Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Hoe staat het met: korting pensioenuitkering op WW

12 augustus 2015

Dit is het laatste nieuwsbericht van deze zomer uit de serie: Hoe staat het met …. In dit bericht gaan wij in op de vraag of pensioenuitkeringen worden gekort op de WW. Wat betekent de wijziging van de WW per 1 juli 2015 op dit gebied? Een onderwerp dat veel oudere werknemers bezighoudt.

Korting pensioen van WW-uitkering tot 1 juli 2015

Op 1 juli 2015 trad de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) in werking. Tot 1 juli regelde de Werkloosheidswet (WW) dat “andere inkomsten” geheel in mindering moesten worden gebracht op de WW-uitkering. Volgens het Algemeen Inkomensbesluit sociale zekerheidswetten (hierna: AIB) valt ook het ouderdomspensioen hieronder. Deze pensioeninkomsten worden dus in beginsel verrekend met de WW-uitkering. Het betreffende artikel uit de WW verviel met de invoering van de WWZ. Dit roept de vraag op of bijvoorbeeld het ouderdomspensioen (inclusief deeltijd- en prepensioen) in de toekomst nog steeds in mindering moet worden gebracht op de WW-uitkering.

Korting pensioen van WW-uitkering vanaf 1 juli 2015

De invoering van de Wet werk en zekerheid wijzigt de systematiek van de verrekening van ouderdomspensioen met de WW-uitkering niet. Met ingang van 1 juli 2015 wordt de hoogte van de WW-uitkering als volgt berekend. De volgende formules bepalen de hoogte van de WW-uitkering voor respectievelijk de eerste twee maanden en de periode daarna: 
0,75 x (A – B x C/D) en 0,7 x (A – B x C/D). 
Hierbij staat:
A voor het maandloon;
B voor het inkomen in een kalendermaand;
C voor het dagloon;
D voor het dagloon waarnaar de uitkering zou zijn berekend indien dat niet gemaximeerd zou zijn.

Op deze WW-uitkering  komt het inkomen in verband met arbeid in mindering. Onder “inkomen in verband met arbeid” verstaat het AIB, net als in het verleden, ook het ouderdomspensioen.

Uitzonderingen
In een beperkt aantal situaties vindt er geen verrekening van het ouderdomspensioen plaats: 

  • Voor zover de uitkeringsgerechtigde een deeltijdpensioen ontving vóór het intreden van de werkloosheid en dat deeltijdpensioen samenhangt met een eerder verlies van arbeidsuren. Wanneer de uitkeringsgerechtigde vervolgens (volledig) werkloos wordt, vindt geen verrekening plaats van dit ingegane deeltijdpensioen met de WW-uitkering. 
  • Wanneer het ouderdomspensioen voortvloeit uit een parallelle dienstbetrekking ten opzichte van de dienstbetrekking waaruit de betrokkene werkloos is geworden, hoeft deze niet verrekend te worden met de WW-uitkering. 
  • Ouderdomspensioen dat al werd ontvangen voorafgaand aan de dienstbetrekking waaruit de betrokkene werkloos is geworden, hoeft niet gekort te worden op de WW-uitkering. Voor de betrokkene was er dan geen aanleiding om zich uit het arbeidsproces terug te trekken, aldus de toelichting op het AIB.
  • Ouderdomspensioen waarmee in de formule al rekening is gehouden dat er mede toe leidde dat een WW-uitkering niet is ontstaan, hoeft niet nog een keer met een WW-uitkering verrekend te worden. Hieronder valt bijvoorbeeld de situatie dat iemand geen recht heeft op WW-uitkering omdat hij verwijtbaar werkloos werd of omdat hij ontslag nam en dit kon doen vanwege het ontvangen van ouderdomspensioen. Het ouderdomspensioen wordt dan geacht eerder in aanmerking te zijn genomen. De overheid vindt het onredelijk om datzelfde ouderdomspensioen met andere (opvolgende) WW-uitkeringen te verrekenen.

Commentaar

Met betrekking tot de eerste uitzondering op korting van de WW-uitkering met pensioen beschreef minister Asscher (SZW) in 2014 in een aantal voorbeelden wanneer prepensioen soms wel en soms niet gekort wordt op de WW-uitkering. De vaste commissie voor SZW vroeg hem daarom. Lees hier ons bericht daarover van 24 juni 2014 met de voorbeelden. 

Met ingang van 1 juli 2015 kent het AIB twee extra uitzonderingen op de korting van de WW met pensioenuitkeringen (hierboven de derde en de vierde uitzondering). De rechtbank moest in het verleden regelmatig oordelen over situaties waarop de derde uitzondering ziet. Zie bijvoorbeeld ons bericht van 15 september 2014. Wanneer de derde uitzondering in 2014 al was opgenomen in de AIB, dan had de rechter toen anders kunnen besluiten. 

 

Bron: Besluit tot wijziging Algemeen inkomensbesluit sociale zekerheidswetten

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 12 augustus 2015