Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Generieke 45 dienstjarenregeling bezwaarlijk

Generieke 45 dienstjarenregeling bezwaarlijk

14 mei 2021

Minister Koolmees geeft alsnog een kabinetsreactie op het onderzoek in het kader “gezond werkend naar pensioen”. Onderzocht werd of het mogelijk is om het moment van uittreden onder voorwaarden te koppelen aan het aantal dienstjaren, bijvoorbeeld 45.

Onderzoek naar koppelen moment van uittreden met aantal dienstjaren

In het pensioenakkoord van 5 juni 2019 onderschreven sociale partners en het kabinet - naast de hervorming van de tweede pijler - ook dat werkenden in Nederland gezond hun pensioen moeten kunnen bereiken. Hiervoor maakten zij afspraken over duurzame inzetbaarheid, een leven lang leren, maar ook over eerder uittreden omdat nog niet iedereen kan doorwerken tot zijn pensioen. De afspraken betroffen overgangsmaatregelen voor de korte termijn, zoals de minder snelle stijging van de AOW-leeftijd tot 2025 en de tijdelijke versoepeling van de RVU-heffing die geldt sinds 1 januari 2021 (zie bijvoorbeeld ons nieuwsbericht van 15 februari 2021). Daarnaast betroffen de afspraken structurele maatregelen voor de langere termijn, bijvoorbeeld over de minder strenge koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting en over de mogelijkheden voor extra verlofsparen.

In het kader “gezond werkend naar pensioen” is ook overeengekomen te onderzoeken of het mogelijk is om het moment van uittreden onder voorwaarden te koppelen aan het aantal dienstjaren, bijvoorbeeld 45. Het rapport van dit onderzoek stuurde Koolmees op 29 januari naar de Kamer. Zie ons nieuwsbericht van 2 februari 2021.

Generieke publieke regeling juridisch en uitvoeringsmatig complex

Koolmees reageert op dit onderzoek in de brief die hij op 10 mei 2021 naar de Kamer stuurde.

Volgens Koolmees laat het onderzoek zien dat een generieke en publiek gefinancierde dienstjarenregeling voor vervroegde uittreding, zonder enige beperking, het gewenste doel niet bereikt. Een dergelijk regeling is zeer lastig uitvoerbaar, bovendien juridisch kwetsbaar en levert ook forse gevolgen op voor de overheidsfinanciën. Hierover wil het kabinet de komende periode graag in overleg gaan met sociale partners en daarbij ook de eerste ervaringen van de nieuwe regeling uit het Pensioenakkoord meenemen.

Een van de motieven voor de dienstjarenregeling is dat mensen met een lagere opleiding of een zwaar beroep vaker vroeg zijn begonnen met werken en minder mogelijkheden hebben om vroegpensioen te realiseren. Een generieke dienstjarenregeling zou deze groep lager opgeleiden of mensen met een zwaar beroep meer handelingsperspectief moeten bieden rondom pensionering. Het onderzoek laat echter zien dat een generieke 45-dienstjarenregeling niet specifiek deze groepen bereikt.

Een generieke publieke 45 dienstjarenregelingen kent volgens het rapport ook kwetsbaarheden. Zo laat het onderzoek zien dat vrouwen veel minder vaak een arbeidsverleden van 45 dienstjaren behalen omdat zij vaker loopbaanonderbrekingen kennen en vaker in deeltijd werken. Onderscheid op basis van het jaarlijks gewerkte aantal uren leidt tot een direct onderscheid naar arbeidsduur en vermoedelijk ook tot een indirect onderscheid naar geslacht. Dit is juridisch zeer kwetsbaar. Uit het onderzoek blijkt voorts dat een generieke dienstjarenregeling moeilijk uitvoerbaar is omdat gegevens over het arbeidsverleden maar beperkt beschikbaar zijn.

Ook kan een 45 dienstjarenregeling op korte termijn leiden tot een afname van het arbeidsaanbod, terwijl Nederland de komende jaren alle handen op de arbeidsmarkt nodig zal hebben. Op basis van een CBS-onderzoek wordt ingeschat dat op de korte termijn circa 20% van de 65-jarigen voldoet aan het 45 dienstjaren criterium. Dat aantal loopt vervolgens verder op door het stijgen van de AOW-leeftijd en de hogere arbeidsparticipatie (van met name vrouwen). Voor een publieke regeling ter hoogte van de netto AOW leidt dat tot directe kosten die vanaf 2026 oplopen van ruim € 2 miljard jaarlijks naar circa € 5 miljard per jaar in 2038. Door het meenemen van gelijkstellingen zouden deze kosten naar verwachting 50%-70% hoger uitvallen. Dat heeft forse gevolgen voor de overheidsfinanciën, aldus Koolmees.

1 miljard voor duurzame inzetbaarheid

Om sociale partners te ondersteunen bij het maken van integrale sectorale maatwerkafspraken rondom duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden, stelt het kabinet € 1 miljard aan subsidie beschikbaar via de tijdelijke Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid & Eerder Uittreden (MDI&EU). Deze regeling trad met ingang van 1 januari 2021 in werking. Volgens Koolmees is het van groot belang dat sociale partners in sectoren eerst ervaring opdoen met de vormgeving van regelingen voor duurzame inzetbaarheid en vervroegde uittreding. De effecten van deze tijdelijke regeling worden geëvalueerd.

Het vraagstuk hoe werkenden gezond werkend hun pensioen kunnen bereiken, is volgens Koolmees bij uitstek een vraagstuk waar de sociale partners het verschil kunnen maken samen met de overheid. De uitkomsten van het onderzoek bieden een gedegen basis voor het kabinet en sociale partners om met elkaar over de knelpunten hierbij in gesprek te blijven. Volgens Koolmees is het aan het volgende kabinet om - op basis van de ervaringen met de maatregelen voor duurzame inzetbaarheid - met sociale partners in gesprek te blijven over de vraag hoe werkenden in de toekomst gezond hun pensioen kunnen bereiken.

Commentaar

Het idee om mensen die 45 jaar hebben gewerkt met pensioen te laten gaan, is een wens van de vakbonden, vooral gericht op mensen met zware beroepen. Eerder al schreef minister Koolmees in een brief aan de Kamer dat een regeling van koppeling einde dienstbetrekking bij 45 dienstjaren "niet wenselijk" is. Die Kamerbrief werd ingetrokken, omdat hij te vroeg was verstuurd. Nu reageert hij alsnog op het rapport en beschrijft hij de bezwaren die een dergelijke -generieke publieke -regeling meebrengt. Volgens de minister zijn er te veel bezwaren, bijvoorbeeld omdat een arbeidsverleden van 45 jaar moeilijk is aan te tonen en het oneerlijk uitpakt voor vrouwen, die meer loopbaanonderbrekingen hebben.

Om mensen met zware beroepen tegemoet te komen, heeft Koolmees nu afgesproken dat sectoren zelf afspraken gaan maken in nieuwe cao's. Het kabinet stelt een miljard euro beschikbaar om dergelijke regelingen mogelijk te maken voor de komende vier jaar. Wat er daarna moet gebeuren is nog even afwachten. Daarover wordt nog gesproken.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Kamerbrief over onderzoek 45 dienstjaren, 10 mei 2021

Dit bericht is geschreven naar de stand van zaken op 11 mei 2021