Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Herziening pensioenfondsenrichtlijn: overwinning voor Nederland?

28 juni 2016

Staatssecretaris Klijnsma stuurde de Tweede Kamer een overzicht van de resultaten van de onderhandelingen over de pensioenfondsenrichtlijn. Het leest als een overwinning voor Nederland. Maar is dat ook zo?

Waarom een herziening van de IORP-richtlijn?

Sinds de inwerkingtreding van de IORP-richtlijn* in 2005 valt het aantal pensioenfondsen dat grensoverschrijdende regelingen uitvoert tegen. Het aantal grensoverschrijdende IORPs is erg beperkt zo blijkt uit onderzoek van EIOPA (zie ons "bericht van 7 augustus 2015). De Europese Commissie stelde begin 2014 dan ook een herziening van de richtlijn voor.

Onderhandelingsresultaat

De Nederlandse regering stemde in 2014 in grote lijnen in met de doelstellingen in het voorstel van de Commissie. Maar om daadwerkelijk in te kunnen stemmen, stelde de Nederlandse regering, onder grote druk van de Tweede Kamer, een aantal eisen. Klijnsma stuurde op 24 juni 2016 een brief naar de Tweede Kamer waarin zij een overzicht geeft van het onderhandelingsresultaat. De onderhandelingen gaan tussen het Europees Parlement, de Raad (onder voorzitterschap van Nederland) en de Europese Commissie. De inhoud van de belangrijkste wijzigingen leest u hierna.

Gedelegeerde bevoegdheden

In het oorspronkelijke Commissievoorstel stonden bij verschillende onderwerpen gedelegeerde bevoegdheden voor de Commissie om, eventueel met behulp van de Europese toezichthouder EIOPA, nadere regels uit te werken. De betrokkenheid van de Raad en het Europees Parlement zou hierbij zeer beperkt zijn. Het ging om gedelegeerde bevoegdheden ten aanzien van risico-evaluatie, een uniform informatiedocument (het Pension Benefit Statement) en het beloningsbeleid. In het uiteindelijke onderhandelingsresultaat zijn al deze gedelegeerde bevoegdheden geschrapt.

Uitvoering pensioenregeling in andere lidstaat

Voor het uitvoeren van een pensioenregeling in een andere lidstaat bevat de huidige richtlijn al regels. Deze regels blijven overeind met de herziening van de richtlijn. Dit betekent dat als een pensioenfonds uit een andere lidstaat een Nederlandse pensioenregeling uitvoert, de volgende regels van toepassing zijn:

  • het Nederlandse sociaal en arbeidsrecht en de Nederlandse informatievereisten blijven van toepassing en het toezicht hierop vindt plaats door de Nederlandse toezichthouders;
  • de financiële eisen (het prudentiële kader) van de lidstaat waar het pensioenfonds gevestigd is, blijft van toepassing. Om toezichtsarbitrage te voorkomen, geldt daarbij wel dat de pensioenregeling niet in onderdekking mag zijn.

 

Collectieve waardeoverdracht naar pensioenfonds in andere lidstaat

Voor een collectieve waardeoverdracht van een pensioenfonds naar een pensioenfonds in een andere lidstaat kent de huidige richtlijn geen regels. De herziening van de richtlijn zorgt voor duidelijke spelregels. Voor Nederland en een aantal andere lidstaten in de Raad was daarbij van cruciaal belang dat de nationale toezichthouder van het overdragende pensioenfonds de mogelijkheid heeft om een dergelijke grensoverschrijdende collectieve waardeoverdracht tegen te houden als niet aan de juiste voorwaarden wordt voldaan. In het uiteindelijke onderhandelingsresultaat is geregeld dat DNB een collectieve waardeoverdracht van een Nederlands pensioenfonds naar een pensioenfonds in een andere lidstaat kan tegenhouden als:

  • de rechten van de deelnemers wiens aanspraken worden overgedragen worden aangetast;
  • de rechten van de achterblijvende deelnemers onvoldoende zijn beschermd na de overdracht, of aangetast worden door de overdracht;
  • de regeling in onderdekking is op basis van het Nederlandse financieel toetsingskader.

 

Daarnaast moet een meerderheid van de deelnemers en pensioengerechtigden instemmen met een collectieve waardeoverdracht naar een andere lidstaat. EIOPA kan optreden als bemiddelaar in het geval de toezichthouders van beide lidstaten van mening verschillen over een grensoverschrijdende collectieve waardeoverdracht. Het gaat hier om niet-bindende bemiddeling.

Informatievereisten

In het oorspronkelijke Commissievoorstel was sprake van vergaande gedetailleerde voorschriften op het gebied van pensioencommunicatie. Zo stonden er gedetailleerde regels in over hoe één Europees informatiedocument, het Pension Benefit Statement (PBS; vergelijkbaar met het UPO in Nederland), eruit moest zien. Het ging daarbij om regels over de lengte van het document en het gebruikte lettertype. Deze regels en de inhoud van het PBS waren niet in lijn met de manier van gelaagd communiceren zoals opgenomen in het wetsvoorstel pensioencommunicatie. Nederland streefde naar het verminderen van het detailniveau van deze voorschriften en op het toevoegen van flexibiliteit in hoe en wat er gecommuniceerd wordt. Dat werkte. Lidstaten kunnen nu zelf bepalen hoe het PBS eruit komt te zien en hoe het wordt verstrekt. Dit mag ook via een website. Wel zijn er regels opgesteld over welke informatie er minimaal verstrekt moet worden in het PBS. Sommige van die regels hebben gevolgen voor Nederland. Zo moet op het UPO ook een slechtweerscenario bij het te verwachten pensioen worden opgenomen. En de mate waarin het pensioen gegarandeerd is. Ook moet een uitsplitsing van de kosten en de dekkingsgraad van het pensioenfonds worden opgenomen. Het gaat hierbij om informatie die in Nederland wel beschikbaar is maar op grond van de wet pensioencommunicatie in het Pensioenregister of in de Pensioen 1-2-3 is opgenomen. Daarnaast moet de deelnemer niet één maand maar drie maanden voorafgaand aan het doorvoeren van een korting daarover worden geïnformeerd.

Governance

In het oorspronkelijke Commissievoorstel stonden gedetailleerde vereisten op het gebied van de governance van pensioenfondsen en zou er een verplichting gelden voor DC-regelingen om een bewaarder aan te stellen. In het uiteindelijke onderhandelingsresultaat is het detailniveau van deze voorschriften sterk teruggebracht en is het instellen van een bewaarder geen verplichting maar een optie voor lidstaten. De uiteindelijke gevolgen voor Nederland zijn daarmee beperkt. Op een aantal kleinere onderwerpen zal de Nederlandse wetgeving naar verwachting moeten worden aangepast. Het gaat daarbij om zaken als het openbaar maken van het beloningsbeleid en eventuele sancties door de toezichthouder en het melden van uitbestede taken en ernstige misstanden aan de toezichthouder. Ook is er meer aandacht gekomen voor de impact van het beleggingsbeleid op milieu en sociale factoren.

Tijdsplanning

De Raad, het Europees Parlement en de Europese Commissie gaan nu bezien of het bereikte compromis aanvaardbaar is. In het najaar zal het Europees Parlement dit naar verwachting formeel bevestigen tijdens een plenaire stemming. De officiële publicatie van het compromis en dus de herziene richtlijn zal waarschijnlijk eind dit jaar of begin volgend jaar plaatsvinden.

Commentaar

Volgens het kabinet is het uiteindelijke onderhandelingsresultaat van de herziening van de IORP-richtlijn is veel minder verstrekkend dan de oorspronkelijke plannen van de Commissie. Dit komt onder meer door de inzet van Nederland. Voor wat betreft bijvoorbeeld de gedelegeerde bevoegdheden en de communicatievereisten zijn wij het daar helemaal mee eens.

Voor wat betreft de kapitaalseisen voor pensioenfondsen meldt het kabinet triomfantelijk dat er geen sprake is van (verdere) harmonisering. Wat ons betreft kun je daar wat genuanceerder naar kijken. Want één van de redenen dat het Belgische OFP vaak in het nieuws komt als interessante pensioenuitvoerder, is dat de kapitaalseisen (wat ruimer geformuleerd: het prudentiële en toezichtskader) anders zijn ingericht dan in Nederland. Juist omdat er maar minimale harmonisatie op dit gebied is, kunnen lidstaten deze kaders zelf inrichten. En kan het gevoel ontstaan dat de ene lidstaat een aantrekkelijker vestigingsklimaat voor pensioenfondsen heeft dan de andere lidstaat. En spreekt het Nederlandse kabinet van toezichtsarbitrage.

Het Nederlandse kabinet is er erg tevreden over dat zij de rol van DNB in het uiteindelijke onderhandelingsresultaat heeft versterkt. DNB kan een collectieve waardeoverdracht naar een pensioenfonds in een andere lidstaat tegenhouden als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Wij begrijpen die tevredenheid, maar de uitkomst verandert niet zoveel aan de huidige situatie. Een waardeoverdracht naar een pensioenfonds in een andere lidstaat valt onder artikel 83 PW. DNB beoordeelt of de belangen van de bij beide pensioenuitvoerders betrokken (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden op een evenwichtige wijze zijn afgewogen en bij de waardeoverdracht zijn geborgd. Hierbij kijkt DNB onder andere naar de financiële positie van de pensioenuitvoerders. Als de belangen niet voldoende geborgd zijn, zal DNB een verbod opleggen. Volgens artikel 83 PW kan een waardeoverdracht alleen plaatsvinden als (gewezen) deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden geen bezwaar hebben. De uiteindelijke tekst van herziene richtlijn is nog niet openbaar. Maar op grond van de tekst van de Kamerbrief van Klijnsma lijkt het erop dat het instemming van de (gewezen) deelnemers etc. wel zou kunnen veranderen. De PW stelt “geen bezwaar” (hierbij is een negatieve optie mogelijk); de tekst van de herziene richtlijn stelt (mogelijk) “instemmen”. Dat lijkt erop dat een negatieve optie niet meer mogelijk is. Dit zou naar mijn mening niet alleen van toepassing zijn bij internationale waardeoverdracht maar ook bij nationale waardeoverdracht. Anders komt deze bepaling in conflict met de Europese vrijheden. Hierover kunnen wij pas een definitief oordeel vellen na publicatie van de definitieve tekst.

Het is overigens de vraag of de herziene richtlijn zorgt voor een grote stijging van grensoverschrijdende uitvoering van pensioenregelingen. De belangrijkste obstakels worden namelijk niet opgelost. Denk hierbij aan het lokale sociale-, arbeids- en fiscale recht dat van toepassing blijft op de pensioenregeling die in een ander land wordt uitgevoerd. Daarover gaat de richtlijn niet.

Als gevolg van de Brexit kondigde de Britse EU-commissaris voor financiële diensten en markten, Hill, zijn aftreden aan. Het is nog niet duidelijk of het vertrek van Hill tot vertraging leidt bij de publicatie van de gefinaliseerde IORP-richtlijn.

* Een IORP is een Institution for Occupational Retirement Provision. Kortgezegd een pan-Europees pensioenfonds. De IORP-richtlijn wordt ook wel de pensioenfondsenrichtlijn genoemd.

Auteur: Erik Schouten, adviseur internationale pensioenen Aegon Adfis

Bron: Kamerbrief Resultaat onderhandelingen herziening IORP-richtlijn, 24 juni 2016.

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 28 juni 2016.