Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Hoe staat het met het nettopensioen?

31 juli 2015

De wijzigingen en wijzigingsplannen voor pensioenen volgen elkaar nog steeds in snel tempo op. Maar weet u nog wat de status is van al die plannen? En wanneer de wijzigingen ingaan of (misschien al) zijn ingegaan? In dit bericht gaan wij in op het nettopensioen.

Aftopping pensioengevend loon

Het pensioengevend loon is sinds 1 januari 2015 maximaal € 100.000. Bij deeltijd is dit maximum bedrag, overeenkomstig de deeltijdfactor, lager. Deze aftopping geldt niet voor een arbeidsongeschiktheidspensioen.

Degenen die een hogere pensioengrondslag hebben kunnen met een nettopensioen het gemis aan pensioen enigszins compenseren. 

Kenmerken en voorwaarden nettopensioen 

De premie voor een nettopensioen moet de werkgever afdragen. De premie komt uit het netto loon. Dus het loon, nadat loonheffing daarop in mindering is gebracht. 

De waarde van een nettopensioen is voor de inkomstenbelasting vrijgesteld in box 3. De voorwaarden daarvoor staan in afdeling 5.3B in de Wet Inkomstenbelasting 2001. Het netto pensioen:

  • mag uitsluitend voorzien in een ouderdoms-, partner- en/of wezenpensioen;
  • mag niet worden afgekocht, vervreemd, tot voorwerp van zekerheid dienen;
  • moet worden uitgevoerd door Nederlandse pensioenuitvoerder (pensioenfonds of een pensioenverzekeraar);
  • kan alleen in de vorm van een beschikbare premieregeling;
  • geldt voor werknemers per dienstbetrekking, voor zover het pensioengevend loon hoger is dan het maximum van € 100.000 (maal de deeltijdfactor); en
  • moet blijven binnen de begrenzingen die de Wet op de inkomstenbelasting daarvoor stelt.

 

Voor de vormgeving en begrenzing voor nettopensioen is zo veel mogelijk aangesloten bij de regels voor beschikbare-premieregelingen van hoofdstuk IIB van de Wet LB. 

De box-3 vrijstelling vervalt wanneer onregelmatige handelingen plaatsvinden met het netto-pensioen; bijvoorbeeld afkoop. Een oneigenlijke handeling is ook wanneer de werknemer een vergoeding krijgt van zijn werkgever voor nettopensioen en zijn werkgever die vergoeding niet in dezelfde mate geeft aan zijn collega’s die niet meedoen aan nettopensioen. En die collega’s voor het overige in dezelfde omstandigheden verkeren.

Premiestaffels voor nettopensioen 

De staatssecretaris van Financiën publiceerde op 30 december 2014 de premiestaffels voor nettopensioen. Hiermee kan de maximale premie voor nettopensioen worden bepaald. Er is een 3% en 4%-staffel. Die staffels zijn opgenomen in bijlage VII in het Besluit premieovereenkomsten (Staatscourant 30 december 2014, nr 36872). Hier vindt u dat staffelbesluit.  

Ook voor nettopensioen geldt dat - als het rendement bij toepassing van de 3%-staffel boven het middelloonniveau uitkomt - dit rendement ten goede moet komen aan de pensioenuitvoerder. Daarom moet het nettopensioen – net als een brutopensioen - bij toepassing van de 3%-staffel  bij een aantal gebeurtenissen getoetst worden op bovenmatigheid.

Opbouw nettopensioen bij arbeidsongeschiktheid

Er bestond discussie over de vraag of een arbeidsongeschikte werknemer een nettopensioen kan opbouwen. Het gaat dan met name om arbeidsongeschikten die als werknemer langdurig veel meer dan € 100.000 verdienden, vrijgesteld zijn van premiebetaling voor de verdere opbouw van het pensioen bij een pensioenfonds en geen dienstverband meer hebben. 

Een aantal Eerste Kamerleden (en wij ook, zie ons nieuwsbericht van 28 januari 2015) is van mening dat de werkgever aan deze gewezen arbeidsongeschikte werknemers geen aanbod voor een nettopensioen kan doen. Omdat volgens de Pensioenwet een pensioenovereenkomst alleen kan worden gesloten tussen een werkgever en een werknemer. En niet tussen een werkgever en een gewezen werknemer. Zij stelden staatssecretaris  Klijnsma (SZW) een wetswijziging voor. 

Klijnsma past de regels omtrent pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid voor deze specifieke groep niet aan. Dat schreef zij de Eerste Kamer in haar brief van 5 juni. Volgens haar kan de werkgever op basis van de Pensioenwet een arbeidsongeschikte deelnemer bij een pensioenfonds namelijk wel een nettopensioenregeling aanbieden. Klijnsma: “Bij de parlementaire behandeling van de Pensioenwet is erop gewezen dat het voor de rechten en plichten over en weer tussen werkgever en werknemer niet uitmaakt, of zij zelf die afspraken maken of dat de vertegenwoordigende organisaties dat doen. Er is ook op gewezen dat het aanbod stilzwijgend kan worden geaccepteerd en dat het pensioenreglement van de pensioenuitvoerder de uitvoering moet zijn van hetgeen sociale partners zijn overeengekomen.  Op grond van het bovenstaande zie ik daarom geen reden de conclusie in mijn brief van 27 januari 2015 aan te passen dat de Pensioenwet het aanbieden van een nettopensioen aan deze specifieke groep toestaat en dat sociale partners daarover afspraken kunnen kamen.” 

Waardeoverdracht

De PW geeft deelnemers een wettelijk recht op waardeoverdracht bij wisseling van dienstbetrekking. Als een werknemer verzoekt om waardeoverdracht dan is zowel de oude als de nieuwe pensioenuitvoerder verplicht om daaraan mee te werken als aan de voorwaarden voor het recht op waardeoverdracht wordt voldaan. Maar wat gebeurt er wanneer de pensioenuitvoerder van de nieuwe werkgever geen netto-pensioen aanbiedt?

De huidige regeling met betrekking tot waardeoverdracht houdt in dat het opgebouwde nettopensioen moet worden omgezet naar een hoger bruto pensioen bij de nieuwe pensioenuitvoerder. Dat kan ertoe leiden dat de pensioenregeling van die deelnemer boven de fiscale grenzen komt. En het is ook niet toegestaan dat bij waardeoverdracht het nettopensioen bij de oude pensioenuitvoerder achterblijft (en dus niet wordt overgedragen naar de nieuwe pensioenuitvoerder). 

Om deze problemen te ondervangen zijn de PW en de Wet verplichte beroepspensioenregeling aangepast. Met ingang van 1 juli 2015 bestaat het recht op waardeoverdracht van een nettopensioen alleen wanneer de ontvangende pensioenuitvoerder ook een regeling voor nettopensioen uitvoert.  Is dit niet het geval, dan blijft het nettopensioen buiten de waardeoverdracht en kan het dus achterblijven bij de oude uitvoerder. De PW en Wet verplichte beroepspensioenregeling zijn daarop aangepast.  

Deze wetswijziging was “verstopt” in de Wet pensioencommunicatie, die de Eerste Kamer op 19 juni 2015 als hamerstuk afdeed. Meer over deze wetswijziging vindt u hier

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 31 juli 2015