Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Gezamenlijke huishouding voor de AOW bij twee woonadressen?

10 februari 2016

Kun je een gezamenlijke huishouding hebben met iemand die is ingeschreven op een ander woonadres? Zelfs wanneer dat woonadres in Frankrijk is? Hierover oordeelde de Centrale Raad van Beroep (CRvB). 

 

SVB vordert AOW terug

Sinds 1 maart 2009 ontving mevrouw A een ouderdomspensioen voor een ongehuwde op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Zij woonde in een bungalowpark en stond op dat adres ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.

Bij een onderzoek op het bungalowpark rees het vermoeden dat zij langdurig samenwoont op het adres van L in Frankrijk. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) stelde een onderzoek in naar de woon- en leefsituatie van A. Twee medewerkers van het Controle Team Buitenland legden op 20 maart 2012 een huisbezoek af op het adres van L in Frankrijk. A en L waren op dat moment aanwezig en vulden een formulier gezamenlijke huishouding in. De SVB vorderde vervolgens het verschil tussen de alleenstaanden en gehuwden AOW terug over de periode 1 maart 2009 tot en met 31 juli 2012 van A. A is het daarmee niet eens. Zij maakt bezwaar tegen de terugvordering. En als de SVB vasthoudt aan de terugvordering gaat A in beroep. 

Rechtbank: gezamenlijk woonadres 

De rechtbank oordeelt dat de SVB mocht uitgaan van de juistheid van de gegevens die A en L ingevuld hadden op het formulier. Daaruit blijkt onder meer dat A ongeveer acht maanden per jaar bij L in Frankrijk verblijft, zij eenmaal per jaar voor ongeveer zes weken samen naar Nederland gaan en A zelf eenmaal per jaar voor ongeveer drie weken naar Nederland gaat. Dit biedt volgens de rechtbank voldoende feitelijke grondslag om aan te nemen dat A en L hun gezamenlijke hoofdverblijf hebben in de woning in Frankrijk. Ook blijkt uit het formulier dat er sprake is van wederzijdse zorg. Zij doen gezamenlijk de boodschappen, eten samen en verzorgen elkaar bij ziekte. 

De rechtbank besluit dat de SVB terecht heeft aangenomen dat A een gezamenlijke huishouding had met L. De SVB moest dan ook het ouderdomspensioen van A herzien en het ten onrechte verstrekte bedrag terugvorderen, aldus de rechtbank. A gaat in hoger beroep.

Centrale Raad van Beroep: gezamenlijke huishouding

A kan ook de CRvB niet overtuigen van haar gelijk.

Volgens de AOW is sprake van een gezamenlijke huishouding als twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. De vraag of in een bepaald geval sprake is van een gezamenlijke huishouding moet worden beantwoord aan de hand van objectieve criteria. 

Omdat A en L staan ingeschreven op verschillende adressen haalt de CRvB het arrest van de Hoge Raad van 13 maart 2015 aan. Daaruit volgt dat het feit dat A en L in de te beoordelen periode op afzonderlijke adressen stonden ingeschreven het niet onmogelijk maakt dat één van die adressen hun hoofdverblijf is. Dan speelt het criterium van wederzijdse zorg een belangrijke rol. Deze zorg kan blijken uit een financiële verstrengeling tussen de betrokkenen die verder gaat dan het uitsluitend delen van de woonlasten en hiermee samenhangende lasten. Maar ook uit andere feiten en omstandigheden. En die bleken uit het ingevulde formulier en de bevindingen van de medewerkers van het controleteam. 

A’s bewering dat zij het formulier pas achteraf had ingevuld of aangevuld kon de CRvB geen aanknopingspunten in het dossier vinden. De gegevens die op het formulier zijn ingevuld komen overeen met bevindingen van het controleteam.

De CRvB bevestigt de uitspraak van de rechtbank. 

Commentaar

De hoogte van de AOW verschilt voor alleenstaanden en gehuwden. En dat brengt sommigen in de verleiding om de SVB te laten geloven dat er geen sprake is van samenwonen. De SVB neemt dat niet zomaar aan. Dat blijkt uit deze casus, waarin zij de woon- en leefsituatie van A onderzocht. En ook in een aantal andere zaken waarover wij schreven blijkt dat de SVB niet zomaar aanneemt dat recht bestaat op de alleenstaanden AOW. Zie bijvoorbeeld ons bericht van 4 januari 2016 en ons bericht van 13 mei 2015. In al deze zaken vordert de SVB het teveel betaalde terug. En dat is toch al gauw ruim € 300 per maand dat desbetreffende personen ten onrechte de alleenstaanden AOW ontvingen. 

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Centrale Raad van Beroep, 26 januari 2016

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 9 februari 2016