Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Hof: eigenhandige verbetering pensioenregeling niet toegestaan

15 juli 2016

Een bedrijfscontroller verbetert eigenhandig, zonder toestemming van zijn werkgever, zijn pensioenregeling aanzienlijk. Het Hof besluit -niet zo verwonderlijk- dat dit niet rechtsgeldig is. Hij veroordeelt de gepensioneerde controller tot terugbetaling van de door de werkgever teveel betaalde premie.

Verbetering pensioenregeling zonder instemming werkgever

X treedt per 1 augustus 1988 bij zijn werkgever in dienst als hoofd-administratie-bedrijfscontroller. Een jaar later maken zij afspraken over een pensioenregeling: een beschikbare premieregeling waarbij een eindloonresultaat wordt beoogd, ondergebracht bij een verzekeraar. In 2004 wijzigt X zijn pensioenregeling door de pensioenbrief zowel namens zichzelf als namens de werkgever te tekenen. Volgens deze pensioenbrief wordt de pensioengrondslag uitgebreid met het vakantiegeld en de 13e maand. En het opbouwpercentage van het beoogde ouderdomspensioen gaat omhoog van 1,75% naar 2% op jaarbasis. X voerde over deze wijzigingen geen overleg met de werkgever, laat staan dat deze hiermee instemde.

Een jarenlange procedure volgt

Op 1 januari 2011 gaat X met pensioen. En dan beginnen de juridische procedures. De werkgever stelt (onder andere) dat hij teveel premie heeft betaald omdat de pensioenregeling zonder zijn toestemming is verbeterd en eist dit terug. De kantonrechter geeft de werkgever gelijk en veroordeelt X tot het betalen van ruim € 128.000. Maar X gaat in beroep bij rechtbank Den Haag. Eén van de argumenten van X is dat hij de pensioenregeling aanpaste (“niet verbeterde”) om te voldoen aan het gewijzigde fiscale kader. De rechtbank gaat hieraan voorbij en oordeelde subtiel dat “niet is toegelicht waarom het specifiek en uitsluitend vanwege de nieuwe fiscale regels nodig was het opbouwpercentage te verhogen en/of de pensioengrondslag te verruimen.”

De rechtbank geeft de werkgever gelijk. En gaat uit van een berekening van een deskundige die bepaalde wat het premieverschil is tussen ongewijzigde voortzetting van de regeling en de aangepaste regeling. De rechtbank stelt dit bedrag vast op € 110.000. 

Commentaar

Het lijkt erop dat X gebruik maakte van zijn (vertrouwens)positie binnen het bedrijf om zich te verrijken. Naast het verbeteren van zijn pensioenregeling veroordeelde de rechtbank X ook voor het ten onrechte eigenhandig toekennen van vakantiegeld over zijn 13e maand. En over het uitbetalen van onkostenvergoedingen waar geen recht op bestond. Zo declareerde X tussen 2007 en 2011 voor € 6.500 aan kosten voor huurauto’s, brandstof en parkeerkosten in verband met zijn vakanties in Turkije. Hij verklaarde dit als volgt. Hij heeft recht op privégebruik van de bedrijfsauto en dus ook het recht om op kosten van de werkgever naar Turkije te rijden voor zijn vakantie (7.000 km). Door dat niet te doen maar de bedrijfsauto op kosten van de werkgever op Schiphol te parkeren, op eigen kosten naar Turkije te vliegen en daar op kosten van de werkgever een auto te huren heeft hij de werkgever aanzienlijke kosten bespaard. Het wekt geen verbazing dat het hof deze redenering verwerpt.

 

Auteur: Erik Schouten, internationaal adviseur Aegon Adfis

Bron: Uitspraak Gerechtshof Den Haag, 14 juni 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1580

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 15 juli 2016