Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Hoe ver de ex ook woont, beroep op Boon van Loon loont

3 oktober 2019

Y is in 1984 gescheiden van X.Y wil vanaf de pensioendatum een gedeelte van het opgebouwde pensioen van X. Y is tot eind 2017 bezig met het achterhalen van alle relevante stukken. De rechtbank beslist dat X geen pensioen hoeft te betalen aan Y over deze achterliggende jaren, maar het hof beslist anders.

Redelijkheid en billijkheid

X en Y waren getrouwd in gemeenschap van goederen en in 1984 zijn ze gescheiden. Y vroeg in juli 2015 het echtscheidingsconvenant op bij de rechtbank. De rechtbank liet Y op 28 juli 2015 schriftelijk weten dat zij het echtscheidingsvonnis Y niet kon toesturen omdat dossiers ouder dan 20 jaar zijn ondergebracht bij het Nationaal Archief. De rechtbank verwees Y daarom naar het Nationaal Archief. Omdat Y de datum van haar echtscheidingsvonnis niet kende, duurde het tot maart 2016 voordat ze het echtscheidingsconvenant ontving. Y wist in eerste instantie ook het adres van X niet. Via haar zoon kwam zij er achter waar hij op de Filippijnen woont.

Naast dit onderzoek had Y een brief aan de pensioenverzekeraar (NN) gestuurd waarin ze schrijft aanspraak te maken op een tijdsevenredig deel van het pensioen van X, opgebouwd tijdens het huwelijk, uit keren vanaf de pensioendatum van X in 2014.

NN stuurt Y in december 2017 een brief met de volgende inhoud:

Uw ex-partner neemt deel in de pensioenregeling die uw werkgever heeft ondergebracht bij Nationale-Nederlanden. Wij hebben op verzoek van u de waarden berekend van het pensioenen die tot de scheiding zijn opgebouwd. (….) Volgens het Boon/Van Loon arrest moesten u en uw ex-partner dit bedrag onderling verrekenen. (….) Heeft u deze waarde niet bij de scheiding in het echtscheidingsconvenant verrekend? Dan moet u de waarde alsnog verrekenen vanaf de ingangsdatum van het ouderdomspensioen van uw ex-partner. Uw ex-partner moet dan vanaf de ingangsdatum van het ouderdomspensioen een periodieke betaling aan u van € 746,03 per jaar voldoen. De verrekening moet plaats vinden zolang u beiden in leven bent.”

Y wil dat het ouderdomspensioen met terugwerkende kracht aan haar wordt uitgekeerd. X betwist dat de door hem tijdens huwelijk opgebouwde pensioenrechten alsnog moeten worden verdeeld. Hij doet een beroep op de redelijkheid en billijkheid, waardoor de vordering van Y niet kan worden toegewezen. X zegt weinig inkomen en veel schulden te hebben en zijn schoonouders te onderhouden. Daarnaast doet hij een beroep op rechtsverwerking. En mocht de vordering toewijsbaar zijn dan alleen voor de toekomstige pensioentermijnen, aldus X. X geeft hierbij aan dat hij een gebrekkige gezondheid heeft, en dat Y hierdoor een betere financiële positie zal krijgen dan hij.

De rechtbank is van mening dat er geen beroep kan worden gedaan op rechtsverwerking. X heeft geen bewijzen overlegd van zijn slechte financiële positie, zodat hier geen beroep op redelijkheid en billijkheid kan worden gedaan. Daarnaast heeft Y ook een met bewijzen gestaafde gebrekkige gezondheid, dus dat is geen reden om de eis van Y af te wijzen.

Wel stelt de rechtbank vast dat Y pas zeer laat, in december 2017, de man heeft aangeschreven om een deel van zijn pensioen met haar te verrekenen. Y wist al november 2014 dat X de pensioengerechtigde leeftijd zou bereiken. Zij had hem dus eerder kunnen aanspreken, aldus de rechtbank. De late aanschrijving moet volgens de rechtbank daarom voor haar rekening en risico te blijven. Toewijzing van pensioenverrekening met terugwerkende kracht tot november 2014 zou onevenredige gevolgen hebben voor de man omdat hij dan een aanzienlijk bedrag ineens moet voldoen aan de Y. De rechtbank vindt de betaling van het oudedagspensioen met terugwerkende kracht vóór 1 januari 2018 in strijd met de redelijkheid en de billijkheid.

De rechtbank acht het dan ook in strijd met de redelijkheid en billijkheid dat de Y haar aanspraken kan effectueren over de periode gelegen vóór 1 januari 2018, zijnde de maand volgend op die waarin zij X aanschreef. Vanaf dat moment kon X er rekening mee houden dat Y aanspraak zou maken op haar deel van zijn pensioen.

Adequaat en tijdig handelen

In hoger beroep geeft Y aan dat zij X binnen redelijke termijn aanschreef en dat zij onder de gegeven omstandigheden adequaat en tijdig heeft gehandeld. Bovendien leidt de pensioenverrekening volgens Y niet tot onevenredige gevolgen voor X.

 Het hof stelt vast dat op de afwikkeling van de pensioenrechten van X het Boon-van Loon arrest (HR 27 november 1981 NJ 1982, 503) van toepassing is. Y kan daarom aanspraak maken op een gedeelte van de door X tot maart 1984 opgebouwde pensioenrechten. Y verrichtte daartoe alle handelingen die van haar mochten worden verwacht, aldus het hof. Zij benaderde de rechtbank, het Nationaal Archief en de NN al in juli 2015. Van NN ontving zij pas in december 2017 bericht. Direct daarna, op 19 december 2017 verzocht zij X het verschuldigde bedrag aan haar te voldoen. Het tijdsverloop dat hiermee gepaard is gegaan, is veroorzaakt door derden zodat dit niet aan Y kan worden tegengeworpen, aldus het hof.

Ook vindt het hof dat de vermeende slechte financiële situatie van X niet voldoende is om het risico van niet tijdige pensioenverrekening op Y af te wentelen. Het schuldenoverzicht is immers door X zelf opgesteld en door Y betwist. Het hof is daardoor niet in staat te beoordelen of de betaling van het aan Y toekomende gedeelte van de pensioenaanspraken naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Met betrekking tot de rechtsverwerking vindt het hof dat hiervan geen sprake is. Volgens vaste rechtspraak is enkel tijdverloop onvoldoende om rechtsverwerking aan te nemen. Hiervoor zijn bijzondere omstandigheden vereist, waardoor bij X het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat Y haar aanspraak niet meer geldend zou maken. Het feit dat X zijn leven vanaf zijn pensionering heeft ingericht in overeenstemming met zijn nieuwe inkomen is niet als bijzondere omstandigheid aan te merken, nu uit eerdere verklaring blijkt dat hij zijn leven “al jarenlang [heeft] ingericht op inkomen wat ik nu heb” en hij zijn schoonouders al ongeveer tien jaar onderhoudt, aldus het hof.

Het hof wijst het pensioen met terugwerkende kracht toe aan Y. X mag wel in termijnen betalen.

Commentaar

Het is begrijpelijk dat X dacht dat hij na enkele jaren zijn volledige pensioen te hebben ontvangen van mening was dat hij niets meer zou horen van Y. Temeer omdat hij al 34 jaar geen contact meer had met Y en ver weg op de Filippijnen woont. Zoals vaak bij pensioenverdeling volgens Boon van Loon wordt onderschat dat de mogelijkheid van een mogelijke verdeling van pensioen blijft bestaan, ook al is hierover niets afgesproken in het echtscheidingsconvenant. Verstoppen heeft geen zin.

Y heeft veel moeite gedaan om haar pensioenrechten boven tafel te krijgen. X heeft veel moeite gedaan om niet te hoeven betalen. Maar een beroep op redelijkheid en billijkheid moet wel worden onderbouwd. Waarom het hof de bijzondere omstandigheid afwijst vanwege de uitspraak van X dat hij zijn leven al jarenlang inricht op wat hij nu heeft en toch zijn schoonouders al vóór zijn pensioengerechtigde leeftijd is niet duidelijk. Het kan te maken hebben met het feit is dat X geen stukken over inkomsten en uitgaven heeft verstrekt en kennelijk wel al jaren in staat is zijn schoonouders te onderhouden, zodat er kennelijk wel altijd inkomsten zijn geweest, ondanks zijn vermeende, maar niet bewezen slechte financiële situatie.

Auteur: Joanna Hildering, adviseur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 17 september 2019

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 3 oktober 201