Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

HR: opzegging uitvoeringsovereenkomst leidt tot additionele kosten voor werkgever

17 juni 2016

Een werkgever wil de-risken en zegt de uitvoeringsovereenkomst met het ondernemingspensioenfonds op. Door een arrest van de Hoge Raad blijkt dat niet zonder risico’s te zijn.

Alcatel-Lucent: pensioenfonds versus werkgever

Pensioenfonds Alcatel-Lucent en werkgever Alcatel-Lucent voerden een gerechtelijke procedure tot aan de Hoge Raad. Waar gaat het om? Het ondernemingspensioenfonds voerde tot 1 januari 2012 de pensioenregeling uit voor Alcatel-Lucent. Het pensioenfonds beschikte in 2008 niet over het wettelijk vereiste eigen vermogen. Het diende begin 2009 bij De Nederlandse Bank een herstelplan in. Op basis van dit herstelplan heeft de werkgever een betalingsverplichting aan het pensioenfonds. In 2010 zegde de werkgever de uitvoeringsovereenkomst op.

De discussie tussen de werkgever en het pensioenfonds gaat over de omvang van de betalingsverplichting. Volgens het pensioenfonds moet de werkgever de herstelpremies over de jaren 2013 tot en met 2023 (einde herstelplan) betalen. Daarnaast moet de werkgever een opslag voor het in stand houden van de algemene reserve van het pensioenfonds waaruit de indexatie wordt gefinancierd betalen. Plus excassokosten (kosten om de pensioenen op de pensioendatum te kunnen uitbetalen) en een solvabiliteitsopslag (een opslag om het vermogen van het pensioenfonds op peil te houden, zodat het aan zijn verplichtingen kan blijven voldoen). De werkgever wil alleen de herstelpremies betalen omdat dit in de uitvoeringsovereenkomst is afgesproken. Zowel de kantonrechter als het hof zijn het eens met de zienswijze van de werkgever. De Hoge Raad ziet het echter anders.

Hoge Raad: kosten werkgever zijn hoger dan volgens uitvoeringsovereenkomst

Volgens de Hoge Raad gelden voor de opzegging van een uitvoeringsovereenkomst dezelfde regels die gelden voor de opzegging van duurovereenkomsten die voor onbepaalde tijd zijn aangegaan. Opzegging is in beginsel mogelijk, ongeacht of wet en overeenkomst voorzien in een regeling van de opzegging. De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst meebrengen dat opzegging alleen mogelijk is wanneer een voldoende zwaarwegende grond voor de opzegging bestaat. Of dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen, of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding. Ook als een overeenkomst voorziet in een regeling van de opzegging, kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid in de weg staan aan respectievelijk opzegging, opzegging zonder zwaarwegende grond, opzegging op een bepaald moment of opzegging zonder aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding.

Het antwoord op de vraag of de eisen van redelijkheid en billijkheid in deze situatie in de weg staan aan opzegging zonder betaling van een (schade)vergoeding, is afhankelijk van de omstandigheden. Een rol daarbij spelen onder andere de aard van de betrokken belangen, aan eventuele maatregelen die aan het betrokken pensioenfonds zijn opgelegd (zoals de verplichting in verband met een herstelplan of de verplichting tot waardeoverdracht van hetgeen na opzegging resteert) en aan de omstandigheid dat de uitvoeringsovereenkomst betrekking heeft op (opgebouwde) pensioenaanspraken van (gewezen) werknemers, tegenover wie de (voormalige) werkgever op grond van de (voormalige) arbeidsverhouding een zekere verantwoordelijkheid heeft (behouden). Een belangrijk aspect is een onduidelijkheid in de uitvoeringsovereenkomst. Voor het geval de gestelde andere betalingsverplichtingen niet uit de uitvoeringovereenkomst volgen, komen de kosten waarop die verplichtingen betrekking hebben, volgens het Pensioenfonds naar redelijkheid en billijkheid voor rekening van Alcatel-Lucent in verband met een leemte in de overeenkomst. Volgens de Hoge Raad is het hof hier ten onrechte niet op ingegaan. De Hoge Raad verwijst naar gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing.

Commentaar

De-risking betekent het beperken van de financiële risico’s van een werkgever met betrekking tot de uitvoering van de pensioenregeling. Het gaat daarbij meestal om DB-regelingen die een onderneming bij een eigen ondernemingspensioenfonds onderbrengt. De toenemende levensverwachting en de lage rentestand zorgen voor een flinke toename van de pensioenverplichtingen. Beleggingsrendementen maken dit niet goed. De tekorten die ontstaan (of toenemen) hebben gevolgen voor pensioenfondsen, maar ook voor ondernemingen. Soms moeten zij aanvullende stortingen doen.

In de zaak van Alcatel-Lucent oordeelt de Hoge Raad dat niet alleen de tekst van een uitvoeringsovereenkomst verplichtingen voor de werkgever kan meebrengen. Ook de regels van de redelijkheid en billijkheid, mede in verband met een mogelijk in de uitvoeringsovereenkomst aanwezige leemte voor de situatie van opzegging en beëindiging van de uitvoeringsovereenkomst, kunnen verplichtingen meebrengen. De Hoge Raad vernietigt het arrest omdat het hof ten onrecht niet is ingegaan op het argument van het Pensioenfonds dat er in dit geval van een dergelijke leemte sprake is.

Onder een duurovereenkomst wordt – kort gezegd – verstaan: een afspraak waarbij partijen zich tot een voortdurende prestatie hebben verbonden over een langere periode. Het kan gaan om overeenkomsten voor bepaalde tijd maar ook voor onbepaalde tijd. Duurovereenkomsten zijn niet in de Nederlandse wet geregeld. De regels omtrent opzegging van duurovereenkomsten worden door de rechter afgeleid uit eerdere jurisprudentie, uit de vakliteratuur en uit het algemeen verbintenissenrecht (waarbij redelijkheid en billijk een grote rol speelt).

Uit deze zaak blijkt dat de-risking op de wijze zoals Alcatel-Lucent dat voor ogen had niet zonder risico’s is.

Auteur: Erik Schouten, adviseur internationale pensioenen Aegon Adfis

Bron: Arrest Hoge Raad, 10 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1134

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 16 juni 2016.