Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Handreiking PEB en elders verzekerd pensioen (versie 7 juli 2017)

14 juli 2017

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioen (CAP) heeft de handreiking PEB en elders verzekerd deel aangepast. De belangrijkste wijziging is dat partijen bij de uitvoering een redelijke termijn mogen aanhouden. Dit bericht vervangt het eerder geplaatste bericht over de handreiking.

PEB in combinatie met een verzekerd pensioen

Een pensioenregeling van een DGA kan voor een deel verzekerd zijn in eigen beheer (PEB) en voor een deel bij een professionele verzekeraar. Voor het verzekerde deel kunnen we drie vormen onderscheiden, te weten:

  • Dekkingspolis;
  • Bepaald verzekerd deel;
  • Onbepaald verzekerd deel.

 

Het CAP zet in de handreiking uiteen hoe partijen moeten omgaan met de uitfasering PEB en in hoeverre de BV en de DGA handelingen moeten verrichten met betrekking tot de verzekerde aanspraken. Centraal daarbij is het splitsen van aanspraken uiterlijk vóór 1 juli 2017 bij bepaald- en onbepaald verzekerd pensioen. Een omschrijving van het bepaald- en onbepaald verzekerd deel kunt u vinden in de berichten die wij eerder over dit onderwerp op onze site plaatsten. 

Dekkingspolis

Bij een dekkingspolis  heeft de DGA geen aanspraak op een elders verzekerd pensioen. De BV is contractant en begunstigde van de verzekering. De waarde van de dekkingspolis mag de BV activeren op haar balans. De uitfasering PEB heeft geen invloed op deze verzekering. De BV kan deze naar keuze premiebetalend voortzetten. 

Bepaald elders verzekerd pensioen

Als er sprake is van een bepaald elders verzekerd pensioen, is de omvang van het verzekerde pensioen exact vastgelegd in de pensioenovereenkomst. Volgens de handreiking moet vanaf 1 juli 2017 vaststaan dat er sprake is van twee op zichzelf staande delen van de pensioenregeling van de DGA. Voor zover dat nog niet is gebeurd  moet er voor 1 juli 2017 een splitsing worden aangebracht tussen het eigen beheer en het elders verzekerde deel. 
 
In het elders verzekerde deel kan de DGA ook na 30 juni 2017 nog pensioenaanspraken opbouwen. Het is zelf mogelijk om in de verzekerde regeling te bepalen dat de premiebetaling erin voorziet dat periodiek een deel van het PEB wordt overgeheveld naar de pensioenverzekering. In dat geval moeten partijen de premie van de kapitaalverzekering wel omrekenen (herleiden) naar een deel van de aanspraken in eigen beheer. Uiteraard moeten partijen dit goed vastleggen.

Onbepaald elders verzekerd pensioen

Als het elders verzekerde pensioen onbepaald is, zijn de DGA en de BV overeengekomen dat de BV de verzekerde aanspraken aanvult. De omvang van het verzekerde pensioen is onzeker en daarom is op 1 juli 2017 niet exact bekend wat de aanvulling door de BV inhoudt. Volgens de opvatting van het ministerie van Financiën kan na 30 juni 2017 geen aanvulling op het verzekerde pensioen meer plaatsvinden. Daarom moet de BV uiterlijk op 30 juni 2017 de omvang van het PEB vaststellen. Dat kan op basis van de zogenaamde fiscale herleidingsmethode (fiscale waardering: 4% en geen leeftijdsterugstelling) of op basis van de actuele verzekeringstarieven. Gezien de huidige verzekeringstarieven leidt de laatste methode tot een lager pensioen en dus tot een hogere aanvulling door de BV. 
 
De aanvulling door de BV mag in de toekomst wel lager worden, bijvoorbeeld door een positief rendement op de pensioenverzekering. Maar de aanvulling mag niet hoger worden. Daarom moet de BV jaarlijks toetsen of het maximale niveau van het PEB is bereikt. Dit kunnen partijen voorkomen door per 1 juli 2017 het onbepaalde verzekerde deel om te zetten in een bepaald verzekerd deel. In dat geval moeten zij wel een nieuwe pensioenbrief maken voor de verzekerde regeling. Hierin komen zijn een kapitaal- of een premieovereenkomst overeen. 
 
Als partijen de pensioenregeling niet aanpassen blijft er sprake van één regeling waarvan een onbepaald deel is verzekerd. Wijziging van de waarde van de verzekering en tarieven van de verkeringsmaatschappij leiden tot aanpassing van de aanspraken in eigen beheer en dus tot de hiervoor genoemde toetsing. Als blijkt dat door een ontwikkeling van de verzekering de totale aanspraak lager wordt dient de BV – uiterlijk op de pensioeningangsdatum - een extra koopsom te storten in de pensioenverzekering. De BV en de DGA kunnen ook afspreken dat deze ontwikkelingen voor rekening van de DGA komen. In dat geval hoeft de BV geen extra storting te doen bij negatieve ontwikkelingen van de pensioenverzekering. Dit laatste moeten partijen wel vastleggen in de pensioenbrief. Voor de fiscale waardering van de reserve in eigen beheer moet de BV steeds uitgaan van de fiscale herleidingsmethode. Ook in dit geval kunnen partijen afspreken dat het doorbetalen van de premie van de verzekering leidt tot overheveling van eigen beheer naar verzekeren.

Redelijke termijn

Bij elders verzekerde pensioen in combinatie met eigen beheer moet partijen een splitsing maken in de aanspraken. Tevens moeten ze kiezen hoe ze het verzekerde pensioen zullen voortzetten. In beginsel moeten zij dat vóór 1 juli 2017 doen. Maar omdat de gegevens voor de splitsing en de keuze op die datum waarschijnlijk nog niet voorhanden waren staat de belastingdienst een redelijke termijn toe. Deze redelijke termijn eindigt op 31 december 2017. Voor die datum moeten partijen de splitsing per 1 juli 2017 hebben bepaald en de keuzes hebben gemaakt. Dit moeten zij voor 31 december 2017 ook formeel vastleggen. Uiteraard eindigt de redelijke termijn eerder als het pensioen ingaat of wordt afgekocht dan wel wordt omgezet in een ODV. 

Commentaar

In ons bericht van 26 juni 2017 over de brief van staatssecretaris Wiebes aan de Eerste Kamer twijfelden wij of het nu duidelijk was. De handreiking van het CAP biedt naar onze mening praktische richtlijnen hoe partijen hun pensioenregeling moeten aanpassen. Deze handleiding zorgt dus voor de gevraagde duidelijkheid. Niettemin moeten de BV en de DGA veelal nieuwe afspraken maken en deze vastleggen. Met name bij het continueren van de combinatie PEB en een onbepaald verzekerd deel is een en ander wel erg ingewikkeld. Al is het alleen al door de jaarlijkse toetsing en waardering van de verplichting in eigen beheer op basis van de fiscale herleidingsmethode. Maar partijen kunnen dit voorkomen door het onbepaalde deel in een bepaald deel om te zetten. 

Gelukkig biedt  het CAP  een redelijke termijn voor  zowel de berekening van de splitsing als de formalisatie hiervan. Hierdoor hebben  DGA ’s nog tot 31 december de tijd.  
 Deze regels gelden ook  voor pensioenregelingen met een elders verzekerd deel die al lang vóór 2017 premievrij gemaakt zijn. Deze regelingen moeten dus ook vóór 31 december  2017 zijn aangepast.

Overigens blijven wij twijfels houden bij de opvatting van het ministerie van Financiën dat de aanvulling in eigen beheer na 30 juni 2017 niet meer kan wijzigen. Ook niet op basis van het woord : “waarvan”, in de tekst van artikel 38n wet LB: (…) aanspraken ingevolge een pensioenregeling waarvan een lichaam als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdelen d of e, zoals dat artikel luidde op 31 december 2016, als verzekeraar optreedt,(…)”. Naar onze mening is en blijft de aanvulling van de BV op 31 december 2016 afhankelijk van de ontwikkeling van de verzekering na die datum. Slechts door civielrechtelijke aanpassing in de pensioenovereenkomst kunnen partijen regelen dat de aanvulling gefixeerd wordt. Maar ter voorkoming van fiscale risico’s moet u het hiermee doen.  
 
Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis
 
Bron
: Handreiking fiscale behandeling elders verzekerd pensioen (versie 7 juli 2017)
 
 
Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 14 juli  2017