Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Het is een feit van algemene bekendheid dat aan beleggen risico’s verbonden zijn

8 mei 2019

Het verzekerde kapitaal van een pensioenbeleggingsverzekering daalt in de laatste maanden van de looptijd fors, ondanks een defensief beleggingsprofiel. Het Kifid oordeelt in twee vergelijkbare gevallen dat dit beleggingsrisico voor rekening van de deelnemer komt en dat de verzekeraar niet te risicovol heeft belegd of op andere wijze tekort is geschoten.

Beschikbare premieregeling

Deelnemer C neemt deel aan een beschikbare premieregeling van haar werkgever. De werkgever heeft dit pensioen ondergebracht in een collectieve pensioenverzekering bij Aegon. Naar de wens van C belegde Aegon vanaf 2009 in het meest defensieve fonds. In verband met het verhogen van de AOW-ingangsdatum besloot C om drie maanden langer door te werken en het pensioen niet op 1 juni 2015 maar op 1 september 2015 (de datum waarop haar AOW inging) te laten ingaan. Aegon informeerde C over de beleggingswaarde van de pensioenverzekering. Deze bedroeg op 29 mei 2015 € 384.400. Op 3 september 2015 was de beleggingswaarde gedaald naar € 370.254.

C verbaasde zich over het feit dat ondanks het jarenlange defensieve beleggingsprofiel het pensioenkapitaal in zo’n korte tijd met 4% kon dalen en vordert dat Aegon de door haar geleden schade van € 14.146 vergoedt. Volgens C is Aegon toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar zorgplicht door C niet goed te informeren over de risico’s die samenhangen met het uitstellen. C ging ervan uit dat het verschil in beleggingswaarde in de periode van 1 juni tot 1 september 2015 niet meer dan marginaal zou zijn. Omdat Aegon haar niet goed zou hebben geïnformeerd over de risico’s, is haar de kans ontnomen om eventueel een andere beslissing te nemen, aldus C.

Deelnemer D had een beschikbare premieregeling bij Achmea. Ook bij hem daalde het pensioenbeleggjngskapitaal in de laatste maanden voor pensioeningang fors, met meer dan 8%. Ook D verbaasde zich er over dat dit kon gebeuren, terwijl hij een voorzichtig beleggingsprofiel had. D wil dat Achmea hem € 21.909 schadevergoeding betaalt.

Geen Schending zorgplicht

De Geschillencommissie van het Kifid (de Commissie) beoordeelt de vorderingen van C en D tot schadevergoeding. In beide gevallen volgt de Commissie dezelfde redenering.

Allereerst merkt de Commissie op dat het een feit van algemene bekendheid is dat aan beleggen risico’s verbonden zijn. C en D hadden moeten of kunnen weten dat de waarde van de beleggingen gedurende de gehele looptijd van de verzekering aan koersschommelingen onderhevig is en dat dit kan leiden tot een hoger dan wel lager pensioenkapitaal op de einddatum van de verzekering. De pensioenuitvoerder is op grond van de Pensioenwet (PW) verantwoordelijk voor de belegging. Dat houdt onder meer in dat de pensioenuitvoerder de belegging aanpast aan het risicoprofiel van de deelnemer en dat naarmate de pensioendatum nadert het beleggingsrisico wordt afgebouwd.

Door toepassing van life-cycle-beleggen voldoet zowel Aegon als Achmea volgens de Commissie aan de wettelijk verplichting van de PW.

De Commissie stelt vast dat Aegon en Achmea een laag risico hanteerden bij de belegging en het risico afbouwden naarmate de pensioendatum naderde. De Commissie heeft geen reden om aan te nemen dat de verzekeraars de ingelegde premies niet zouden hebben belegd in het belang van de aanspraak- en pensioengerechtigden. Het principe van pensioengericht beleggen in het kader van het life-cycle-systeem heeft volgens de Commissie als doel in de periode voorafgaand aan de ingangsdatum van het pensioen de risico’s te verkleinen teneinde vergaande schommelingen in de beoogde pensioenuitkeringen te beperken. Maar dit neemt naar het oordeel van de Commissie niet weg dat dat marktomstandigheden tot zowel waardestijgingen als waardedalingen van de beleggingen kunnen leiden. De waardedaling die optrad, ondanks dat de verzekeraars belegden in het belang van de deelnemer, is voor rekening en risico van de deelnemers. Aegon en Achmea hebben C en D voldoende over die risico’s geïnformeerd, aldus de Commissie.

Commentaar

Het karakter van een premieovereenkomst is dat het risico voor beleggingsopbrengst en aankooptarief van het pensioen bij de deelnemer ligt. De deelnemer mag niet zelf beleggen. Dat doet de pensioenuitvoerder.

De PW stelt dat de pensioenuitvoerder verantwoordelijk is voor de belegging. De uitvoerder moet beleggen in het belang van de deelnemer. Naar algemeen wordt aangenomen – en door de Autoriteit Financiële Markten ook goedgekeurd – voldoet een pensioenuitvoerder hieraan als belegd wordt volgens het life-cycle-principe. Daarbij wordt het beleggingsrisico afgebouwd naarmate de pensioendatum nadert.

De Commissie is hier heel duidelijk over. Een deelnemer aan een beschikbare premieregeling dient zich te realiseren dat het lopen van beleggingsrisico’s – ook in de maanden voorafgaand aan de pensioendatum waarin de risico’s al zijn verlaagd – inherent is aan een beschikbare premieregeling in de vorm van een beleggingsverzekering.

Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: KIFID Aegon, 27 maart 2019

KIFID Achmea, 27 maart 2019

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 8 mei 2019.