Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Gevolgen herziene Europese richtlijn voor Nederlandse Pensioenwet

18 juli 2016

Op verzoek van de Tweede Kamer geeft staatssecretaris Klijnsma een overzicht van de gevolgen van de herziene IORP-richtlijn voor de Nederlandse Pensioenwet.        

Hoofdlijnen herziening

De Tweede Kamer vroeg Klijnsma aan te geven op welke punten de herziene IORP-richtlijn afwijkt van bepalingen in de Pensioenwet (zie voor meer informatie over deze herziening ons nieuwsbericht van 28 juni 2016). Het uiteindelijke onderhandelingsresultaat sluit volgens de staatssecretaris aan bij het Nederlandse stelsel. Er is geen sprake van (verdere) harmonisering van kapitaalseisen, er zijn geen gedelegeerde bevoegdheden voor de Europese Commissie of EIOPA, er is geen verplichting om een bewaarder aan te stellen voor DC-regelingen en de vereisten op het gebied van communicatie en governance zijn sterk in detail verminderd.

Toetsing DNB bij waardeoverdracht naar buitenland

Belangrijke meerwaarde van de herziening van de richtlijn is dat de toetsing door de nationale toezichthouder of de rechten van de deelnemers bij een collectieve waardeoverdracht naar het buitenland gewaarborgd zijn, op Europees niveau is geregeld. Naar het oordeel van het kabinet en DNB is de herziening van de richtlijn daarmee een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. De nationale toezichthouder kan bij collectieve waardeoverdracht naar een pensioenfonds in een andere lidstaat een verbod opleggen op basis van de volgende criteria:

  • de rechten van de deelnemers waarvan de aanspraken worden overgedragen worden aangetast;
  • de rechten van de achterblijvende deelnemers onvoldoende zijn beschermd na de overdracht, dan wel aangetast worden door de overdracht;
  • de regeling zich in onderdekking bevindt op basis van het Nederlandse financieel toetsingskader.

De criteria sluiten volgens DNB aan op de criteria waar DNB in de huidige praktijk naar kijkt. In de huidige Pensioenwet zijn geen criteria opgenomen op basis waarvan DNB een collectieve waardeoverdracht kan tegenhouden. Met de implementatie van de richtlijn moet dit in de Nederlandse Pensioenwet vastgelegd worden, waardoor er een stevigere wettelijke grondslag is waar DNB zich op kan beroepen. Daarmee wordt de positie van DNB versterkt.

Informatievereisten

Voor wat betreft de informatievereisten hebben de regels op enkele punten gevolgen voor de Nederlandse Pensioenwet. Zo zullen op het UPO ook een slechtweerscenario moeten worden opgenomen bij het te verwachten pensioen, de mate waarin het pensioen gegarandeerd is, een uitsplitsing van de kosten en de dekkingsgraad van het pensioenfonds. Het gaat hierbij om informatie die in Nederland wel beschikbaar is, maar op grond van de wet pensioencommunicatie in het Pensioenregister of in de Pensioen 1-2-3 is opgenomen. Daarnaast moet de deelnemer niet één maand maar drie maanden voorafgaand aan het doorvoeren van een korting daarover worden geïnformeerd.

Governance

Op het gebied van de governance zal de Pensioenwet moeten worden aangepast op het openbaar maken van het beloningsbeleid en eventuele sancties door de toezichthouder alsmede het melden van uitbestede taken en ernstige misstanden aan de toezichthouder.

Implementatietermijn

Het is aan de lidstaten om de richtlijn te implementeren in nationale wetgeving. Zodra de richtlijn in werking treedt (naar verwachting tegen het einde van dit jaar) hebben de lidstaten hiervoor twee jaar de tijd.

Commentaar

Wij hopen dat deze verduidelijking van Klijnsma tegemoet komt aan de vraag uit de Tweede Kamer. De Kamerleden verzochten immers dat Klijnsma “exact” aan kon geven op welke punten de IORP-richtlijn afwijkt van bepalingen in de Pensioenwet. Wat ons betreft was de vorige brief duidelijk genoeg. 

 

Auteur: Erik Schouten, internationaal adviseur Aegon Adfis

Bron: Kamerbrief reactie verzoek gevolgen herziening IORP-richtlijn, 14 juli 2016.

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 15 juli 2016.