonden op adres A. En dus geen recht hadden op de (hogere) ongehuwden AOW. De Svb vordert de teveel uitgekeerde AOW terug van X en Y. X en Y zijn het daarmee niet eens en gaan in beroep tegen dit besluit.

Waar heeft iemand zijn hoofdverblijf?

Volgens de Centrale Raad van Beroep (de Raad) moet de vraag waar iemand zijn hoofdverblijf heeft worden beantwoord aan de hand van concrete feiten en omstandigheden. De toezichthouders van de Svb onderzochten dit. Dat onderzoek wijst uit dat dat X en Y geen recht hebben op de ongehuwden AOW. X en Y konden de Raad er niet van overtuigen dat het hoofdverblijf van X in de perioden dat hij was ingeschreven op adres B een ander adres was dan adres A.

Uit het onderzoek van de toezichthouders blijkt bijvoorbeeld dat er in het waterverbruik van de woning op het adres A na 2011 nagenoeg geen wijziging is opgetreden. De verklaring van Y (dat zij het laatste jaar meer zou wassen voor haar dochter en schoonzoon) overtuigt de Raad niet. Verder verklaarden verschillende omwonenden van adres A consistent en onafhankelijk van elkaar dat X en Y daar al jaren samenwonen, dat zij X horen en zien op adres A en dat zij geen wijziging rond 2011 hebben geconstateerd. Verder verklaarde de beheerder van het bungalowpark op adres B dat X de laatste twee à drie jaar vóór 2015 niet in zijn recreatiewoning heeft gewoond en dat de woning het merendeel van de tijd verhuurd werd aan Polen. Onder meer uit deze feiten en omstandigheden volgt dat X per 1 maart 2011, anders dan hij zelf meldde aan de Svb, zijn hoofdverblijf op adres A niet heeft beëindigd, aldus de Raad. De verklaring van X dat hij in de te beoordelen periode hoofdzakelijk in zijn camper sliep, leidt niet tot een andere conclusie.

Commentaar

Het verschil in hoogte van de AOW-uitkering van alleenstaanden en samenwonenden (ongehuwden AOW en gehuwden AOW) veroorzaakt soms dat samenwonenden ervoor kiezen om zich op verschillende adressen in te schrijven in de gemeentelijke administratie. Zo ook X en Y in deze casus. Deze casus laat echter ook zien dat er meer voor nodig is dan alleen ingeschreven te zijn op verschillende adressen om recht te hebben op de hogere ongehuwden uitkering. Maar dat de toezichthouder dit dan wel moet aantonen. De Svb is wettelijk verplicht om de juiste AOW-uitkeringen te doen. De wet biedt de Svb geen ruimte om ten onrechte uitbetaalde uitkeringen niet terug te vorderen. Zie onder meer ons nieuwsbericht van 14 september 2016. Auteur:

Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Centrale Raad van Beroep, 17 oktober 2017

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 1 november 2017