Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Hoofdlijnen wetsvoorstel waardeoverdracht kleine pensioenen

25 november 2016

Staatssecretaris Klijnsma informeerde de Tweede Kamer over de hoofdlijnen van het wetsvoorstel waardeoverdracht klein pensioen. Zij streeft ernaar dat het wetsvoorstel op 1 januari 2018 in werking treedt.

Doel: kleine pensioenen behouden hun pensioenbestemming

Klijnsma vindt het van belang dat kleine pensioenaanspraken hun pensioenbestemming behouden. Werknemers met kortlopende dienstverbanden worden vanwege die kortlopende dienstverbanden steeds weer geconfronteerd met afkoop van hun klein pensioen. Door deze kleine pensioenen zoveel mogelijk binnen het systeem van waardeoverdracht te brengen, verbetert hun pensioenvoorziening. Daarnaast verminderen de administratieve lasten van uitvoerders van kleine pensioenen.

Klijnsma bereikte overeenstemming met de Stichting van de Arbeid, de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars over de hoofdlijnen van het wetsvoorstel. Na verdere afstemming met het pensioenveld stelt Klijnsma het wetsvoorstel en de daarbij behorende lagere regelgeving op.

Hoofdlijnen wetsvoorstel waardeoverdracht kleine pensioenen

In haar brief aan de Tweede Kamer beschrijft Klijnsma de hoofdlijnen van het wetsvoorstel als volgt:

  • Voor nieuwe kleine pensioenen vervalt het recht van pensioenuitvoerders om kleine pensioenen af te kopen. Hiervoor in de plaats komt het recht voor alle uitvoerders om – zonder tussenkomst van de gewezen deelnemer – kleine pensioenen over te dragen naar de nieuwe uitvoerder waar de deelnemer actief opbouwt. Uitvoerders die kiezen om mee te doen aan het systeem mogen op vrijwillige basis ook bestaande kleine pensioenen overdragen.
  • Alle uitvoerders moeten inkomende waardeoverdrachten van kleine pensioenen accepteren.
  • De huidige opschortende werking bij onderdekking van een pensioenfonds geldt niet bij deze automatische waardeoverdracht.
  • Gewezen deelnemers met een klein pensioen kunnen geen bezwaar maken tegen de automatische waardeoverdracht.

Pensioenregister centrale gegevens-uitwisselaar voor uitvoerders

Omdat de gewezen deelnemer geen actieve rol heeft bij de waardeoverdracht van zijn kleine pensioen, regelt de nieuwe wet de informatie-uitwisseling tussen de uitvoerders op een andere manier. Klijnsma ziet daarin een belangrijke rol voor het pensioenregister en stelt voor om het pensioenregister een extra taak te geven als centrale gegevens-uitwisselaar tussen de pensioenuitvoerders.

De overdragende uitvoerder moet binnen één jaar na uitdiensttreding in het pensioenregister toetsen wie de nieuwe uitvoerder is waar de gewezen deelnemer pensioen opbouwt.

Wanneer een gewezen werknemer niet direct met een nieuwe baan start of geen pensioen opbouwt bij zijn nieuwe werkgever, moet de overdragende uitvoerder elk jaar toetsen of er inmiddels een nieuwe uitvoerder is waar de gewezen deelnemer pensioen opbouwt en hij het klein pensioen kan overdragen.

Hele kleine pensioenen vervallen

Omdat de kosten van de administratie van hele kleine pensioenen niet in verhouding staan tot het belang van deze pensioenaanspraken, wil Klijnsma deze hele kleine rechten laten vervallen. Haar gedachten gaan ernaar uit om die grens voor premieovereenkomsten te stellen op een afkoopwaarde van € 14 en bij uitkeringsovereenkomsten op een levenslange uitkering van € 2 bruto per jaar. In dit kader moeten juridische vraagstukken van eigendom en gelijke behandeling nog worden uitgezocht, schrijft Klijnsma in haar brief aan de Tweede Kamer.

Commentaar

Centraal staat dat de nieuwe regeling over kleine pensioenen kostenefficiënt en effectief kan worden uitgevoerd, aldus Klijnsma. Een goed uitgangspunt, zeker omdat de administratieve kosten relatief zwaar drukken bij kleine pensioenen.

Klijnsma stemde de hoofdlijnen al af met de Stichting van de Arbeid, de Pensioenfederaties en het Verbond van Verzekeraars. Wij vermoeden dat daardoor deze Kamerbrief al een aantal verschillen geeft ten opzichte van Klijnsma’s beleidsbrief van 14 april 2016 (zie ons nieuwsbericht van 19 april 2016).

Eerder wilde Klijnsma pensioenuitvoerders nog verplichten om de waarde van kleine pensioenen over te dragen naar de nieuwe pensioenuitvoerder. Volgens Klijnsma ontbreekt de noodzaak tot het verplichten van de waardeoverdracht omdat er uitvoerders zijn die nu bewust geen afkoopbeleid voeren. In die situatie behouden de kleine pensioenen immers hun pensioenbestemming. Ook de verplichting voor de overdragende pensioenuitvoerder om - in het geval de gewezen deelnemer geen nieuwe werkgever heeft - uit te moeten zoeken welke van de eventuele vorige pensioenuitvoerders de hoogste pensioenaanspraken heeft, zien wij niet meer terug in de Kamerbrief. Dit is vervangen door waardeoverdracht aan de nieuwe pensioenuitvoerder waar de gewezen werknemer actief pensioenaanspraken opbouwt. Wanneer de gewezen werknemer geen pensioen opbouwt bij een nieuwe werkgever of geen nieuwe werkgever heeft, zal de pensioenuitvoerder wel (jaarlijks) het pensioenregister moeten raadplegen of er een nieuwe pensioenuitvoerder is. Voor een kosten efficiënte en effectieve uitvoering van de nieuwe regeling lijkt ons hiervoor een maximering van de termijn logisch en een afkooprecht na het verstrijken van die termijn niet onlogisch.

Klijnsma wil in 2021 (drie jaar na inwerkingtreding van dit wetsvoorstel) bezien of het systeem goed werkt.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bronnen: Kamerbief Klijnsma, 22 november 2016

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 24 november 2016.