Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Hoger beroep schort verplichting tot afstorting pensioen niet op

3 december 2015

De rechtbank veroordeelde een DGA tot affinanciering van in eigen beheer gehouden pensioen ter zake van verevening. De DGA gaat in hoger beroep tegen de uitspraak. En hij vraagt het gerechtshof de afstortingsverplichting op te schorten totdat het hof uitspraak heeft gedaan. 

De feiten 

Een DGA en zijn echtgenote scheiden in 2012. In verband met de scheiding wordt het pensioen van de DGA verevend. De rechtbank beslist in 2015 dat de DGA er voor moet zorgen dat de BV € 160.000 afstort bij een verzekeraar ten behoeve van het aan zijn ex-echtgenote toekomend deel van de pensioenaanspraken. De DGA gaat in beroep tegen de beslissing van de rechtbank. Hij wil dat de rechter de afstortingsverplichting bij een verzekeraar opschort, totdat de rechter uitspraak heeft gedaan op het hoger beroep.   

Gerechtshof

Het gerechtshof verwerpt het verzoek van de DGA om opschorting van de afstortingsverplichting. 

De rechtbank besliste dat de beschikking bij voorraad uitvoerbaar is. In dat geval kan het gerechtshof de beschikking alleen maar opschorten als:

  • het belang van de verzoekende partij (DGA) zwaarder weegt dan het belang van de wederpartij (ex) en 
  • de verzoeker aantoont dat de rechtbank een juridisch niet juiste beslissing heeft genomen, of niet de juiste feiten heeft gewogen.

Ter onderbouwing van zijn verzoek stelt de DGA dat door afstorting de continuïteit van de onderneming van de BV in gevaar komt. Dit argument doet het Hof af als inhoudelijk. Dit aspect is al gewogen door de rechtbank en kan het Hof pas opnieuw beoordelen bij de inhoudelijke behandeling van het hoger beroep. 

Verder stelt de DGA dat de BV door de afstorting van € 160.000 in liquiditeitsproblemen komt. Volgens het Hof heeft de DGA het argument ten aanzien van de liquiditeit niet voldoende onderbouwd. Zeker nu hij daarbij geen rekening heeft gehouden met zijn totale vermogenspositie.

Het Hof vindt ook dat de belangen van de vrouw in dit geval zwaarder wegen dan de belangen van de DGA. Haar zorgen over het risico dat de BV te zijner tijd haar aandeel in het pensioen niet kan betalen zijn terecht. Zeker nu haar man als DGA directe zeggenschap heeft over de wijze van de bedrijfsvoering en over de bestemming van de resultaten. Volgens het Hof biedt de DGA zijn ex-echtgenote voor de duur van het hoger beroep te weinig zekerheid. 

Commentaar 

Een toch wel bijzondere situatie. 

Het Hof kiest ervoor om de behandeling van deze zaak te splitsen in:

  • het opschortingsverzoek en
  • een inhoudelijke behandeling van de afstortingsverplichting van de DGA. 

Uit de uitspraak kunnen wij niet opmaken waarom voor deze splitsing is gekozen. Wanneer de DGA bij de inhoudelijke behandeling van zijn hoger beroep het Hof overtuigt van zijn gelijk, dan is het kwaad al geschied. 

Opmerkelijk is nog dat het Hof vond dat de DGA zijn ex-echtgenote voor de duur van het hoger beroep te weinig zekerheid bood. Als hij dit wel gedaan zou hebben zou het Hof zijn verzoek tot opschorting dan wel ingewilligd hebben? 

 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bronnen: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10 september 2015 

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 3 december 2015