Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Het ABP indexeert voorwaardelijk. Mag dat?

9 november 2015

Het ABP voert sinds 2001 het pensioen uit van een oud-militair. Na jaren van volledige indexatie stopt de volledige indexatie vanaf 2008. Volgens de oud militair is zijn indexatierecht onvoorwaardelijk. En moet het ABP zijn toeslag volledig betalen. Wat vindt de rechter?

De kwestie 

De heer X bouwde als beroepsmilitair pensioen op. Op 9 september 1995 ging zijn pensioen in. Op zijn pensioen was de Algemene militaire pensioenwet van 6 oktober 1966 (hierna: AMP) van toepassing.

Op 1 juni 2001 wordt het pensioen overgedragen naar het ABP. De staatssecretaris van Defensie schrijft X op 6 juni 2001: 

“(…) Op 1 juni 2001 is uw pensioen overgedragen van het Ministerie van Defensie naar ABP. Voor u betekent dit dat u met ingang van deze maand uw pensioen niet meer van Defensie ontvangt maar van ABP. De overgang is zo geregeld dat u er financieel niets van merkt.

Garantie

Tot 1 juni 2001 werd uw pensioen berekend op grond van de Algemene militaire pensioenwet of een eerdere militaire pensioenwet. Vanaf 1 juni 2001 is het ABP-pensioenreglement van toepassing en/of het Besluit Bijzondere militaire pensioenen. Daardoor verandert de berekening van uw pensioen. Wat uiteraard gelijk blijft is de basis van uw pensioen: uw diensttijd en uw pensioengrondslag. Wat kan veranderen is de hoogte van het pensioenbedrag. Mocht het lager worden, dan krijgt u een garantietoeslag. Daardoor blijft het bruto-pensioen tenminste gelijk. (…)”

Vanaf 2008 indexeert het ABP het pensioen van X niet langer (volledig). X is het daarmee niet eens. Het ABP indexeerde immers tot 2008 wel volledig? En de staatssecretaris garandeerde dat toch in zijn brief van 6 juni en in de Kaderwet militaire pensioenen? Nadat X in het ongelijk is gesteld door de rechtbank Limburg gaat hij in beroep.

Gerechtshof Den Bosch

Het hof bevestigt dat het militair pensioen van X tot 2008 feitelijk werd geïndexeerd. En dat het ABP de pensioenen daarna niet langer (volledig) indexeerde vanwege de financiële positie van het pensioenfonds ABP.

Anders dan X stelde, garandeert de Kaderwet volgens het Hof niet een onvoorwaardelijke indexatie van het pensioen van X. Dat het militair pensioen van X tot 2008 feitelijk werd geïndexeerd omdat de financiële positie van het pensioenfonds ABP dat toeliet, maakt dit volgens het Hof niet anders. X heeft volgens het Hof geen recht op onvoorwaardelijke indexatie van zijn militair pensioen.

Volgens het Hof kon X er ook niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat zijn militair pensioen onvoorwaardelijk zou worden geïndexeerd. Volgens het Hof worden aanspraken op militair pensioen rechtstreeks aan het ABP-pensioenreglement ontleend. En volgens het ABP-pensioenreglement is de indexatie van pensioenen (waaronder militaire pensioenen) afhankelijk van de dekkingsgraad van ABP. Dat tot 2008 het militair pensioen van X feitelijk werd geïndexeerd, brengt nog niet met zich dat X daaraan het gerechtvaardigd vertrouwen kan ontlenen dat hij recht heeft op onvoorwaardelijke indexatie, aldus het Hof. 

Ook aan de brief van de staatssecretaris van Defensie van 6 juni 2001 kan X geen recht op onvoorwaardelijke indexatie ontlenen. Onder meer omdat hij financieel niets (ten nadele) merkte van de overdracht per 1 juni 2001 van zijn militair pensioen van het Ministerie van Defensie naar ABP. Vóór 1 juni 2001 had X namelijk evenmin een recht op onvoorwaardelijke indexatie van zijn militair pensioen.

Commentaar

Volgens de Pensioenwet vallen toeslagen (indexeringen) onder het begrip ‘pensioen’. De Pensioenwet is echter alleen van toepassing wanneer de toeslag ook daadwerkelijk tussen werkgever en werknemer is overeengekomen. In de parlementaire behandeling werd hierover geschreven: "Als de werkgever tijdens de arbeidsrelatie ook maar enigszins een suggestie heeft gedaan aan werknemers dat zij er op kunnen rekenen dat zij later als zij gepensioneerd zijn, verhogingen van de pensioenuitkeringen kunnen verwachten, wordt dat als een (mondelinge) pensioenovereenkomst beschouwd."

Die suggestie op een volledig geïndexeerd pensioen hebben de staatssecretaris, de wetgever noch het ABP gedaan, aldus het Hof. En uit een jarenlange feitelijke indexatie mag een pensioengerechtigde niet afleiden dat hij een onvoorwaardelijk indexatierecht heeft. Het reglement, de overeenkomst en andere uitingen kunnen er wel toe leiden dat een voorwaardelijke indexatie onvoorwaardelijk wordt. 

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Den Bosch, publicatiedatum: 5 november 2015

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 9 november 2015