Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Herziene Handreiking ODV-aanspraken en overlijden

12 april 2018

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioen (CAP) heeft de Handreiking ODV-aanspraken en overlijden herzien. In deze Handreiking legt het CAP uit hoe bij het overlijden van de DGA de ODV-uitkering wordt belast voor de loonheffing en de erfbelasting. Hierna leest u onze samenvatting van de Handreiking.

Loonheffing en erfbelasting

Bij het overlijden van een DGA die een ODV heeft bij zijn BV moeten de termijnen van de ODV overgaan op de erfgenamen van de DGA. In de ODV-overeenkomst mogen partijen hier niet van afwijken. Als de uitkeringen toekomen aan andere personen dan de erfgenamen is er sprake van een onzuivere ODV. Dit leidt direct tot loonheffing en revisierente over de waarde van de ODV bij overlijden. Wanneer bij overlijden van de DGA de (resterende) termijnen wel toekomen aan de erfgenamen is sprake van een zuivere ODV en vormen deze termijnen voor de erfgenamen loon uit vroegere dienstbetrekking.

Als de ODV-termijnen nog niet zijn ingegaan en de DGA overlijdt moeten de erfgenamen de termijnen laten ingaan binnen 12 maanden na dat overlijden. Zij hebben dan evenwel het recht om in die periode de ODV nog om te zetten in een lijfrente.

Op de verkrijging van de termijnen uit een zuivere ODV is de vrijstelling van de erfbelasting van toepassing. Indien en voor zover de termijnen toekomen aan de partner van DGA moet  – net zoals bij verkrijging van pensioen – imputatie op de algemene vrijstelling plaatsvinden. In dat geval wordt de algemene erfbelastingvrijstelling gekort met de waarde van de door de partner verkregen ODV.

Erfrecht

De ODV-termijnen vererven op grond van het wettelijk erfrecht of op basis van een testament of legaat. Op grond van dit recht kunnen de termijnen toekomen aan één of aan meer erfgenamen De loonheffing volgt daarbij het wettelijk erfrecht of het testament en er blijft sprake van een zuivere ODV. De ODV-termijnen kunnen dus naar één van de erfgenamen gaan of naar de erfgenamen gezamenlijk. In het laatste geval worden de termijnen pro rata verdeeld over die erfgenamen. Maar als de toedeling van de termijnen niet overeenkomt met de verdeling op basis van het wettelijk erfrecht of testament kan er sprake zijn van een onzuivere ODV. Het CAP haalt hier het volgende voorbeeld aan:

In zijn testament wijkt de DGA af van de wettelijke verdeling. De partner en de kinderen zijn in het testament voor gelijke delen als erfgenaam aangewezen. Volgens ODV-overeenkomst komen de (resterende) termijnen bij overlijden geheel toe aan de partner van de DGA. De termijnen van de ODV worden in afwijking van de gerechtigdheid die volgt uit het testament volledig uitgekeerd aan de partner. In dat geval is sprake van een onzuivere ODV. Over de waarde van de ODV is de DGA loonheffing en revisierente verschuldigd. De vrijstelling voor de erfbelasting is ook niet van toepassing.

Als de DGA in algehele gemeenschap van goederen is gehuwd dan behoort juridisch de helft van de waarde van de ODV tot het vermogen van de partner. Maar omdat deze - gezien de (fiscale) aard van de ODV-aanspraak - niet toegedeeld kan worden aan een ander dan de DGA, dient de helft van de ODV-aanspraak verrekend te worden. Als de DGA overlijdt, dan bestaat zijn nalatenschap volgens het CAP uit de gehele waarde van de ODV en uit een verrekeningsschuld van de DGA op de partner ten bedrage van de helft van de waarde van de ODV. De uitkeringen uit de ODV vormen in het geheel loon uit vroegere dienstbetrekking.

Als in dit geval de partner van de DGA eerst overlijdt, bestaat de nalatenschap van die partner voor een deel uit een verrrekeningsvordering op de DGA. En de gehele ODV-uitkering wordt bij de DGA belast met loonheffing.

Als de erfgenaam die (een deel van) de ODV termijnen ontvangt ook overlijdt, moeten de resterende termijnen overgaan op zijn eigen erfgenamen. Bijvoorbeeld; een DGA ontvangt een ODV-uitkering van € 18.000 per jaar. Hij overlijdt en de uitkeringen vererven aan zijn drie kinderen. Ieder van de kinderen ontvangt dus jaarlijks € 6.000. Na een paar jaar overlijdt één van die kinderen. De erfgenamen van de overleden verkrijger zijn zij twee kinderen. Deze ontvangen dan - ieder voor zich - van de resterende termijnen een uitkering van € 3.000 per jaar.

Commentaar

Op het eerste gezicht lijkt de ODV een eenvoudig alternatief voor pensioen in eigen beheer. Maar gaandeweg blijkt de regeling toch complex. Zeker bij overlijden van de DGA. Uit de Handreiking blijkt dat de ODV-overeenkomst moet aansluiten bij het wettelijk erfrecht of een eventueel testament of legaat. Als in de loop der tijd de erfgenamen van de DGA wijzigen (bijvoorbeeld door echtscheiding of door een testament) moet hij nagaan of dit nog klopt met de ODV-overeenkomst.

Een ander technisch aspect is de verrekening van de helft van de ODV bij algehele gemeenschap van goederen of bij huwelijkse voorwaarden met een finaal verrekenbeding. Omdat de ODV fiscaal alleen aan de DGA mag toekomen, moeten partijen volgens het CAP bij overlijden van de DGA of zijn partner juridisch een verrekening uitvoeren.

Er zijn nog meer technische aspecten waarmee u bij de uitvoering van de ODV rekening moet houden. In de training die Aegon Adfis eind juni organiseert staan we met name stil bij de uitvoeringsaspecten van de ODV.

Inschrijven voor de training DGA pensioen.

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Handreiking ODV-aanspraken en overlijden (versie 4 april 2018)

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 11 april 2018