Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Hoe staat het met het pensioen van de DGA?

1 augustus 2016

Het afgelopen jaar stond de oplossing van knelpunten rondom pensioen in eigen beheer in de schijnwerpers. Maar er gebeurde meer op het vlak van het pensioen van de DGA. Nog steeds moet de rechter veelvuldig beslissen over het pensioen in het kader van echtscheiding van de DGA. Ook over de waardering van de pensioenverplichting na overdracht bestond verschil van mening.

Pensioen in eigen beheer

Al sinds 2012 overlegt Staatssecretaris Wiebes en zijn voorganger met de Tweede Kamer over oplossing van de knelpunten die bestaan bij pensioen in eigen beheer (PEB). Deze knelpunten zijn ontstaan door het steeds groter wordende verschil tussen de fiscale en de commerciële waardering. Daardoor kunnen BV’s met een PEB vaak geen dividend uitkeren en ontstaan er problemen bij echtscheiding van de DGA en/of bij herverzekering van de aanspraken.

De staatssecretaris dient op Prinsjesdag een wetvoorstel in om vanaf 1 januari 2017 PEB af te schaffen. Voor bestaande aanspraken van PEB treft hij overgangsmaatregelen. Voor de DGA komt dit erop neer dat hij in de periode 2017 tot en met 2019 een keuze moet maken. Hij kan met betrekking tot zijn opgebouwde pensioenaanspraken kiezen uit:

  • Afkoop;
  • Omzetten in een (lijfrente) spaarregeling bij zijn BV;
  • Actuarieel waarderen.

 

Bij afkoop of omzetten in een spaarregeling worden de pensioenaanspraken eerst afgestempeld van commerciële - naar fiscale waarde. Dit leidt vaak tot meer dan een halvering van de opgebouwde aanspraken. Bij afkoop moet de DGA inkomstenbelasting betalen over de afkoopwaarde van het pensioen na afstempeling. Tot de balanswaarde per ultimo 2015 krijgt hij hierbij een korting. Bij afkoop in respectievelijk 2017, 2018 en 2019 hoeft de DGA hiervan maar 65,5%, 75% of 80,5% aan te geven. De toename van de balanswaarde na 2015 wordt volledig belast. Over de afkoopwaarde is de DGA geen revisierente verschuldigd.

Als de DGA kiest voor omzetten in een spaarregeling wordt de fiscale waarde van PEB omgezet in een spaarregeling bij de BV. De BV moet deze spaarregeling te zijner tijd aanwenden voor een lijfrente voor de DGA. De BV mag na de omzetting niet doteren aan deze voorzienig maar moet deze wel oprenten.

Als de DGA niet kiest voor afkoop of omzetting wordt zijn pensioen in eigen beheer premievrij gemaakt. Er vindt geen afstempeling plaats. De opgebouwde voorziening moet jaarlijks actuarieel worden gewaardeerd. Het verschil tussen commerciële waarde en fiscale waarde blijft dan bestaan.

De DGA die wil afkopen of omzetten heeft instemming nodig van zijn partner.

Meer informatie hierover vindt u in ons bericht van 5 juli 2016.

Pensioenvervening bij echtscheiding

Volgens constante jurisprudentie van De Hoge Raad is de eis tot afstorting van het te verevenen DGA-pensioen redelijk en billijk. Alleen wanneer daardoor de continuïteit van de onderneming van de BV in gevaar komt, hoeft een verzoek tot afstorting niet gehonoreerd te worden.

Het Hof Den Haag heeft hier een andere oplossing voor. In een situatie waarin de BV de pensioenverplichting waardeerde op de fiscale waarde introduceerde het Hof het begrip “postrelationele solidariteit” Volgens het Hof brengt de postrelationele solidariteit tussen ex-echtgenoten met zich dat de DGA en zijn partner het effectief aanwezige pensioen in gelijke mate moeten verevenen. Het Hof vindt dat van de DGA niet in redelijkheid kan worden verwacht dat hij een groot deel van de benodigde voorziening ten behoeve van zijn ex afstort waarbij hij geen zekerheid meer heeft over de dekking van zijn eigen pensioen. Daarnaast moet de BV over voldoende liquiditeiten kunnen beschikken om aan haar lopende verplichtingen te kunnen blijven voldoen. Het Hof acht het daarom redelijk en billijk dat een pensioenafstorting plaatsvindt voor beide partijen in gelijke mate. In het commentaar bij ons bericht van 15 februari 2016 verwijzen we ook naar andere uitspraken van het Hof Den Haag en gaan we nader in op de consequenties van deze uitvoering. Neemt de Hoge Raad de oplossing van het Hof Den Haag over?

Het Hof Arnhem-Leeuwarden deed een heel bijzondere uitspraak. Een vrouw kreeg ter vervening van het pensioen van de BV een koopsom. Deze wende ze aan voor aankoop van een pensioenverzekering op haar eigen leven. Het Hof was van mening dat er in dit geval geen sprake was van conversie. Het Hof overwoog hierover:

“De omstandigheid dat de vrouw een polis heeft aangeschaft voor de aankoop van een ouderdomspensioen, enkel op haar leven, zonder nabestaandenpensioen, maakt - anders dan de man heeft aangevoerd - evenmin dat de vrouw heeft gekozen voor conversie en dat er ook daadwerkelijk sprake is geweest van conversie.”

Wij zetten vraagtekens bij deze uitspraak. Meer hierover leest u in ons bericht van 21 maart 2016.

Waardering pensioen bij overdracht van de verplichting

In twee arresten besliste de Hoge Raad dat na overdracht van een pensioenverplichting naar een BV het verschil tussen de commerciële waarde en de fiscale waarde vrijvalt. Deze vrijval moet de BV toevoegen aan de fiscale winst. In het arrest van de Hoge Raad van 16 oktober 2015 besliste ons hoogste rechtscollege als volgt. Een Werk BV en een Pensioen BV moeten bij overdracht van een pensioenverplichting uitgaan van de waarde in het economische verkeer (marktwaarde). Daarna moet de Pensioen BV op de fiscale balans de pensioenverplichting fiscaal waarderen. Dit leidt in het jaar van overdracht tot een belaste vrijval van de pensioenverplichting.

In een andere zaak besliste het Gerechtshof Arnhem dat er geen vrijval van de pensioenverplichting optreedt in het jaar van het ontstaan van de Nederlandse belastingplicht van een BV. Zowel in de openingsbalans als de slotbalans van het eerste jaar voerde de BV de commerciële waarde op. Het Hof vond dat de BV de waarde van de verplichting aan het einde van het eerste boekjaar niet hoeft te waarderen op de fiscale waarde. Volgens het Hof gelden de regels voor de jaarwinstbepaling (fiscale waarde) alleen voor zover er in het kalenderjaar mutaties zijn in de toegezegde aanspraken. De Hoge Raad vond noch in de tekst noch in en ontstaansgeschiedenis van de wettelijke regelgeving een grond aanwezig om per einde van het (eerste) boekjaar de fiscale waarderingsregels van het pensioen niet toe te passen. Zie ons bericht van 22 december 2015.

Aegon Adfis training Pensioenkeuzestress voor 200.000 DGA’s?

Pensioen van de DGA is ingewikkeld. De DGA en zijn partner hebben behoefte aan ondersteuning bij de lastige keuze die zij al zeer binnenkort moeten maken. Daarom organiseren wij begin september een training voor pensioenadviseurs, accountants en belastingadviseurs. In deze training gaan we in op de mogelijke inhoud van het wetsvoorstel en de praktische kanten van het pensioenadvies. Heeft u interesse? Klik dan hier.

Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 1 augustus 2016