Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Hoe staat het met: de Wet Verbeterde premieregeling?

12 augustus 2016

Dit nieuwsbericht geeft een overzicht van de stand van zaken van de Wet Verbeterde premieregeling. Deze wet biedt de mogelijkheid om variabele pensioenuitkeringen te ontvangen en door te beleggen na pensioendatum. In aparte nieuwsberichten gaan wij uitgebreid in op de stand van zaken van pensioenen en de toekomst van het pensioenstelsel.

Inleiding

Op 1 september 2016 treedt de Wet verbeterde premieregeling in werking. Deze wet maakt het mogelijk om variabele pensioenuitkeringen aan te kopen waarvan de hoogte afhankelijk is van beleggingsresultaten. Het wetsvoorstel bestaat uit een combinatie van het initiatiefwetsvoorstel Uitbetaling pensioen in pensioeneenheden van Kamerlid Helma Lodders en het regeringswetsvoorstel Variabele pensioenuitkering.

Aanleiding voor het wetsvoorstel

Werkgevers kiezen steeds vaker voor een beschikbare premieregeling in plaats van een uitkeringsovereenkomst zoals een middelloonregeling. Hierdoor komen risico’s, zoals beleggingsrisico’s, langlevenrisico en renterisico’s steeds meer bij de deelnemer te liggen.

Tot de invoering van de nieuwe wet moet de deelnemer het opgebouwde kapitaal van een premieregeling uiterlijk op de pensioeningangsdatum omzetten in een levenslange uitkering. De pensioenuitkering kan vanaf de pensioendatum niet meer fluctueren. Het voordeel hiervan is dat de gepensioneerde op de pensioeningangsdatum weet waar hij aan toe is. Hij krijgt een gegarandeerd levenslang pensioen. Een nadeel is dat het aangekochte pensioen niet meer kan worden gewijzigd. Bijvoorbeeld wanneer de huidige extreem lage rente in de toekomst stijgt. Een ander nadeel is dat de garantie in de afgelopen jaren steeds duurder werd door de ontwikkeling van het langlevenrisico en de marktrente. Dit gaat ten koste van de pensioenuitkering, die in veel gevallen (veel) lager uitkomt dan waar de deelnemer op had gerekend. Een ander knelpunt ziet op de beleggingen. Pensioenuitvoerders moeten voor de pensioendatum geleidelijk het beleggingsrisico afbouwen vanwege het prudent-person beginsel in de Pensioenwet. Hierdoor kunnen deelnemers niet gedurende de pensioenopbouw tot aan hun pensioen risicovol beleggen en kan de beleggingshorizon niet volledig benut worden. En dat verkleint de kans op een hoger pensioen. Immers uit onderzoek blijkt dat een langere beleggingshorizon in het algemeen leidt tot hogere rendement.

Uitgangspunten Wet verbeterde premieregeling

Keuzemogelijkheden nemen toe

Door de Wet verbeterde premieregeling nemen de keuzemogelijkheden van deelnemers toe. Bestaande keuzen betreffen de mogelijkheid van een hoger of een eerder ingaand ouderdomspensioen, de uitruil van ouderdomspensioen in partnerpensioen en omgekeerd en de variatie in de hoogte van de uitkering in de verhouding 100:75.

De Wet verbeterde premieregeling biedt werknemers met een beschikbare premieregeling of een kapitaalovereenkomst (hierna: premieovereenkomst) de keuze tussen een vaste of een variabele pensioenuitkering. Een deelnemer kan kiezen tussen een individuele en een collectieve variabele pensioenuitkering. Dit verschil ziet op de verwerking van financiële mee- of tegenvallers als gevolg van:

  • beleggingsrisico,
  • de ontwikkeling van sterfteresultaten en/of
  • de ontwikkeling van een levensverwachting.

 

Deze risico’s kunnen individueel dan wel collectief gedragen worden. Financiële mee- of tegenvallers als gevolg van een beleggingsrisico of de ontwikkeling van een levensverwachting mogen door middel van een collectief toedelingsmechanisme worden verwerkt. Jaarlijks stelt de pensioenuitvoerder het financiële resultaat vast. Het collectief toedelingsmechanisme moet worden toegepast op een toedelingskring (groep) van pensioengerechtigden en/of deelnemers in de periode van tien jaar voorafgaand aan de pensioendatum. Er mag een spreidingsperiode worden gehanteerd van maximaal 5 jaar.

Rekenen met de risicovrije rente

Voor de hoogte van de aan te kopen variabele uitkering moet worden uitgegaan van de zogenoemde risicovrije rente. DNB publiceert periodiek de hoogte van deze rente. Met deze rente berekent de pensioenuitvoerder hoe hoog het pensioen is dat op basis van het beschikbare kapitaal naar verwachting levenslang kan worden uitgekeerd. Hoe hoger deze rente des te hoger de initiële pensioenuitkering. Aan de andere kant neemt het risico toe dat de pensioenen neerwaarts gaan variëren. De kans dat het uiteindelijk te behalen rendement de rekenrente gaat overstijgen, neemt dan immers af. Omdat deze rente op dit moment erg laag is, is de verwachting dat de uiteindelijke rendementen deze rente overstijgen. De kans op dalende pensioenuitkeringen (of een verlegging van dit risico naar volgende generaties, als gevolg van de spreidingsmethodiek) neemt daardoor af.

De variabele uitkering kan een periodieke vaste daling kennen.

Verandering beleggingsbeleid

De zorgplicht van de pensioenuitvoerder en het beleggingsbeleid wordt anders, wanneer de (gewezen) deelnemer een voorkeur heeft voor een variabele in plaats van een vaste uitkering. Dat geldt ook wanneer hij toetreedt tot een toedelingskring waarop een collectief toedelingsmechanisme voor het beleggingsrisico wordt toegepast. Deze mogelijkheid bestaat 10 jaar vóór de pensioenleeftijd. Voor zover de (gewezen) deelnemer de voorkeur heeft voor een variabele uitkering, stemt de pensioenuitvoerder de afbouw van het beleggingsrisico af op een variabele uitkering. Dit betekent in de praktijk dat die afbouw minder zal worden, omdat bij een variabele uitkering de beleggingshorizon verder in de tijd opschuift. De pensioenuitvoerder moet de (gewezen) deelnemer vragen naar zijn voorkeur voor een vaste of een variabele uitkering zodra dit relevant wordt voor de beleggingen.

Informatie van de pensioenuitvoerder

De pensioenuitvoerder legt de (gewezen) deelnemer voorafgaand aan de pensioeningangsdatum de keuze voor tussen een vaste uitkering of een variabele uitkering. Ook moet de pensioenuitvoerder de (gewezen) deelnemer wijzen op alle relevante informatie over de gevolgen en risico’s van deze keuze en een opgave van de hoogte van de vaste en variabele uitkering. Verder moet de pensioenuitvoerder vermelden binnen welke termijn de (gewezen) deelnemer moet kiezen. Bij het uitblijven van een keuze, wordt automatisch overgegaan tot de vaste uitkering. Met andere woorden: de vaste pensioenuitkering blijft het uitgangspunt, tenzij de (gewezen) deelnemer binnen de gestelde termijn kiest voor een variabele pensioenuitkering.

De pensioenuitvoerder is niet verplicht om zowel een vaste uitkering als een variabele uitkering te bieden. De pensioenuitvoerder mag zich beperken tot één van deze twee mogelijkheden. In dat geval moet de uitvoerder de deelnemer in ieder geval wijzen op de mogelijkheid van een waardeoverdracht naar een andere pensioenuitvoerder die wel de mogelijkheid biedt die hijzelf niet biedt. (Gewezen) deelnemers hebben dus de mogelijkheid om de regeling onder te brengen bij een andere pensioenuitvoerder die wel die andere mogelijkheid biedt. De Wet verbeterde premieregeling voorziet in dit verband in een uitbreiding van het shoprecht, nu op basis van de oorspronkelijke wetgeving het shoprecht niet bestaat voor zover de pensioenregeling is ondergebracht bij een pensioenfonds.

Wanneer de pensioengerechtigde kiest voor een variabele uitkering, moet de pensioenuitvoerder hem jaarlijks informeren. Niet alleen over de uitkering over het afgelopen jaar maar ook over de verwachte uitkering voor het komende jaar.

Variabele pensioenuitkering door een PPI

Een PPI mag geen vastgestelde pensioenuitkering uitvoeren omdat een dergelijk uitkering afhankelijk is van het leven van de pensioengerechtigde. Een PPI mag niet een dergelijk biometrisch risico lopen. Bij de variabele uitkering kan de PPI het sterfteresultaat afwentelen op de pensioengerechtigden. In die situatie kan een PPI wel variabele pensioenuitkeringen uitvoeren.

Pensioenknip en omzetting ingegane vaste uitkering

Voor deelnemers aan een premieregeling bestond tot 1 januari 2014 de mogelijkheid om op de pensioendatum de pensioenaankoop te knippen in een dadelijk ingaand pensioen en een uitgesteld kapitaal. Met het uitgestelde kapitaal kon geanticipeerd worden op verbetering van condities waartegen pensioen kan worden aangekocht.

Op 8 juli 2015 is - vooruitlopend op de Wet verbeterde premieregeling - opnieuw de pensioenknip mogelijk gemaakt. Voor pensioenregelingen waarvan het pensioenkapitaal vóór 1 januari 2017 tot uitkering komt kan de pensioenknip gebruikt worden. Omdat er in de periode tussen 1 januari 2014 en 8 juli 2015 geen pensioenknip mogelijk was, adviseert het Verbond zijn leden voor de groep gepensioneerden waarvoor het pensioen in die periode is ingegaan een uitzondering te maken. De betreffende gepensioneerden krijgen de mogelijkheid het al ingegane vaste pensioen alsnog om te zetten naar een variabele uitkering. Verzekeraars willen onder voorwaarden aan een dergelijke eenmalige omzetting meewerken.

Voor- en nadelen van omzetting

Uit analyses die het Verbond van Verzekeraars liet uitvoeren, blijkt dat het omzetten van reeds lopende contracten naar contracten met een variabele uitkering onder bepaalde omstandigheden voordeel kan opleveren voor de deelnemer.

Een belangrijke voorwaarde is dat de deelnemer bereid moet zijn om beleggingsrisico te nemen om in een nieuw contract met variabele uitkering een hogere uitkering te kunnen krijgen. Dit betekent dat de uitkering ook lager kan uitpakken indien de beleggingsresultaten tegenvallen. Daarnaast zal de hoogte van de uitkering afhangen van de ontwikkelingen in de levensverwachting. Het voordeel zal ook lager zijn doordat er kosten worden berekend voor de omzetting.

Voorwaarden voor omzetting

De afgelopen periode bepaalden het Verbond van Verzekeraars, DNB en AFM en de betrokken ministeries de volgende voorwaarden waaronder verzekeraars de omzetting kunnen aanbieden.

  • Wederzijds goedvinden
    Tussen de pensioengerechtigde en de verzekeraar moet overeenstemming bestaan over het openbreken van het reeds lopende contract.
  • Afbakening van de groep
    Verzekeraars gaan de mensen die een vast en levenslang pensioen hebben ingekocht met een ingangsdatum in de periode van 1 januari 2014 tot 8 juli 2015 en van wie de pensioenuitkering hoger is dan de actuele wettelijke afkoopgrens (in 2016 € 465,94 per jaar) persoonlijk informeren over de mogelijkheid het lopende contract om te zetten.
  • Periode
    De omzettingsmogelijkheid staat open in de periode van 1 januari 2017 tot en met in ieder geval 1 juli 2017. Het moment vanaf wanneer de omzetting kan plaatsvinden, kan daarbij tussen verzekeraars verschillen in verband met de tijd die nodig is voor de ontwikkeling van een product met een variabele pensioenuitkering en de invulling van de communicatie daarover. Het omzetten van het contract naar een variabele uitkering vindt plaats bij de huidige verzekeraar. Indien de huidige verzekeraar in het eerste halfjaar van 2017 geen variabele uitkering aanbiedt, willen verzekeraars medewerking verlenen aan een waardeoverdracht voor omzetting naar een variabele pensioenuitkering. De staatssecretaris creëert daartoe in de Pensioenwet een wettelijke basis via de Verzamelwet pensioenen 2017.
  • Communicatie
    Goede informatie is noodzakelijk om mensen tijdig te informeren dat zij in aanmerking komen voor de herkansing. En om te zorgen dat zij een weloverwogen keuze kunnen maken zonder daarbij te veel risico te nemen. Verzekeraars zullen de pensioengerechtigden die in aanmerking komen voor de herkansing, persoonlijk hierover informeren. Vervolgens stelt de verzekeraar op aanvraag een persoonlijke offerte op. De verzekeraar stelt dezelfde informatie beschikbaar over het product met een variabele uitkering, als aan deelnemers bij pensioeningang.
  • Zorgplicht
    Ten aanzien van de zorgplicht voor de uitvoering van de variabele uitkering gelden de regels van de nieuwe Wet verbeterde premieregeling. Bij de uitvoering van een variabele uitkering moet een pensioenuitvoerder handelen in het belang van de (gewezen) deelnemer of pensioengerechtigde. Ook gelden regels ten aanzien van het vaststellen van en informeren over het gehanteerde beleggings- en risicoprofiel.
  • Marktwaarde
    De omzetting vindt plaats op basis van de actuele waarde van de pensioenrechten op grond van de vaste pensioenuitkering. De actuele waarde wordt bepaald aan de hand van het actuele bij de verzekeraar geldende tarief. Dat wil zeggen de huidige marktrente en toepassing van de actuele sterftegrondslagen verminderd met kosten.
  • Kosten
    Met de omzetting naar een contract met een variabele uitkering zijn kosten gemoeid. Verzekeraars kunnen een eerlijke en objectieve vergoeding in rekening brengen voor kosten die voor de verzekeraar rechtstreeks verbonden zijn aan de omzetting naar een nieuw contract. Daarbij gaat het om kosten die het gevolg zijn van het weer liquide maken van de beleggingen. Daarnaast is er sprake van uitvoerings- en behandelingskosten.
  • Keuzemogelijkheden
    De Pensioenwet stelt regels met betrekking tot keuzemogelijkheden, zoals vormen van uitruil van pensioensoorten of variatie in de hoogte van de pensioenuitkering (de zogenaamde hoog/laag constructie). Deze keuzemogelijkheden gelden op het moment van pensioeningang en zijn niet van toepassing in het geval van de omzetting. Wanneer op het moment van pensioeningang de keuze voor variatie in de hoogte van de pensioenuitkering is gemaakt, kan deze niet worden uitgebreid. Het is wel mogelijk om de eerder gekozen variatie in de omvang van de pensioenuitkeringen te beperken of niet toe te passen voor de met de omzetting te verkrijgen variabele pensioenuitkering.
  • (Ex-)partner
    Als de pensioengerechtigde opteert voor een variabele pensioenuitkering, kan ook het perspectief voor het partnerpensioen en het verevende deel van het ouderdomspensioen veranderen. Verzekeraars zullen daarom ook de partner of de vereveningsgerechtigde in de zin van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding instemming vragen voor het omzetten van het contract.
  • Fiscaliteit
    In veel gevallen heeft het omzetten van de lopende vaste pensioenuitkering in een variabele pensioenuitkering gevolgen voor de omvang van de uitkering. Dit levert strijd op met de fiscale regels ten aanzien van de mogelijke variatie in de omvang van de pensioenuitkeringen. Om te voorkomen dat de fiscale regels in de weg staan aan de mogelijkheid om de in de periode van 1 januari 2014 tot 8 juli 2015 ingegane vaste pensioenuitkeringen om te zetten in variabele pensioenuitkeringen, zal de Staatssecretaris van Financiën een Beleidsbesluit vaststellen en publiceren. Bovendien zal in dit beleidsbesluit worden geregeld dat bij het omzetten van de vaste pensioenuitkering in een variabele pensioenuitkering niet hoeft te worden getoetst aan de zogenoemde bovenmatigheidstoets.

 

Verruiming redelijke termijn ingang pensioen

Normaal gesproken moet een deelnemer binnen een redelijke termijn van 6 maanden het pensioenkapitaal aanwenden voor een levenslang pensioen. Deze redelijke termijn is verlengd tot en met 31 december 2016. Voor pensioenkapitalen die expireren na 1 juli 2016 heeft de verlenging van de redelijke termijn geen praktische betekenis meer. De redelijke termijn van zes maanden eindigt voor die situaties immers altijd na 1 januari 2017.

Auteur: Erik Schouten, internationaal adviseur AEGON Adfis

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 12 augustus 2016.