Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Geregistreerd partnerschap gunstig voor de erfbelasting maar niet voor de AOW-uitkering

Geregistreerd partnerschap gunstig voor de erfbelasting maar niet voor de AOW-uitkering

25 maart 2019

X en Y gingen een geregistreerd partnerschap aan om de nalatenschap veilig te stellen. Hierdoor ging bij overlijden de erfbelasting omlaag. Maar ook de AOW-uitkering van beiden.

Svb verlaagt de AOW-uitkering na aangaan geregistreerd partnerschap.

X en Y ontvangen ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) naar de norm van een alleenstaande. Op 23 juni 2015 gingen zij een geregistreerd partnerschap met elkaar aan. Op 6 maart 2017 besluit de Sociale Verzekeringsbank (de Svb) het AOW- te herzien naar de norm voor een gehuwde.

X en Y zijn het niet eens met de correctie van het ouderdomspensioen. Volgens hen leven zij duurzaam gescheiden van elkaar op verschillende adressen. De Svb en de rechtbank verklaren het bezwaar van X en Y ongegrond.

Duurzaam gescheiden leven

In hoger beroep herhalen X en Y hun standpunt dat zij duurzaam gescheiden leven op verschillende adressen. Volgens hen zijn zij het geregistreerd partnerschap uitsluitend aangegaan om hun nalatenschap veilig te stellen. Zij refereren daarbij aan een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (hierna: de Raad) van 19 maart 2004.

De Raad zegt hierover het volgende: “Volgens vaste rechtspraak is van duurzaam gescheiden leven sprake indien ten aanzien van gehuwden de toestand is ontstaan dat, na de door beiden of één hunner gewilde verbreking van de echtelijke samenleving, ieder afzonderlijk hun eigen leven leidt als ware hij niet met de ander gehuwd en deze toestand door hen beiden, althans door één van hen, als bestendig is bedoeld. Verder is in de rechtspraak tot uitdrukking gebracht dat in het algemeen kan worden aangenomen dat na het sluiten van een huwelijk de betrokkenen de intentie hebben een echtelijke samenleving – al dan niet op termijn – aan te gaan, maar dat het niet is uit te sluiten dat onder omstandigheden vanaf de huwelijksdatum van duurzaam gescheiden leven kan worden gesproken, mits dat ondubbelzinnig uit de feiten en omstandigheden blijkt. Gezien het bepaalde in artikel 1, tweede lid, aanhef en onder d, van de AOW geldt dit evenzeer voor het aangaan van een geregistreerd partnerschap.”

Gezien de feiten en omstandigheden van X en Y kan volgens de Raad niet worden gezegd dat X en Y na het aangaan van het geregistreerd partnerschap ieder afzonderlijk zijn eigen leven leidde, alsof hij niet met de ander gehuwd was. En dat deze toestand door beiden of één van hen als duurzaam bedoeld is. Daarbij vindt de Raad het van belang dat X en Y al lange tijd met elkaar bevriend waren, bijna dagelijks telefonisch contact met elkaar hadden, zij de sleutel van elkaars woning hadden, elkaar begeleiden bij ziekhuisbezoek, boodschappen en financiële administratie voor elkaar deden, etc. Uit de feiten en omstandigheden blijkt dus niet ondubbelzinnig dat X en Y gescheiden van elkaar leefden.

Commentaar

Onder meer in november 2018 deed de Raad uitspraak in een vergelijkbare situatie. Toen deden twee personen die vanuit een LAT-relatie geregistreerd partnerschap aangingen eveneens beroep op de ongehuwden AOW met als motivatie dat zij duurzaam gescheiden leefden. Ook toen wees de Raad dit af. Niet alleen uit de uitspraak van november 2018, maar ook uit uitspraken daarvoor blijkt dat duurzaam gescheiden leven na een huwelijk of geregistreerd partnerschap alleen mogelijk is als er geen intentie is om ooit samen te gaan wonen. Dat kan alleen bewezen worden als de partners eerst hebben samengewoond en vervolgens uit elkaar gaan met de intentie nooit meer met elkaar te gaan leven. Maar als men al duurzaam gescheiden leeft, zoals X en Y, dan moet men niet gaan trouwen of geregistreerd partnerschap aangaan. Dan is het bijna onmogelijk om aan te tonen dat het de bedoeling is direct na de huwelijkssluiting of het geregistreerd partnerschap duurzaam gescheiden te gaan leven. In ons nieuwsbericht van 29 november 2018 leest u daarover meer.

X en Y gingen een geregistreerd partnerschap aan om de ‘nalatenschap veilig te stellen’. Wij vermoeden dat zij hiermee wilden bewerkstelligen minder erfbelasting te moeten betalen bij overlijden van één van hen. Volgens de Successiewet 1956 geldt voor partners niet alleen een aanmerkelijk lager tarief aan erfbelasting dan voor derden, maar ook een vrijstelling van € 650.910 (2019). Om hiervoor in aanmerking te komen bij overlijden moesten X en Y óf trouwen, óf geregistreerd partnerschap aangaan óf tenminste zes maanden voorafgaand aan het overlijden op hetzelfde woonadres staan ingeschreven en volgens een notarieel samenlevingscontract een wederzijdse zorgverplichting hebben. Anders waren zij voor de erfbelasting namelijk ‘derden’ van elkaar. Alle varianten om als partner te worden aangemerkt voor de Successiewet veroorzaken dat er niet langer recht bestaat op de hogere alleenstaanden AOW-uitkering. Of het voordeel in erfbelasting opweegt tegen de lagere AOW-uitkering is onder meer afhankelijk van de omvang van de nalatenschap en de periode waarover X en Y genoegen moesten nemen met een lagere (gehuwden) AOW-uitkering.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 22 maart 2019

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Centrale Raad van Beroep, 21 februari 2019