Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Herzien en terugvorderen AOW-uitkering

4 januari 2016

Y gaf bij haar AOW-aanvraag haar geregistreerd partnerschap met X niet op. Zij krijgt sinds 2005 ongehuwden AOW. Na vijf jaar corrigeert de SVB haar AOW-uitkering en vordert het teveel betaalde terug. Terecht?

Geregistreerd partners met LAT-relatie 

Sinds april 2005 krijgt Y een AOW-uitkering. Uit een onderzoek door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) blijkt dat Y op 21 januari 2000 een geregistreerd partnerschap aanging met X. Op 3 juli 2008 overleed X.

Op 14 februari 2011 besluit de SVB het AOW-pensioen van Y met ingang van april 2005 te herzien naar de norm van een gehuwde. Bij besluit van dezelfde datum vordert de SVB de teveel betaalde AOW-uitkering van Y terug over de periode van april 2005 tot en met juni 2008. 

Y is het daarmee niet eens. Y voert aan dat X en zij duurzaam gescheiden leefden. Zij geeft aan dat zij een LAT-relatie had met X en dat zij hem vanwege ziekte in haar woning heeft opgenomen en heeft verzorgd. Nadat de rechtbank de SVB in het gelijk stelt, gaat Y in beroep bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB). 

Centrale Raad van Beroep: terechte terugvordering uitkering

De CRvB vindt dat de rechtbank terecht oordeelde dat X en Y vanaf april 2005 niet duurzaam gescheiden leefden. En dat de SVB de teveel betaalde AOW-uitkering over de periode van april 2005 tot en met juni 2008 mag terugvorderen. De CRvB onderbouwt dit als volgt.

Zware bewijslast om duurzaam gescheiden leven aan te tonen 

Volgens de CRvB blijkt uit vaste rechtspraak dat: 

  • ervan mag worden uitgegaan dat betrokkenen na het sluiten van een huwelijk of geregistreerd partnerschap de intentie hebben een echtelijke samenleving aan te gaan;
  • onder omstandigheden desalniettemin toch gesproken kan worden van duurzaam gescheiden leven, maar dat dit dan wel ondubbelzinnig uit de feiten en omstandigheden moet blijken.

Verder blijkt uit de rechtspraak dat van duurzaam gescheiden leven sprake is als – na de verbreking van de echtelijke samenleving - ieder afzonderlijk zijn eigen leven leidt, alsof hij niet met de ander gehuwd is. En met de bedoeling dat die situatie permanent is.

In de situatie van Y overtuigden de feiten en omstandigheden de CRvB niet ondubbelzinnig dat er sprake was van duurzaam gescheiden leven. Omstandigheden zoals het ontbreken van een financiële verstrengeling, dat Y nooit mantelzorggeld heeft ontvangen voor de zorg voor X, het beschikken over een eigen woning en dat zij elkaar alleen in de weekenden zagen deden daar niet aan af.

Herziening uitkering en terugvorderen

Over het herzien van de AOW-uitkering naar een ongehuwde-uitkering en het mogen terugvorderen van het teveel uitgekeerde is de CRvB het evenmin eens met Y. 

De SVB heeft voor dit soort situaties een begunstigend beleid. Volgens dat beleid herziet de SVB haar uitkeringsbesluit niet als de betrokkene al zijn verplichtingen is nagekomen en hij niet heeft kunnen onderkennen dat de uitkering ten onrechte werd verleend.

Volgens de CRvB heeft Y de informatieplicht geschonden doordat zij bij haar AOW-aanvraag de SVB niet heeft medegedeeld dat een geregistreerd partnerschap had. Volgens de CRvB had Y het belang van die informatie kunnen lezen in de informatie die zij kreeg bij de aanvraag van het ouderdomspensioen en het informatieblad ‘uw AOW/ANW’. 

Ten aanzien van de terugvordering stelt de CRvB dat de SVB alleen bevoegd is dit achterwege te laten wanneer er een dringende reden is. Volgens vaste rechtspraak is hiervan alleen sprake als de gevolgen van die terugvordering voor een verzekerde onaanvaardbare financiële of sociale consequenties heeft. De CRvB hierover: “Gesteld noch gebleken is dat appellante ten gevolge van de terugvordering in een noodsituatie als hiervoor bedoeld terechtkomt (…)“.

Commentaar

Deze uitspraak ligt in lijn met een eerdere uitspraak van de CRvB. Waarover wij 23 oktober 2015 schreven. Toen ging het om een bijstandsuitkering. De uitkeringsgerechtigde wilde zich verschuilen achter het feit dat de gemeente wist of had kunnen weten van zijn ABP-weduwnaarspensioenuitkering, waardoor hij recht had op een lagere bijstandsuitkering. De CRrvB was duidelijk: de gemeente mocht terugvorderen. X is zelf verantwoordelijk voor zijn daden, zoals het niet verstrekken van de informatie.

Deze uitspraak ligt ook in lijn met een uitspraak van Rechtbank Amsterdam in 2014 over herstel van te hoge pensioenuitkeringen door een pensioenfonds. In ons bericht van augustus 2014 schreven wij daarover. Die uitspraak laat zien dat een pensioenuitvoerder fouten in de pensioenuitkering mag herstellen. De rechter oordeelde in die situatie dat de pensioenuitvoerder haar fout alleen voor de toekomst mocht herstellen omdat de pensioenontvanger niet wist of kon weten dat de pensioenuitvoerder een fout had gemaakt. De pensioenontvanger hoefde in die situatie het teveel ontvangen pensioen niet terug te betalen.

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Centrale Raad van Beroep, publicatiedatum: 29-12-2015

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 4 januari 2016