Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Hoogte transitievergoeding bij beëindiging slapend dienstverband na 1-1-2020

Hoogte transitievergoeding bij beëindiging slapend dienstverband na 1-1-2020

18 mei 2020

Een werkgever hoeft een slapend dienstverband niet te beëindigen als de werknemer daar niet zelf om vraagt. Als de werknemer dat in 2020 toch nog doet – terwijl dit in 2019 al mogelijk was– heeft de werknemer recht op een vergoeding conform de regels in 2020. Dat kan de werknemer veel geld kosten!

Werknemer komt in december 2019 in IVA terecht

Een werknemer is vanaf 1992 in dienst bij zijn werkgever en wordt op 14 december 2017 ziek. Er zijn geen re-integratiemogelijkheden en vanaf 12 december 2019 krijgt de werknemer een IVA-uitkering toegekend. 
Op 20 januari 2020 spreken partijen met elkaar over beëindiging van het dienstverband. Hierbij biedt de werkgever een transitievergoeding aan van €40.941,- op basis van de vergoedingsregels van 2020. De werknemer is het hier niet mee eens en vindt dat hij recht heeft op een vergoeding volgens de regels van vóór 1 januari 2020. De vergoeding zou dan €72.221,- bedragen.

Partijen komen tot een vaststellingsovereenkomst waarin vastgelegd wordt dat dit geschilpunt voorgelegd gaat worden aan de kantonrechter te Rotterdam.

Het verzoek

De werknemer verzoekt om toekenning van de hogere transitievergoeding en gebruikt hiervoor onder meer de volgende argumenten:

  • Bij toekenning van de IVA-uitkering op 12 december 2019 was er van enige re-integratiemogelijkheden geen sprake meer en was er dus ook geen rechtvaardiging voor de instandhouding van het dienstverband door de werkgever. Hierbij verwijst de werknemer onder meer naar de uitspraak van de Hoge Raad 8 november 2019 waarin staat vermeld dat de vergoeding minimaal gelijk moet zijn aan de transitievergoeding zoals die verschuldigd zou zijn op de eerste dag na mogelijke beëindiging van het dienstverband (vaak dus na twee jaar ziekte). Zie ook ons nieuwsbericht van 18 december 2019, waarin wij die uitspraak bespreken.
  • De werkgever heeft volgens de werknemer de informatieplicht geschonden door hem niet tijdig te informeren over zijn rechtspositie.

 

Het verweer

De werkgever is van mening dat de werknemer slechts recht heeft op de lagere transitievergoeding conform de regels zoals die in 2020 gelden. Hierbij baseert de werkgever zich op de volgende argumenten:

  • De werkgever is van mening dat er geen informatieplicht rust op de werkgever.
  • Tevens vindt de werkgever dat de uitspraak van de Hoge Raad over de minimale hoogte van de transitievergoeding niet van toepassing is omdat de werknemer pas in 2020 begonnen is over beëindiging van het dienstverband.

 

De uitspraak

De kantonrechter wijst het verzoek van de werknemer af en hanteert hiervoor dezelfde argumenten als de werkgever. De kantonrechter is van mening dat er geen informatieplicht op de werkgever rust en dit blijkt ook niet uit de eerder genoemde uitspraak van de Hoge Raad. Daarnaast weegt de kantonrechter mee dat de werkgever op basis van de Compensatieregeling ook slechts recht heeft op vergoeding conform de regels zoals die in 2020 gelden.

Commentaar

De uitspraak van de Rechtbank Rotterdam is duidelijk en in lijn met eerdere uitspraken. De werkgever is verplicht een slapend dienstverband te beëindigen op verzoek van de werknemer maar hieruit volgt niet dat de werkgever zelf dit initiatief moet nemen.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 18 mei 2020.

Auteur: Arend Jansen, specialist Inkomen

Bron: Rechtbank Rotterdam, 24 april 2020 (ECLI:NL:RBROT:2020:3997)