Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Hoe staat het met het tweede pijler pensioen?

23 juli 2015

De wijzigingen en wijzigingsplannen voor pensioenen volgen elkaar nog steeds in snel tempo op. Maar weet u nog wat de status is van al die plannen? En wanneer de wijzigingen ingaan of (misschien al) zijn ingegaan? In dit bericht gaan wij in op het aanvullende (tweede pijler) pensioen.

Verlaging maximum opbouw en pensioengevend inkomen

Op 1 januari 2015 ging de Wet verlaging maximum opbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen (wet Witteveen-2015) in. Zoals de naam van deze wet al aangeeft regelt deze wet de verlaging van de maximale opbouwpercentages en aftopping van het pensioengevend loon. 

Aftopping pensioengevend loon

Het pensioengevend loon is sinds 1 januari 2015 maximaal €100.000. Degenen die een hogere pensioengrondslag hebben dan € 100.000 kunnen met een netto pensioen of netto lijfrente het gemis aan pensioen enigszins compenseren. Een overzicht van het netto pensioen en de netto lijfrente krijgt u in een ander nieuwsbericht.

Maximale opbouwpercentages met ingang van 1 januari 2015

Met ingang van 1 januari 2015 geldt voor respectievelijk eindloon- en middelloonregelingen een maximaal opbouwpercentage van 1,675 en 1,875 per jaar. In 2014 waren die percentages nog verlaagd van 2 naar 1,9 (eindloonregelingen) en van 2,25 naar 2,15 (middelloonregelingen).

De beschikbare premiestaffels zijn ook aangepast. Op 30 december 2014 publiceerde de staatssecretaris het aangepast staffelbesluit in de Staatscourant. Het besluit Premieregeling gaat uit van een pensioenopbouw gebaseerd op een bereikbaar pensioen van 75% van het gemiddelde loon in 40 opbouwjaren en de maximering van het pensioengevend loon op € 100.000. Bijlage VII van dit besluit bevat voorwaarden en tabellen voor het netto pensioen op basis van 4% en 3% rekenrente. Lees hier meer over dat aangepaste staffelbesluit.

Opgebouwde pensioenaanspraken blijven intact. De maximale opbouwpercentages voor nabestaandenpensioen en wezenpensioen gaan in evenredigheid omlaag. 

Twee franchises 

Vanaf 1 januari 2015 is de franchisefactor voor een middelloon-  en een beschikbare premieregeling 100/75. Voor een eindloonregeling 100/66,28. Dit correspondeert per 1 januari 2015 met een minimale franchise van respectievelijk € 12.642 en € 14.305.

Hierdoor kunnen met ingang van 2015 twee verschillende AOW-franchises in één pensioenregeling  ontstaan. Vaak wordt in een premieregeling het risico partnerpensioen (partnerpensioen ingaande bij overlijden vóór de pensioendatum) bepaald op basis van eindloon. In dat geval zou voor de bepaling van de beschikbare premie een andere franchise moeten worden toegepast dan bij de bepaling van het risico partnerpensioen.  Om partijen  de tijd te geven om de regelingen aan te passen staat de staatssecretaris van Financiën - onder voorwaarden - tot 1 januari 2018 toe dat ook voor het risico partnerpensioen de middelloonfranchise  wordt gebruikt. De voorwaarden lees je in paragraaf 2.6 in het besluit van de staatssecretaris van 23 september 2014. 

Een overzicht van de AOW-franchises van de belastingdienst, onder meer bij lagere opbouwpercentages, vindt u hier.

Pensioenleeftijd

Tot 1 april 2012 ging de AOW in op de eerste dag van de maand waarop iemand 65 jaar werd. Veel pensioenregelingen sloten daarop aan met de pensioeningangsdatum. Volgens die regelingen is de pensioeningangsdatum de eerste van de maand waarin de deelnemer 65 jaar wordt. Sinds 1 april 2012 gaat de eerste AOW-uitkering in op de dag dat de gerechtigde de AOW-leeftijd bereikt. In veel pensioenregelingen wordt nog steeds uitgegaan van een pensioeningangsdatum op de eerste van de maand. Volgens het ministerie van Financiën kan dat alleen bij een lager opbouwpercentage. 

Voor pensioeningangsdata vóór 67 jaar publiceerde het CAP in de loop van 2014 (actuarieel herrekende) percentages. Aan die percentages voegde het CAP op 23 januari een extra percentage toe: een percentage voor de pensioenleeftijd van 66 11/12. Zie ons nieuwsbericht. Dat extra percentage werd toegevoegd omdat veel pensioenregelingen nog steeds een pensioeningang kennen van de eerste van de maand in plaats van de exacte verjaardagsdatum. 

Pensioenregelingen met een pensioeningangsdatum op de eerste van de maand waarin de deelnemer 67 jaar wordt hoeven tot 2017 niet actuariële herrekend te worden. Dit blijkt uit een reactie van staatssecretaris Wiebes op kamervragen die mevrouw Lodders stelde op 30 januari 2015. 

Pensioenknip

Op 2 juli publiceerde staatssecretaris Klijnsma het besluit om de pensioenknip opnieuw in te voeren. Deze maakt het mogelijk om bij premie- en kapitaalovereenkomsten de uitkering op de ingangsdatum te splitsen (‘knippen’) in een direct ingaande tijdelijke uitkering van maximaal 2 jaar. En een daarop aansluitende levenslange uitkering. 

De pensioenknip staat open voor mensen van wie de pensioendatum ligt vóór 1 januari 2017. En alleen wanneer zij het pensioenkapitaal dat beschikbaar is gekomen op de pensioendatum nog niet hebben aangewend voor een levenslange uitkering.

Pensioenuitvoerders zijn verplicht om mee te werken aan dergelijke verzoeken als het totaal opgebouwde pensioenkapitaal tenminste € 10.000 bedraagt. Lees hier meer over de pensioenknip.

Wetsvoorstel pensioen in eenheden

Op 14 juli diende Kamerlid Lodders het initiatiefwetsvoorstel “Wet uitbetaling pensioen in pensioeneenheden” in. Lodders stelt voor om de Pensioenwet zodanig te wijzigen dat doorbeleggen van een premie- of kapitaalovereenkomst in de uitkeringsfase mogelijk is. Dit kan door het pensioen uit te drukken in pensioeneenheden in plaats van in een vast bedrag in euro’s. Hierdoor is er geen sprake meer van één vast aankoopmoment. 

De beoogde inwerkingtreding van dit wetsvoorstel is vóór  het einde van de weer tijdelijk ingevoerde Pensioenknip. Dus vóór 1 januari 2017. Meer over dit wetsvoorstel leest u hier.

Uitstel klein pensioen

Een pensioenuitvoerder mag een pensioen dat lager is dan € 462,88 per jaar (2015) onder bepaalde voorwaarden afkopen. Tot 2015 uiterlijk op de ingangsdatum van dat pensioen. Omdat de pensioeningangsdatum meestal een andere is  dan de ingangsdatum van de AOW-uitkering, levert  afkoop van klein pensioen op de pensioeningangsdatum onbedoelde effecten op bij samenloop met toeslagen en inkomensafhankelijke regelingen. Bijvoorbeeld de nabestaandenuitkering op grond van de Anw en de partnertoeslag in de AOW. 

Met ingang van 1 januari 2015 heeft de pensioengerechtigde een keuze bij afkoop van een klein pensioen. Hij mag de afkoop van zijn kleine pensioen uitstellen tot de eerste dag van de maand na de datum waarop hij de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. 

Pensioen en bijstand

Op 16 juni 2015 stuurde staatssecretaris Klijnsma het wetsvoorstel “vrijlating lijfrenteopbouw en inkomsten uit arbeid en bevordering vrijwillige voortzetting pensioenopbouw” naar de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel regelt onder meer dat gemeenten bijstandsgerechtigden niet kunnen dwingen om hun pensioen eerder te laten ingaan.

Eén van de aanleidingen voor deze wetswijziging was een plan van de gemeente Enschede. Die wilde bijstandsgerechtigden dwingen om hun pensioenrechten, wanneer mogelijk, vervroegd te doen ingaan. Op die manier zouden zij inkomsten genereren, waardoor een beroep op de bijstand niet nodig is. Klijnsma vond dat onwenselijk. Vooruitlopend op de wetswijziging riep Klijnsma gemeenten op om geen regels meer te maken die bijstandsgerechtigen dwingen eerder hun pensioen aan te spreken. De gemeente Enschede trok zijn plan toen in. Wij schreven hierover eerder een nieuwsbericht.

Vrijwillige voortzetting pensioen na einde dienstverband

Na beëindiging van een dienstverband kan- onder voorwaarden - de pensioenregeling vrijwillig worden voortgezet. Dit kan alleen wanneer de pensioenregeling de mogelijkheid van vrijwillige voortzetting biedt. 

Bij sommige pensioenuitvoerders moeten gewezen werknemers binnen drie maanden een besluit nemen of zij de regeling vrijwillig willen voortzetten. Dat vindt de regering te kort. Hierdoor kan niet weloverwogen een keuze gemaakt worden tussen wel of niet vrijwillig voortzetten. 

In de Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt daarom een beslistermijn van negen maanden opgenomen. Ook dit is geregeld in het eerder genoemde wetsvoorstel “vrijlating lijfrenteopbouw en inkomsten uit arbeid en bevordering vrijwillige voortzetting pensioenopbouw”. 

Wet Pensioencommunicatie

De wet heeft tot doel dat mensen een persoonlijk en transparant totaaloverzicht van hun pensioen krijgen. En moet ervoor zorgen dat pensioenfondsen en pensioenverzekeraars informatie verstrekken die aansluit bij de wensen van de deelnemer. 

De Wet Pensioencommunicatie treedt per 1 juli 2015 gefaseerd in werking. Op 1 juli 2015 treden onder meer de algemene eisen aan informatieverstrekking (zoals tijdig, duidelijk, correct en evenwichtig) in werking. Op 1 januari 2016 gaat onder meer in: het Pensioen 1-2-3, een aantal wijzigingen met betrekking tot het UPO en de uitbreiding van het Pensioenregister.

Hoofdlijnennota toekomstbestendig pensioenstelsel

Staatssecretaris Klijnsma publiceerde op 6 juli de hoofdlijnen van een toekomstbestendig pensioenstelsel. 

Het kabinet geeft de volgende richtinggevende hoofdlijnen voor een toekomstbestendig pensioenstelsel: 

  1. Een toereikend aanvullend pensioen voor alle werkenden door een gedifferentieerde aanpak;
  2. Overgang naar een actuarieel correcte systematiek van pensioenopbouw;
  3. Een transparanter en eenvoudiger pensioen;
  4. Meer ruimte voor maatwerk en keuzemogelijkheden.

 

In het stelsel zoals het kabinet dat voor zich ziet, krijgen deelnemers meer dan nu een eigen pensioenvermogen.

Het kabinet streeft ernaar om de doorsneepremie vanaf 2020 gefaseerd af te schaffen en de overstap te maken naar een actuarieel correcte methodiek van pensioenopbouw. De komende vijf jaar zal het nieuwe pensioenstelsel meer vorm gaan krijgen. Daarvoor moet nog veel onderzocht worden. Lees hier meer over de hoofdlijnennota.

Uitstel Algemeen Pensioenfonds naar 1 januari 2016

Een Algemeen Pensioenfonds (APF) is een nieuwe pensioenuitvoerder  naast het pensioenfonds, de verzekeraar en de PPI. Het APF is een pensioenfonds en maakt een nieuwe vorm van bundeling mogelijk van verschillende pensioenregelingen. 

De Tweede Kamer stemde op 18 juni in met het wetsvoorstel voor het APF. De markt verwachtte dat de wetgeving om het APF mogelijk te maken per 1 juli 2015 rond zou zijn. Vanaf dat moment zouden partijen een APF formeel kunnen oprichten. Op 3 april 2015 stuurde  Klijnsma een brief naar de Eerste Kamer waaruit blijkt dat deze datum 1 januari 2016 wordt.

Lees hier meer over het APF.
Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 23 juli 2015